illuminati

Klimaatverandering, 9/11 en de ramp met vlucht MH17: zomaar een paar zaken waar complottheorieën over bestaan. Waarom bedenken we dit soort theorieën? En hebben ze ook een functie? We vroegen het aan theoretisch filosoof Daniel Cohnitz.

Complottheorieën hebben een lange geschiedenis. In de middeleeuwen geloofden veel mensen bijvoorbeeld dat Joden het bloed van christelijke kinderen gebruikten bij hun religieuze rituelen. En ook tegenwoordig gaan er verschillende samenzweringstheorieën rond, bijvoorbeeld over vaccineren. Zulke theorieën kunnen vergaande consequenties hebben. Daniel Cohnitz, theoretisch filosoof aan de Universiteit Utrecht, doet onderzoek naar het ontstaan en de gevaren van het fenomeen.

Hoe ontstaan complottheorieën?

Iedereen kan zich wel voorstellen dat er mensen zijn die alleen aan hun eigen belang denken en daarom in het geheim obscure dingen doen. Complottheorieën borduren daarop voort. Wanneer er iets heel heftigs gebeurt, wil je graag weten hoe dat komt. Volgens Cohnitz vragen complotdenkers zich af wie er profiteert van de uitkomst, om zo de oorzaak te achterhalen. ‘Het probleem van deze manier van redeneren is dat je ervan uitgaat dat elke gebeurtenis het gevolg is van een opzettelijke actie. De meeste dingen die in de wereld gebeuren zijn echter een fout of gebeuren per ongeluk. Als je geen bewijs hebt dat er opzet achter zit, is het misleidend om die vraag te stellen.’

Cohnitz geeft als voorbeeld de ramp met vlucht MH17. Een van de meest besproken complottheorieën over deze gebeurtenis is dat het eigenlijk een valse-vlagoperatie was. Dit betekent dat bijvoorbeeld een leger een actie uitvoert om iemand anders de schuld ervan te geven. Veel complotdenkers geloven dat niet de pro-Russische rebellen, maar het leger van Oekraïne het toestel neerschoot, om vervolgens Rusland de schuld te kunnen geven. Toch was deze dramatische vliegramp volgens Cohnitz hoogstwaarschijnlijk geen opzet en is het onjuist om een dader te zoeken door te kijken wie er profijt van heeft.

Mensen die geloven in complottheorieën doen juist dingen goed

Volgens Cohnitz zijn volgers van samenzweringstheorieën in landen als Nederland en Duitsland vaak kritische mensen. ‘Ons nieuws voorziet ons over het algemeen van juiste informatie. Om in zulk soort landen een ander wereldbeeld te krijgen en bijvoorbeeld in complottheorieën te gaan geloven, moet je iets extra’s doen. Complotdenkers kijken kritisch naar verschillende bronnen en vormen zo hun ideeën. Volgers van deze theorieën doen dus iets wat we mensen adviseren om te doen. Toch leidt dit vaak tot een verkeerd beeld van de situatie.’

Complottheorieën klinken vaak erg aannemelijk, omdat er experts aan het woord komen. In verschillende samenzweringsdocumentaires over 9/11 komen architecten en ingenieurs voor. De experts leggen bijvoorbeeld uit waarom de torens niet zo hadden kunnen vallen zonder dat er van tevoren explosieven in geplaatst waren. Voor veel mensen klinkt dat erg overtuigend. Maar volgens Cohnitz is het voor de meeste mensen moeilijk te bepalen wie de juiste experts zijn, omdat je zelf niet genoeg weet over het onderwerp.

Wantrouwen in de wetenschap

‘Daarom hebben wij in onze maatschappij instituten, zoals universiteiten, om ons daarbij te helpen’, zegt Cohnitz. ‘Maar tegenwoordig worden deze instellingen ook steeds minder vertrouwd.’ Een voorbeeld: veel mensen die geloven dat de opwarming van de aarde niet door de mensen wordt veroorzaakt, denken dat instituten die hier onderzoek naar doen hun resultaten manipuleren voor meer onderzoeksgeld.

Cohnitz: ‘Er zijn controlemechanismes in de academische wereld die ervoor zorgen dat externe financiering jouw resultaten niet beïnvloedt. Onafhankelijke wetenschappers controleren namelijk elkaars werk. Dit is belangrijk om naar het grotere publiek te communiceren, zodat zij weten hoe wetenschap werkt en waarom je het kan vertrouwen.’

Theorieën blijken soms waarheid

Hoewel veel complottheorieën in twijfel worden getrokken, zijn er ook theorieën die uiteindelijk waar blijken te zijn. Iedereen die vóór 2013 zei dat de Amerikaanse overheid haar eigen inwoners afluisterde, werd door veel mensen als paranoïde beschouwd. Maar de geheime documenten over spionageactiviteiten van de Amerikaans geheime dienst, waarmee Edward Snowden naar buiten kwam, bewezen het tegendeel. De Watergate-affaire is nog een voorbeeld waarbij complotdenkers al van tevoren rapporteerden dat er iets niet klopte.

Omdat sommige theorieën toch blijken te kloppen, denkt Cohnitz dat er niet alleen maar nadelen aan zitten. ‘Men kan denken dat complottheorieën ons eraan kunnen helpen herinneren dat mensen met veel macht niet altijd de goede intenties hebben. Daarom zouden we moeten zorgen dat instituten of mensen met veel macht regelmatig gecontroleerd worden, om te voorkomen dat complottheorieën waarheid worden.’ Toch gaat dat volgens Cohnitz lang niet altijd op. Zo worden volgens hem in sommige landen, zoals Hongarije, Polen en Turkije, samenzweringstheorieën gebruikt door de politiek om de afschaffing van de vrije pers of andere instellingen te rechtvaardigen. Cohnitz: ‘Ik heb dus twijfels of onjuiste complottheorieën een positieve impact kunnen hebben.’