simultaantolk

Tolken die live vertalen bij congressen en persconferenties beschikken over een extreem multitaskend brein. Neurowetenschappers onderzoeken de lenigheid van hun hersenen.

Het was een van de spannendste momenten uit haar carrière, het tolken bij een persconferentie met de voetballer Diego Maradona. ‘De volledige buitenlandse pers was aanwezig. Ik zat in een hokje en kon Maradona niet zien. Dat is altijd lastig, wanneer je de mond niet ziet. ‘Platini is een arrogante Fransman, net als alle andere Fransen. En Pelé hoort in het museum,’ zo beledigde Maradona een aantal prominenten uit de voetbalwereld. Een split second later herhaalde ik dit in het Engels. Op zo’n moment ben je doodsbang dat je het niet goed gehoord hebt. En het de volgende dag toch in de krant staat.’

Kortetermijngeheugen is constant bezet

Het werk van Sybelle van Hal, congrestolk Spaans, Engels en Nederlands, is geen dag hetzelfde. In de afgelopen dertig jaar tolkte ze bij wk-persconferenties en internationale strafzaken, maar ook bij presentaties van de nieuwste collectie van een bekend ondergoedmerk. Niet-voorgevormde-beugel-bh’s, stringetjes en de ‘private’ collectie, inclusief oogmaskers. ‘Daar moet je je goed op voorbereiden, je moet alles kunnen vertalen. Zonder “Uh” of gestotter.’

Er zijn weinig beroepen waarbij de zintuigen en hersenen zo veel tegelijkertijd verwerken als bij dat van de simultaantolk. De ene zin komt het oor al binnen terwijl ondertussen de vorige zin perfect vertaald de mond uit stroomt. Het kortetermijngeheugen, het warmhoudplaatje van het brein, is constant volledig bezet.

Talenwonders in de hersenscanner

Neurowetenschapper Alexis Hervais-­Adelman, verbonden aan het Max Planck instituut in Nijmegen, onderzoekt deze taaljongleurs. Er is nog maar weinig bekend over hoe hun hersenen deze complexe taak aankunnen. Voorafgaand aan zijn onderzoek deed Hervais-Adelman zelf een crash course. Omdat hij tweetalig opgevoed is, in het Frans en Engels, verwachtte hij dat het hem wel aardig af zou gaan. Maar het viel erg tegen. ‘In het begin kom ik aardig mee, maar al snel loop ik vast. Een heel betoog vertalen, compleet met de juiste grammatica, stijl en de humor die iemand gebruikt, en dat allemaal binnen zeer korte tijd, dat lukte me totaal niet.’

´ Eigenlijk gaat dit onderzoek niet over taal, maar over de verandering in de hersenen als je ergens expert in wordt ´

Hervais-Adelman deed zijn onderzoek aan de Universiteit van Genève, waar de beste simultaan tolken ter wereld worden opgeleid. De meeste komen terecht in de internationale rechtspraak of politiek, bij de Verenigde Naties of in Brussel. Hervais-Adelman volgde een groep van vijftig talenwonders die aan de opleiding begonnen. ‘Iedereen spreekt minstens drie talen, de meeste wel zes.’ Hij legde ze bij aanvang van de opleiding in de hersenscanner en na een jaar weer. De studenten kregen in de scanner zinnen te horen die ze direct moesten vertalen.

Alle sluizen staan open

Over de hersenen van simultaantolken mag dan weinig bekend zijn, naar tweetaligen wordt al wel langer onderzoek gedaan. Volgens Ton Dijkstra, hoogleraar psycholinguïstiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, denken veel mensen dat elke taal een apart vakje in de hersenen heeft. Maar tussen de talen bestaan heel veel verbindingen. Onlangs toonde Dijkstra met onderzoeker David Peeters aan dat tweetaligen continu bezig zijn met het onderdrukken van de taal die ze op dat moment niet gebruiken. Die vaardigheid, het snel onderdrukken en schakelen naar de andere taal, is een pittige work-out voor het brein. Maar als je het al jong onder de knie hebt, heb je er mogelijk de rest van je leven wat aan.

Onderzoek van Evy Woumans aan de Universiteit Gent wees uit dat tweetalige Belgen gemiddeld vier jaar later symptomen van Alzheimer krijgen dan landgenoten die maar één taal spreken. Het trainen van die hersenschakelaar zou daar wel eens mee te maken kunnen hebben.

Bij simultaantolken is een snelle schakelaar echter niet genoeg. Hervais-Adelman: ‘Bij hen zijn beide talen continu actief, alle sluizen staan open.’ Dat zag Hervais-Adelman ook terug in de hersenscans. De taalgebieden waren niet erg actief maar wel een ander gebied, de ‘rechter caudate nucleus’.

Dit gebied maakt deel uit van ons oeroude, primitieve ‘reptielenbrein’ en houdt zich bezig met managementtaken, zoals het aansturen of afkappen van bewegingen. Hervais-Adelman: ‘Bij de beginners zag ik veel activiteit in dit hersendeel, maar na een jaar training helemaal niet meer. Er was kennelijk minder controle nodig. ­Eigenlijk gaat dit onderzoek dan ook niet over taal, maar over de verandering in de hersenen als je ergens expert in wordt. Bij onderzoek naar professionele musici zie je dezelfde resultaten.’

´ Als ik lang getolkt heb, merk ik dat ik ’s avonds bij het tv kijken nog steeds alles direct naar het Engels vertaal ´

Niet alles is te vertalen

Het mag dan grotendeels automatisch gaan, toch vindt Sybelle van Hal het na ­dertig jaar nog steeds erg vermoeiend. ‘Als ik een lange dag getolkt heb, merk ik dat ik ’s avonds bij het tv kijken nog steeds alles direct naar het Engels vertaal. Ik kan dat niet goed uitzetten.’ Simultaantolken werken om die reden altijd in paren, ze wisselen elkaar om de dertig minuten af. Als de een vertaalt, luistert de ander mee. Vertaalcomputers zullen nooit in de buurt komen van het niveau van multitasken van de simultaantolk. Bovendien mist een computer nuances, zoals humor en de toon van een gesprek. Volgens Hervais-Adelman is dat ook de reden dat mensen alsnog voor de opleiding in Genève zakken, ook al vertalen ze grammaticaal perfect. Sarcasme, ironie en cultuurgebonden grapjes blijven lastig. Het komt natuurlijk wel voor, dat een grap echt onvertaalbaar is. Hervais-Adelman: ‘Ik kreeg ooit het advies om dan te zeggen: ‘U kunt het best even lachen nu.’

Ontdek meer in de special