Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
rubberboom

Rubber komt van het sap van de rubberboom, maar in Wageningen wordt druk gewerkt aan een ander natuurlijk alternatief. Ingrid van der Meer en Jan Kirschner vertellen hoe ze paardenbloemen willen omtoveren in kleine rubberfabriekjes. 

Rubber uit paardenbloemen halen is geen nieuw idee. Om niet afhankelijk te zijn van buitenlands rubber, experimenteerde de Sovjet-Unie al voor de Tweede Wereldoorlog met alternatieve natuurlijke rubbersoorten. De Kazachse paardenbloem bleek een veelbelovende kandidaat. Het Kazachse paardenbloemenzaad werd onder geallieerden verspreid en op verschillende plekken startten rubberveredelingsprogramma’s.

Direct na de Tweede Wereldoorlog stopten deze programma’s; natuurrubber uit de rubberboom was weer volop voorhanden en synthetisch rubber was in opkomst. Niemand dacht meer aan de Kazachse paardenbloem. Tot in 2008 de olieprijs en daarmee de rubberprijs zo hoog opliep dat het financieel aantrekkelijk werd om ook in Europa rubber te kunnen kweken. Bovendien heeft de rubberboom last van een schimmelziekte. Met een beetje pech raakt de volledige bestaande natuurlijke rubberproductie verloren, een ramp voor de productie van banden, handschoenen en condooms. Genoeg reden voor onderzoekers van Wageningen University and Research en het plantenresearchbedrijf KeyGene om op zoek te gaan naar een alternatief. En waarom dan niet beginnen met dat veelbelovende vooroorlogse paardenbloempje?

Op expeditie in Kazachstan

Dus op naar de zadenbank. De Wageningse onderzoekers bestelden het zaad bij verschillende grote zadenbanken. Dat bleek nog niet eenvoudig, zo had men in een Amerikaanse zadenbank het zaad dood laten gaan. Gelukkig was het op diverse plekken nog voorradig. Het zaad werd gezaaid, maar de plantjes die opkwamen bleken niet de bijzondere Kazachse paardenbloem met een hoog percentage rubber in de wortels, maar een ordinaire variant. Er moest een expeditie opgezet worden, die op zoek ging naar oorspronkelijke Kazachse exemplaren. Jan Kirschner, botanicus aan het IBOT (Botanisch Instituut)in Tsjechië, leidde de missie. Door de telefoon vertelt hij enthousiast over zijn zoektocht.

‘Uit de literatuur wisten we ongeveer waar we moesten zoeken, in valleien in het zuidoosten van Kazachstan. We vertrokken in de zomer van 2008. Het was een prachtig gebied, waar we ons te paard voortbewogen. Het duurde drie dagen voor we de eerste plant vonden.’ Een bijzonder moment: ‘Toen realiseerde ik me wat de leefomgeving was van de paardenbloem. Het is een nauwe ecologische zone. Ze groeien het beste op hellingen tussen de 1700 en 2000 meter, waar het behoorlijk nat is. Of ze groeien tussen andere natte vegetatie. Toen ik eenmaal wist waar ik moest zoeken, vond ik heel veel planten. De missie was succesvol!’

Met enige vertraging lukte het dus alsnog om de rubber producerende paardenbloem naar Nederland te krijgen. Of het ook echt lukt om er rubber mee te maken, ziet u donderdag in De kennis van nu.

Afbeelding: Jan Kirschner op expeditie in Kazachstan. Tekst loopt door onder afbeelding. 

Jan Kirschner in Kazachstan

Missers in de zadenbank

Maar het kan dus flink mis gaan in een zadenbank. Dat geeft ook Chris Kik, hoofd collectiebeheer bij de Nederlandse zadenbank (cgn) te Wageningen toe. ‘Welkom in de Nederlandse zadenbank,’ lacht hij als hij ons rondleidt in zijn genenbank. Op het eerste gezicht lijkt het niet zoveel voor te stellen: een eenvoudig gebouwtje met daarin een kleine labruimte, een droogkamer, een aantal gekoelde ruimtes met stellingkasten en vrieskisten. Alles vol met zaad.

In de zadenbank ligt zaad opgeslagen van ongeveer 25.000 herkomsten. Van al deze herkomsten zijn er minstens tien zakjes op voorraad. Zes zakjes om naar gebruikers te sturen, twee zakjes om de kiemkracht te bepalen, twee zakjes om het zaad te vermeerderen en vaak ook nog een zak restzaad. Dertig jaar bestaat de zadenbank, en met een kwart miljoen zakjes gaat er dan wel eens iets fout. Kik pakt een rol streepjescodes. ‘Onlangs zijn alle zakjes opnieuw gestickerd en voorzien van een barcode. Dan zie je meteen hoe vaak het precies mis is gegaan: 4154 zakjes bleken niet meer aanwezig in de zadenbank en we vonden 1363 zakjes waarvan we dachten dat ze er niet waren.’

Afbeelding: de Kazachse paardenbloem. Tekst loopt door onder afbeelding. 

De Kazachse paardenbloem

De juiste plant herkennen

Het grootste risico op fouten in de genenbank ligt volgens Kik bij de allereerste stap: het herkennen van de plant. Dit is waarschijnlijk ook wat er mis is gegaan bij de Kazachse paardenbloem: niet de Taraxacum koksaghyz maar de Taraxacum brevicorniculatum zat in de zaadbanken. Deze heeft ook gehoornde schutbladeren, maar ze zijn wat kleiner (brevi betekent ‘kort’, corniculatum is ‘gehoornd’). En omdat de brevicorniculatum – in tegenstelling tot de koksaghyz –  zonder bevruchting zaad kan zetten, kan hij zich sneller verspreiden in een veld waar het zaad wordt vermeerderd, en zo de overhand nemen.

Zelf heeft de onderzoeker ook wel eens te maken gehad met een verkeerde determinatie. Om nieuwe rassen te creëren, die beter bestand zijn tegen bijvoorbeeld ziekten en plagen, willen veredelaars graag kruisen met wilde kruisbare verwanten. In deze wilde verwanten bevinden zich namelijk vaak interessante genen. Daarom ging Kik in de Trans-Kaukasus op zoek naar de wilde slasoort Lactuca georgica. Hij vond de soort en liet het zaad het volgende jaar in de kas opgroeien om meer zaad te produceren. ‘Bij vergelijk met andere al aanwezige Lactuca-soorten, bleek dat enkele zaadherkomsten van de soort reeds aanwezig waren in de zadenbank, maar dan onder de naam Lactuca virosa.’ Kortom: iemand had deze soort verkeerd gedetermineerd.

Kik geeft toe dat ook hij soms wel heel goed moet kijken om een plant de juiste soortnaam te geven. Afgelopen zomer nog zeilde hij over de meren door Friesland, waar hij steeds een plantje tegenkwam dat langs de kant groeide. ‘Ik dacht: verrek, het zal toch niet! Het leek heel erg op Lactuca georgica.’ Kik wist dat de soort alleen voorkomt in Transkaukasië, maar toch. Hij wilde weten wat het was, dus dook hij met zijn vrouw het riet in. ‘Bleek het Sonchus palustris te zijn, de moerasmelkdistel, die lijkt heel veel op Lactuca georgica.’ De twee planten lijken op een soort lange paardenbloem met meerdere bloempjes aan een lange stengel. Voor een leek niet uit elkaar te houden, wat is Kiks geheim? ‘Tja, het is gewoon een kwestie van heel goed kijken,’ antwoordt hij. ‘Jij herkent toch ook je vrienden en vriendinnen?’

Natuurrubber uit Nederland, meer weten?

In het Europese project Drive4EU werkt Wageningen UR samen met internationale bedrijven en onderzoeksinstituten aan een Europees alternatief: natuurrubber uit de Russische paardenbloem. Met een eigen rubberproductie is Europa minder afhankelijk van import uit andere delen van de wereld en kan ze inspelen op een mogelijk tekort aan natuurrubber.

Wil je meer weten over de pogingen om in Nederland natuurrubber te produceren? Lees hier en hier alles over dit unieke project onder leiding van Ingrid van der Meer van WUR (Wageningen University Research).

Ontdek meer in de special