Wat vertelt een fossiele schedel over het wel of niet rechtop lopen van de eigenaar? Daarover is al heel lang heel veel reuring in de wetenschappelijke wereld. Nienke Beintema, wetenschapsjournalist voor onder meer De Kennis van Nu en NRC Handelsblad vertelt dat gaat om de plek van het gat onderin de schedel, waar het ruggenmerg aan de hersenen vast zit. "Bij ons zit dat gat recht onder de schedel. Daardoor staat ons hoofd ook netjes boven de schouders. Bij bijvoorbeeld honden en paarden zit het gat verder naar achteren – maar ook bij chimpansees en gorilla’s." In 1925 was er een Australiër, Raymond Dart, die als eerste zei dat de positie van dat gat bij ons te maken heeft met het feit dat wij rechtop lopen. Hij had een schedel in handen gekregen van een mensachtige van 2,5 miljoen jaar oud, die we nu kennen als Australopithecus africanus. Raymond Dart zei dat dit geen aap was, maar een vroege mensachtige die op twee benen liep, omdat dat gat zo ver naar voren zat. Maar hij kreeg enorm veel kritiek over zich heen van vakgenoten. Zo erg dat hij stopte met werken en de rest van zijn leven zwaar gedeprimeerd was. Maar toch bleef er discussie over de theorie van Dart.