Johann Sebastian Bach

Als vanouds wordt vandaag en morgen de Matthäus-Passion weer opgevoerd. Voor sommigen is de opvoering van Johann Sebastian Bachs beroemde werk sowieso al een artistiek hoogtepunt. Maar anderen zoeken zo intensief naar geheime getalpatronen dat Dan Brown en zijn Da Vinci Code erbij in het niet vallen. Want het zou maar eens waar kunnen zijn. En de zoektocht is eeuwenoud.

Podium Witteman-presentator Paul Witteman mag dan veel van klassieke muziek houden, van verborgen cijferpatronen in Bachs muziek ontdekken wordt hij niet warm. Maar zijn broer Wim, dirigent van beroep, is compleet het andere uiterste. “Mijn broer gelooft heilig in allerlei mathematische symboliek die Bach in zijn muziek zou doorgevoerd hebben,” zegt Witteman. “Hij is ervan overtuigd dat Bach nog een groot wiskundige zou zijn geworden als hij langer zou hebben geleefd. Deze week trok hij me nog bij mijn mouw om een hele getallenanalyse van een openingschoraal van Bach op me af te vuren. Dat doet hij regelmatig, ook al heb ik daar niet altijd evenveel zin in.”

Wittemans broer is lang niet de enige in het wereldje van de klassieke muziek die een grote waarde hecht aan de getallensymboliek bij Bach. Tegelijkertijd blijkt het een heel gevoelig onderwerp te zijn. Kortweg even zeggen welke cijfersymboliek er in de Matthäus-Passion zit, geeft dirigent Jan Kleinbussink koude rillingen. Hoewel Kleinbussink een echte rot in het werk van Bach is, krijgen we van hem de vraag of we niet een week kunnen wachten met het schrijven van dit artikel. “In combinatie met mijn drukke agenda heb ik die tijd echt nodig, zodat ik niet afdaal tot het niveau van speculatie,” zegt Kleinbussink. “Ik wil een meesterwerk als dit geen oneer aandoen.”

Sommigen gaan ver. Erg ver.

Ergens is dat begrijpelijk. Hoewel het leven van Bach vrij goed gedocumenteerd werd, is er geen enkel document te vinden waaruit blijkt dat Bach zijn muziek door middel van getallen bewust een extra dimensie wilde geven. Toch zoeken en zien mensen sinds de 19e eeuw talloze cijferpatronen in zijn partituren.

En dat gaat heel ver. Dat Bach zijn eigen sterfdatum in zijn Matthäus-Passion verwerkt zou hebben (zoals het dubieuze boek Bach en het Getal beweert), is onder Bach-kenners misschien wel de klassieker van de cijferwaan. Maar ook de 190 bas-noten uit de aardbevingsscène na Christus’ dood kunnen én moeten volgens sommigen verwijzen naar psalmen 18, 68 en 104. Dat zijn drie oude religieuze liederen waarin aardbevingen uit het Oude Testament worden beschreven. Voor Kleinbussink totaal ongeloofwaardig.

Dirigent Daan Admiraal voerde de Matthäus-Passion al meer dan dertig keer uit. Ook hij snapt wel waar deze rekenfascinatie van sommigen vandaan komt: “Als je Bachs werk leest, dan merk je hoe ongelofelijk gestructureerd en geordend zijn muziek is. Tegelijkertijd had hij zo’n druk professioneel en privéleven, met in totaal twintig kinderen, dat je je niet kunt voorstellen dat hij voortdurend bezig was met cijfersymboliek. En toch kunnen sommige patronen geen toeval zijn.”

Van Judas zijn we zeker

Volgens Admiraal is het zo klaar als een klontje dat Bach bewust een dertig noten tellende melodie neerschreef nadat Judas over zijn spijt zingt dat hij Jezus verried. In het evangelie zijn het immers dertig zilverlingen die Judas voor zijn verraad kreeg en die hij uiteindelijk weggooit. Kleinbussink is het met deze gedachte eens. Ook hoor je eerder, tijdens het Laatste Avondmaal, de twaalf apostelen slechts elf keer verbijsterd ‘Herr’ (Heer) roepen wanneer Jezus zegt dat iemand hem zal verraden. Judas hield mooi zijn mond in de storm van reacties.

"Am I the one, Lord? (Herr, bin ich's?)

Daarna wordt het schimmiger. Bij de verschillende keren dat Jezus in de Passion zingt begeleiden in het totaal 365 bas-noten hem. Betekenis: het geloof in Christus geldt volgens Bach alle 365 dagen van het jaar. En het tweede deel van de Passion duurt langer dan het eerste deel, het symbool voor de korte en lange arm van het Latijnse kruis. Toeval of niet? Elk van de hypotheses heeft zijn voor- en tegenstanders.

3, 27 en 14

En dan hebben we het nog niet eens over al de verbanden tussen de cijfers 3 en 27. De heilige drie-eenheid (vader, zoon, én de heilige geest) is een zeer belangrijk gegeven in de meeste christelijke stromingen. 3x3x3 is 27 en 27 solozangen (of beter gezegd: recitatieven) komen er in de Matthäus-Passion voor. 27 keer 27 is ook 729, het totale aantal maten dat de Passion heeft.

En dan is er het getal 14. Dat is het dubbele van het cijfer 7, sowieso al een getal met een mystieke bijklank. Ook merkte een Duitse musicoloog in de vorige eeuw op dat, als je de letters van Bach volgens het Latijnse alfabet in cijfers omzet, je ook op 14 uitkomt (B=2 + A=1 + C=3 + H=8). Er zitten 14 koralen in de Matthäus-Passion, en Jezus zingt in totaal 14 keer.

Begint het al te duizelen? Geen nood, anderen hebben eerder al voor je vastgesteld dat de som van die 365 begeleidende bas-noten bij de Christus-recitatieven (3+6+5) ook 14 is. Welke patronen nu toeval zijn en welke Bach expres neerschreef, zullen we waarschijnlijk nooit helemaal zeker weten. Volgens Kleinbussink moet Bach de getallenkunde in ieder geval wel gekend hebben, want de bekendheid ervan gaat al terug tot filosofen uit de klassieke oudheid en de middeleeuwen.

Maar volgens Paul Witteman is dat alles geen belemmering voor jou en mij om naar de Matthäus-Passion te luisteren. “Stel, je hebt een wagen die het op een prachtig manier doet. Dan kun je daar sowieso ook van genieten, zonder al de technische snufjes te kennen.”

Naast de geïnterviewde personen in dit artikel gaat een speciale dank uit naar het VU-Orkest uit Amsterdam voor het tot stand brengen van dit artikel.