indianen amazonewoud indiaan amazone rain forest regenwoud Kaiapos

Soms lijkt het wel alsof uitsterving van dieren en planten door de mens een recent en westers fenomeen is. Milieuhistoricus Verstegen geeft vijf redenen waarom deze redenering niet altijd opgaat.

Recentelijk schreven we nog over een studie uit Current Biology waaruit blijkt dat de wildernis op aarde weer sterk achteruit is gegaan. En verrassend genoeg nam diezelfde wildernis-studie ook sommige gebieden op waarin mensen leefden. De onderzoekers gingen er namelijk van uit dat de levensstijl van oude traditionele lokale volkeren erg weinig impact op het milieu heeft.

Onze recente DKVN-radiopodcast met milieuhistoricus Wybren Verstegen (Vrije Universiteit Amsterdam) in gedachten houdend vonden we dit een opmerkelijke redenering. Want uit deze podcast wisten we nog dat de indianen uit Noord-Amerika vroeger (in tegenstelling tot wat men altijd denkt) vaak helemaal niet zo duurzaam leefden.

Naar aanleiding van deze studie vroegen we daarom aan Verstegen om vijf interessante weetjes te geven over de mens en zijn complexe relatie met biodiversiteit. Deze feiten zul je volgens ons zeker niet zien aankomen!

1. Een grote biodiversiteit is niet enkel een privilege van 'de natuur'

Sommigen vergeten het wel eens, maar een grote biodiversiteit hoeft in principe niet alleen in de wildernis voor te komen. Het staat als een paal boven water dat de moderne economische groei de natuur enorme schade toebrengt. Alleen waar landbouwgrond uit cultuur wordt genomen kan er iets worden terug gewonnen. Desondanks kunnen ook landbouwsystemen in principe een grote soortenrijkdom herbergen. Dat gold bijvoorbeeld voor Nederland waar de biodiversiteit rond 1850 hoger was dan oorspronkelijk.

2. Uitsterving door de hand van de mens gebeurde eerder dan je zou denken

Wij nemen vaak aan dat traditionele gemeenschappen vaak heel veel respect hebben voor de natuur. Dat is echter niet altijd vanzelfsprekend, zeker niet als je naar het verleden kijkt. Om te beginnen werd het grootste deel van de megafauna na de laatste IJstijd zo’n 11.000 jaar geleden in Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland door 'advanced hunters' aldaar overbejaagd en uitgestorven. En dan moet je denken aan percentages van 70 tot 99 procent.

3. Ook niet-westerse bevolkingen hebben het potentieel om natuur te vernietigen

Zo tussen 900 en 1200 hadden de Anasazi-Indianen in Noord-Amerika hun woongebied (gelegen in het zuid-westen van de VS) compleet ontbost. Hun beschaving stortte daarna in. In Afrika zou dit ‘uitwonen’ van bossen in principe voor sommige gebieden ook kunnen hebben gegolden, maar de reden waarom dit niet gebeurde is dat daar weinig bevolkingsgroei plaatsvond omdat die groei steeds werd afgeroomd door slavenhandelaren.

4. De levenswijze van traditionele Amazone-bewoners was ook niet altijd even duurzaam

De bewoners van de Amazone waren landbouwers, maar door Europese ziektes zijn er zoveel gestorven dat zij zijn 'teruggevallen' tot de status van jager-verzamelaars. De nieuwe wildernis die er daardoor ontstond is inmiddels 500 jaar oud. Hun levenswijze is inderdaad duurzaam en heeft weinig 'impact' op de wildernis. Maar vroeger was dat dus wel anders. Desondanks kenden ook hun landbouwsystemen een grote soortenrijkdom.

5. Mensen kunnen 'wildness' op grote schaal creëren

Zoals historicus Michael Bess over Frankrijk schreef: 'the wilderness disappears, but wildness is still possible'. Wij mensen kunnen ook 'wildness' creëren, zelfs op grote schaal. Dat zie je in de 19e eeuw, toen de veepest onder Afrikaanse runderen de ruimte schiep voor het ontstaan van de Serengeti. Dat was een toevalstreffer, net zoals het natuurgebied bij de Oostvaardersplassen (en hoe mooi die natuur is zie je in de film De nieuwe Wildernis). Mensen zetten hun hersenen in, nemen hun verantwoordelijkheid, in plaats van 'op te gaan in de natuur' of daar mee één te worden. Dat is een positieve insteek in de problematiek.