1

Hoewel het een tijd heeft geduurd, begint het in Nederland op te warmen en nadert het einde van onze lente. Een koude lente, waarin veel trekvogels laat in Nederland aankwamen en lokale broedvogels relatief laat zijn begonnen met broeden.

Voor de ganzen lijkt zo'n koude lente prima, ze hebben immers een dik verenpak en zijn gewend om de zomer door te brengen in de poolgebieden, waar het flink wat kouder is. Maar terwijl het voorjaar in Nederland laat op gang is gekomen, lijken de zaken er in het noorden anders voor te staan. De sneeuw is op veel plaatsen in de Arctis al vroeg gesmolten en het ijs op de rivieren spoed zich al een weg naar de zee. Dit betekent dat het gras, het belangrijkste voedsel voor de ganzen, al snel de grond uit komt zetten, en de ganzen wellicht te laat aankomen om hun voordeel te doen van een voedselpiek aan het begin van de groeiperiode. Volgens klimaatmodellen warmt het noordpoolgebied sneller op dan onze gematigde streken, en zal deze situatie zich in de toekomst alleen maar vaker voordoen. De vraag is of ganzen als lange afstandstrekkers zich goed kunnen aanpassen aan deze veranderingen. 

 Afgelopen voorjaar hebben we, net als in 2014, een experiment gedaan op verschillende locaties langs de trekroute van de Brandgans, waarbij we kijken naar het effect van klimaats opwarming op de belangrijkste voedselplanten van de Brandgans. Voorlopige resultaten laten zien dat het effect van opwarming groter is in de Arctische broedgebieden dan in de gematigde wintergebieden en pleisterplaatsen. Dit voorjaar hebben we met hulp van studenten het experiment voortgezet op Schiermonnikoog en Gotland, Zweden. Ook zullen we het experiment wederom opzetten aankomende zomer in Rusland. Omdat het een veel kouder voorjaar was dan in 2014, zijn we erg benieuwd naar de resultaten van dit jaar! Kijk hier voor meer informatie over dit experiment.

2

Brandganzen broeden niet alleen in het Arctisch gebied, maar sinds de jaren '80 ook in de gematigde streken - het Baltisch gebied en ook Nederland. Broedende brandganzen zijn in Nederland geconcentreerd in de delta - Zuid-Holland en Zeeland. Deze ganzen zitten jaarrond in Nederland en zijn dus eigenlijk geen trekvogels meer. Maar hoeveel verschillen ze nu van hun migrerende soortgenoten? Uit eerder onderzoek weten we dat deze ganzen relatief te laat broeden ten opzichte van de voedselpiek in Nederland, maar dat de overleving van de jongen een stuk hoger is. De meeste juveniele ganzen van de Arctische broedgebieden sneuvelen namelijk tijdens de najaarsmigratie naar het zuiden. Maar hebben de Nederlandse broeders ook echt minder kosten dan hun migrerende soortgenoten? Ze hoeven immers niet 3000 kilometer op en neer te vliegen, maar wellicht is deze trektocht wel minder kostbaar dan we tot nu toe hebben gedacht. En spenderen Nederlandse broeders net zoveel tijd om op te vetten? 

3

Om dit soort vragen te beantwoorden willen we de Nederlandse broedende brandganzen op de voet volgen. Met dit doel hebben we 8 vrouwelijke Brandganzen op de Westplaat Buitengronden, Zuid-Holland, uitgerust met GPS-loggers. Vorig jaar hebben we al 40 Brandganzen in Rusland uitgerust met deze zenders, en we hopen zo mooi de vergelijking te trekken met deze vogels. Tegelijkertijd monitoren we de broedende brandganzen op de Westplaat en weten we hoeveel eieren deze ganzen leggen, hoeveel daarvan uitkomen en hoeveel kuikens overleven. 

4

De Brandganzen zijn al grotendeels vertrokken uit Nederland. Wij vliegen ze snel achterna, en vertrekken aanstaande vrijdag 22 Mei naar Noord-Rusland, op expeditie naar de Brandganzen broedkolonie bij het verlaten dorp Tobseda. Sinds 2002 worden er expedities georganiseerd naar deze plek voor Brandganzenonderzoek. Ons doel dit jaar is voornamelijk om data af te lezen van GPS-loggers waarmee we vorig jaar 40 ganzen hebben uitgerust. Deze ganzen zijn inmiddels op en neer gevlogen naar Nederland, waar we al een gedeelte van de data hebben kunnen aflezen (zie vorige blogpost). We zijn voornamelijk geïnteresseerd in de de aankomstdata van deze ganzen in de broedgebieden, of de ganzen lang of kort in Nederland zijn gebleven, en of ze gebruik hebben gemaakt van verschillende pleisterplaatsen langs de trekroute. Zo kunnen we vergelijkingen maken tussen ganzen met een 'traditionele' migratiestrategie, waarbij ze in April uit Nederland vertrekken en een tijd verblijven in het gebied rond de Oostzee, en ganzen die pas in Mei uit Nederland vertrekken om in één keer door te vliegen naar het hoge noorden. Ook willen we van deze ganzen weten hoe zwaar ze zijn aangekomen in de broedgebieden, hiervoor zullen we de ganzen gaan proberen te wegen terwijl ze op hun nest zitten. Daarnaast zullen we de nesten van de ganzen goed in de gaten houden om bij te houden hoeveel eieren ze leggen, hoeveel kuikens daaruit komen en hoeveel daarvan overleven. 

Kortom, wederom een drukke zomer! We zijn bijna klaar om te vertrekken en druk bezig met de laatste voorbereidingen. Daarnaast zullen deze zomer opnames gemaakt worden voor een aflevering van het programma 'De Kennis van Nu', uitgezonden door de NTR op Nederlandse televisie. Voordat dit wordt uitgezonden in het najaar, zullen we ook een aantal keer op de radio te horen zijn! Radio- en blog-updates zullen gedurende deze zomer te volgen zijn op de website van de NTR (link volgt nog). Meer informatie over dit project is te vinden op onze blog, www.tobseda.com. 

prof