hardlopers

Langdurig kunnen hardlopen is een typisch menselijk vermogen: je zoekt het tevergeefs bij andere dieren. Het ligt mede aan de basis van de menselijke cultuur.

Zou het een guilty pleasure zijn, of is hardlopen gewoon schadelijk voor je esthetische vermogens? Feit is dat hardlopers – gemiddeld genomen toch hoog opgeleide en welopgevoede mensen – in de regel gekleed gaan in oogverbrijzelend lelijke kledij. Net als hardfietsers trouwens. Uw verslaggever maakt zich er ook schuldig aan; het is gewoon bijna niet mogelijk om sportkleding te krijgen in een beetje fatsoenlijke kleur.

Ondanks die visuele verontreiniging is het heilzame effect van lopen nog steeds boven elke twijfel verheven. Lopers leven langer en zijn gezonder. Hoe je optimaal van dat effect profiteert, daarover verschillen de meningen. De sweet spot lijkt te liggen bij een paar keer per week een half uur tot drie kwartier lopen. Matige sporters kunnen zes jaar bij hun levensverwachting optellen, mensen die per week meer dan veertig kilometer lopen, leven nauwelijks langer dan mensen die helemaal niet sporten.

Wat bijna niet gezond kan zijn, maar wel prachtig laat zien waar een mens toe in staat is, is om jezelf als roker met diabetes in een paar maanden tijd vanuit het niets klaar te stomen voor een marathon. Toch is dat precies wat wetenschapsjournalist Diederik Jekel deze zomer heeft gedaan. Alles voor de wetenschap. Hoe hij het er vanaf heeft gebracht, ziet u zondag in de eerste aflevering van een nieuwe serie van De kennis van nu.

Die legitimatie in de vorm van gezondheidseffecten is populair, maar het is de vraag of het de uiteindelijke motivatie is van de meeste lopers. Is het niet genoeg dat het gewoon een lekker gevoel geeft, de beroemde runner’s high? Of misschien lopen we wel, omdat we ervoor zijn gemaakt. De mens is opmerkelijk geschikt om lange afstanden te lopen. Onze voeten hebben een specifieke, op lopen toegesneden anatomie en speciale zweetklieren houden ons koel. Jagerverzamelaars lopen dankzij die aanpassingen net zo lang achter hun prooi aan tot die van pure uitputting in elkaar stort.

Nog opmerkelijker is dat je deze combinatie van eigenschappen niet terugvindt bij andere dieren. En dat terwijl de evolutie er juist een handje van heeft om handige ‘uitvindingen’ meermaals op verschillende plekken te doen. Als het een nuttige eigenschap is die je een voordeel geeft bij de jacht, waarom hebben andere dieren die dan niet ontwikkeld?

running man beach

Looptalent

Het geheim lijkt te schuilen in de unieke menselijke intelligentie, betoogt de Amerikaanse antropoloog Joseph Henrich. Op een gegeven moment werden mensen steeds beter in het opsporen en achtervolgen van dieren. Niet alleen op basis van geur, zoals andere dieren dat ook doen, maar ook door het spoor te volgen. Door uit de afdrukken af te leiden hoe groot het dier was. Door aan de uitwerpselen te zien hoe lang geleden het dier zich op die plek bevond. Op basis van die informatie konden mensen dieren soms wel dagenlang achtervolgen. Niet sprintend, maar hardlopend in een rustig tempo, speurend naar sporen. Net zolang tot het dier zijn laatste restje energie had verbruikt.

De ontwikkeling van het menselijke looptalent was dus niet te danken aan de fysieke superioriteit van de mens, maar ook niet alleen maar aan kennis en inzicht. Het zat hem in de interactie tussen die twee. Om dieren te kunnen opsporen, heb je de benodigde kennis nodig over spoorzoeken en het gedrag van dieren, geleerd van je ouders of anderen in je clan. Pas dan kun je je voordeel doen met het vermogen om lange afstanden te lopen en zo op dieren te jagen. Het is dus geen kwestie van nature of nurture, maar van nature via nurture, zoals wetenschapsjournalist Matt Ridley het ooit in een boektitel verwoordde. De mens kon zijn talent voor langeafstandslopen ontwikkelen dankzij zijn cognitieve raffinement.

Het interessante, gaat Joseph Henrich door, is dat deze theorie niet alleen een verklaring geeft voor de oorsprong van hardlopen, maar je zelfs op het spoor zet van de oorsprong van de menselijke cultuur. Want omdat we informatie hebben over hoe de anatomie van de menselijke voet zich heeft ontwikkeld, kunnen we in principe uitrekenen wanneer het langeafstandslopen – en de bijbehorende cultuur – ongeveer moet zijn ontstaan. De huidige schattingen gaan uit van zo’n vierenhalf miljoen jaar geleden.

Minder oud dan gedacht? De mens beheerst het vuur waarschijnlijk nog maar zo'n 400.000 jaar.

Blote voeten

Bij vuur is iets vergelijkbaars aan de hand. Het koken van het vlees dat de jacht opleverde, had allerlei effecten op de bouw van ons lichaam: we kregen kleinere tanden en grotere hersenen omdat gekookt eten makkelijker te kauwen is en veel meer energie oplevert. Omdat die veranderingen zo’n 1,8 miljoen jaar geleden intraden, kun je aannemen dat de bijbehorende cultuur – een striktere taakverdeling tussen jagers en kokers, het aanleggen en beschermen van voedselvoorraden – ook al zo oud is.

Dit alles is niet bedoeld als verklaring voor het feit dat lopen nu zo populair is. Zo was de jacht bij uitstek een mannenaangelegenheid en zijn het steeds vaker vrouwen die hardlopen. De grootste groep lopers bestaat inmiddels uit vrouwen tussen de 25 en 34 jaar oud, en in 2012 deden in de VS voor het eerst meer vrouwen mee aan hardloopwedstrijden dan mannen.

Het betekent ook niet dat het beter of natuurlijker is om op je blote voeten te lopen, zoals onze voorouders deden. De loopvermogens van ‘oervolkeren’ hebben mede aan de basis gelegen van de recente rage van het barefoot running – het hardlopen met zo min mogelijk demping. Ondanks die populariteit is er tot op de dag van vandaag geen overtuigend bewijs dat het loont om weinig vergevingsgezinde ondergronden als afvalt en stoeptegels zonder enige demping te lijf te gaan.

Wat het eerder betekent, is dat runner’s high geen recente uitvinding is van ontstressende forensen, maar ons in de genen zit. Dat het gezond is, is mooi meegenomen. En ondertussen genieten we heimelijk van ons fluorescerende schoeisel.

De Kennis van Nu
Zondag 19 oktober, NPO 2, 19.45-20.15 uur