Nederland Volle Tweede Kamer politiek parlement

Bijna tachtig procent van de wetten die de Nederlandse politiek maakt krijgt geen énkele media-aandacht. En als er wel uitvoerige aandacht voor een onderwerp is, laten Kamerleden zich bij het maken van nieuwe wetten amper door de media beïnvloeden.

Je leest het goed: 78 procent van de wetten die Nederland maakt is voor media niet nieuwswaardig genoeg. Slechts 22 procent wel. En als we nog strenger zijn en kijken hoeveel wetten uitvoerige aandacht krijgen (vijf krantenartikelen of meer) komen we uit op een schamele elf procent.

Tot die conclusie kwamen promovenda Lotte Melenhorst (Universiteit Leiden) en haar collega’s eind 2015, toen ze de krantenberichtgeving voor alle 603 wetten die tijdens drie parlementaire jaren tussen 2006 en 2011 onderzochten. Naast kranten bestaan er natuurlijk ook nog andere massamedia zoals tv en radio, maar er is doorgaans niet veel politiek nieuws dat deze media brengen dat niet in ook al in een krant staat (internet misschien uitgezonderd).  

Verder waren het niet alleen de begrotingswetten of zeer technische maatregelen die de dans ontsprongen. Ook maatregelen die direct invloed hadden op het leven van burgers ontliepen het oog van de media, zoals een wet over de re-integratie van zieken op de arbeidsmarkt of een wet over financieringsplannen voor elke scholier uit het middelbare beroepsonderwijs.

Deze bevindingen roepen dus vragen op over democratische rol die de pers zou moet spelen, en het beeld dat pers over politiek geeft. “Vanuit de informatiefunctie die massamedia vervullen binnen de parlementaire democratie is dat zorgelijk,” zegt Melenhorst. “Tijdens verkiezingen zouden burgers in staat moeten zijn om degene die zij de vorige keer verkozen hebben te belonen of straffen voor wat zij de afgelopen jaren hebben gedaan. Dan is het problematisch als zij weinig tot geen informatie hebben over het gedrag van deze politicus of partij in de context van zoiets fundamenteels als wetgevingsprocessen.”

Mediabelangstelling doet Kamerleden niet van gedachten veranderen

En wat als er wel veel media-aandacht voor een wetsvoorstel bestaat? Heeft dat dan invloed op de parlementaire behandeling ervan? Om deze vraag te beantwoorden is Melenhorst voor haar promotie-onderzoek de totstandkoming van drie wetten waarvoor grote mediabelangstelling was nagegaan. Het gaat om de Wet normering topinkomens, de Wet werk en zekerheid, en de Wet Studievoorschot hoger onderwijs).

Sommigen zouden misschien denken dat Kamerleden door de media-aandacht tal van aanpassingen (amendementen) en moties gaan indienen. Maar uit het promotieonderzoek van Melenhorst blijkt dat dit amper het geval is.

“Het werkt anders,” zegt zij. “Als er sprake is van grote publieke belangstelling hebben de partijen meestal al een positie ingenomen voordat een wetsvoorstel daadwerkelijk in de Kamers behandeld wordt. Ook hebben ze veel informatiebronnen tot hun beschikking, zoals onderzoeksrapporten en brieven, en voeren ze vaak gesprekken met betrokkenen. Daardoor heeft media-aandacht niet op nauwelijks invloed  gehad op de uitkomst van deze drie wetsbehandelingen. Wel bestaat er een soort klemtoon-effect. Politici kunnen media-aandacht gebruiken om de richting van het publieke debat te beïnvloeden of om bepaalde elementen van een wetsvoorstel te benadrukken. Maar hun mening veranderen politici zelden door mediaberichtgeving.”

Werk Kamerleden sterk onderbelicht

De grootste mediabelangstelling voor deze wetsvoorstellen was er volgens Melenhorst overigens op het moment dat de wetsvoorstellen werden aangekondigd enerzijds, en tijdens de uitvoering van de nieuwe wetten anderzijds, wanneer de daadwerkelijke gevolgen ervan zichtbaar werden. "Tijdens de fase waarin het wetsvoorstel door het parlement behandeld wordt, waren de contacten tussen politici en journalisten een stuk minder intensief,” zegt de politicologe. “Dit betekent dat het voor volksvertegenwoordigers moeilijker werd om aan het publiek te laten zien wat ze aan het wetsvoorstel gedaan hebben.”

Het beperkte aantal wetsvoorstellen maakt het een beetje moeilijk om haar resultaten voor alle gemediatiseerde wetten te veralgemenen. Wel keek Melenhorst bij haar promotie-onderzoek naast kranten ook naar andere media, zoals landelijke weekbladen, radio en tv.