herbarium cacaoplant cacao chocolade naturalis

In het onderzoeksinstituut Naturalis bestudeert hoogleraar etnobotanie Tinde van Andel een zeer bijzondere verzameling ‘herbaria’. Dat zijn collecties op papier gedroogde planten die vroeger voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt werden. En deze supergrote verzameling uit Naturalis is eeuwen oud en nauwelijks bekeken. Nieuws en Co (Radio1) ging op bezoek.

Op zoek naar verborgen plantenschatten uit het verleden

Op zoek naar verborgen plantenschatten uit het verleden

Onder de slogan van haar oratie ‘Open de Schatkamer en dekoloniseer het museum’ heeft Van Andel (verbonden aan de Universiteit van Leiden en Wageningen) zich als doel gesteld om samen met andere onderzoekers uit de wereld de collectie van Naturalis uit te pluizen. Het woordje dekoloniseren gebruikt Van Andel overigens niet zo maar. Want de planten die Europeanen sinds de Renaissance uit andere delen van de wereld haalden komen juist vaak uit vroegere kolonies zoals Indonesië, Sri Lanka, en Suriname.

Botanie, ofwel de kennis over planten, is ongetwijfeld een van de oudste wetenschappen op aarde. Of je ze nu als voedsel, medicijn, gif, bouwmateriaal wilt gebruiken, een goede plantenkennis kon je vroeger vooruit helpen in de wereld. Daarom werden plantenboeken ook vaak als zo waardevol gezien dat ze regelmatig als geschenk aan machtige heersers werden gegeven.  

Europese fascinatie voor planten

Je zal het je nu ook misschien niet meer kunnen voorstellen, maar plantkundigen in de Renaissance dachten voor een tijd dat ze zowat alle soorten planten op aarde doodleuk in een boek zouden kunnen stoppen. Maar net zoals op het gebied van kunst en geschiedenis kwam de kennis over planten met de Renaissance in een stroomversnelling.

Door handel en kolonisatie ontdekte men nieuwe waardevolle soorten (zoals de tomaten-, rijst- en aardappelplanten). Ook ontdekte men in de Arabische wereld kopieën van oude Romeinse en Griekse geschriften over planten waarvan Europa (bijna) niet meer wist dat ze bestonden. Tijdens de Arabische overschrijvingen waren er echter soms fouten in geslopen. De Italiaanse humanisten gingen daarom op zoek naar de planten uit de teksten om de fouten te kunnen corrigeren.

Machtige lokale heersers (zoals de Medici in Firenze) stelden in Italië hun tuinen met rijke plantencollecties ook open voor wetenschappelijk onderzoek. Niet alleen vormde dit het begin van de botanische tuinen, maar wetenschappers uit heel Europa kwamen in de tuinen les volgen. De kennis die ze opdeden namen ze terug mee en startten hun eigen botanische tuin. Papier werd bovendien goedkoper, en een uiterst slimme Italiaanse plantengeleerde (ofwel botanicus) Luca Ghini merkte dat op papier geplakte gedroogde planten een bijzonder goede houdbaarheid hebben. Uiteindelijk werden plantencollecties daarmee zo groot dat er met losse vellen papier gewerkt ging worden in plaats van boeken.

The Orto Botanico di Firenze  Botanische Tuin Florence

De rijke plantencollectie van de Giardino dei Semplici (ofwel de Botanische Tuin van Firenze) werd door De Medici opengesteld voor wetenschappers vanuit heel Europa. Ook nu nog kun je een van de eerste botanische tuinen uit de geschiedenis bezoeken.

Plantenkennis als oorlogsbuit

Herbaria kun je ook als een aantoonbaar bewijs beschouwen voor de eeuwenoude Europese fascinatie voor planten. Botanische kennis was zelfs een zeer waardevolle oorlogsbuit. De Praagse herbaria van Heilig Roomse Keizer Rudolf II (eveneens voormalig eigenaar van de zeldzaamste dodo-restanten), werden door koning Maximiliaan van Beireren beroofd. Hij werd er op zijn beurt weer van onteigend door Zweden. De collectie van koningin Christiana (van wie het verhaal gaat dat ze zo mannelijk en wetenschappelijk geïnteresseerd was dat niemand met haar wilde trouwen) werd door de Nederlandse bibliothecaris Isaac Vossius, enerzijds naar Londen, en anderzijds naar Leiden gehaald.

Naast de ontdekte soorten die de Nederlanders hebben meegenomen, is het onder meer deze collectie die nu in Leiden klaar ligt om te ontdekken. Nieuwe soorten planten verwacht Van Andel niet te vinden. Wel hoopt ze te kunnen ontdekken hoe men in verschillende tijdsperiodes tegen sommige planten aankeek, en wil ze onderzoekers uit de voormalige koloniale landen met de collecties laten kennismaken. Onder meer betrekkingen met Syrische onderzoekers staan op het programma.