Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Amsterdams cholera pamflet

Het Amsterdam van de negentiende eeuw werd geteisterd door epidemieën. Naast scheurbuik en syfilis heerste er onder andere pokken, dysenterie, griep, tyfus en tuberculose. In juli 1832 zette ook de blauwe dood voet aan wal, in Scheveningen. De blauwe dood. Oftewel, de cholera. Wat richtte deze ziekte aan in de hoofdstad? 

Vanaf Scheveningen verspreidde de bacterie zich razendsnel. In Amsterdam maakte de ziekte binnen een jaar tijd al zo’n 1200 slachtoffers, wat binnen 40 jaar zou oplopen tot vele duizenden. Aan het einde van de negentiende eeuw, na in totaal zes grote en kleine epidemieën, telde het hele land 21.000 choleraslachtoffers. 

De cholera werd in de volksmond 'de blauwe dood' genoemd. De ziekte veroorzaakte hevige, waterige diarree waarbij het slachtoffer last kreeg van constant braken, gepaard met heftige dorst en misselijkheid. Doordat het lichaam geen vocht meer vasthield droogde het uit en begonnen huid en spieren te verstrakken waarbij dit haarvaten liet knappen. Deze combinatie zorgde er voor dat de huid blauw kleurde.

Medische statistiek
De cholera-uitbraken van de negentiende eeuw behoren tot de eerste epidemieën waarvan we heden ten dagen statistieken voor handen hebben. Deze eeuw wordt gezien als het startpunt van de moderne statistiek. Gegevens en feiten werden al langere tijd verzameld om vervolgens te analyseren, maar dit werd voornamelijk gedaan op het gebied van staatkunde (vandaar de term statistiek). Men zocht naar wetten binnen het sociale leven om zo de politiek te voorzien van een meer wetenschappelijke grondslag. Tegen het einde van de eeuw bleek deze benadering echter ook geschikt voor andere terreinen, bijvoorbeeld de geneeskunde.

Door gegevens te verzamelen over ziekteverschijnselen en sterfgevallen, en door deze vervolgens te combineren met gegevens over bijvoorbeeld drinkwater, bevolkingsdichtheid en welvaartsverschillen, poogden medici inzicht te krijgen in ongunstige leefomstandigheden. Op deze manier kon er gericht gewerkt worden aan epidemiepreventie en –bestrijding.

Themaplattegronden
Gegevens werden in de negentiende eeuw niet alleen gedocumenteerd in archieven, er werd ook nagedacht over een heldere representatie van deze cijfers. Het Amsterdams Stadsarchief is in het bezit van een Amsterdamse themaplattegrond uit 1867, het tweede jaar van de laatste grote cholera-epidemie. Op deze kaart is een schematische weergave van Amsterdam te zien waarin choleraslachtoffers per wijk worden weergegeven.

Themaplattegronden als deze werden ook gemaakt om andere ziektes in kaart te brengen. Bijvoorbeeld op deze themaplattegrond waarop verschillende sterftecijfers van onder andere tyfus en koorts worden samengenomen. Leg je deze kaarten naast elkaar om ze te vergelijken, dan vallen er enkele dingen op. Ten eerste zien we de wijkindeling van 1850: relatief kleine wijken gemarkeerd op alfabetische volgorde, beginnend met A in het centrum en WW tot en met ZZ als buitenste randgebieden (alles buiten de huidige Nassaukade, Stadhouderskade en Mauritskade). Ten tweede valt op dat de gebieden waar de meeste slachtoffers vielen ongeveer hetzelfde zijn op beide kaarten, met wijk QQ als overduidelijk probleemgebied. Dit is de huidige noordwestelijke punt van de Jordaan, oftewel de driehoek die gevormd wordt door de Lijnbaansgracht, de Brouwersgracht en de Lindengracht.

De Jordaan werd in de zeventiende eeuw gebouwd als wijk voor arbeiders en immigranten. Het was een arme wijk, deels bestaande uit krotten. De grachten werden gebruikt als riool en doordat bestrating ontbrak liep men op straat tussen vuil en modder. Een ideale plek voor bacteriën om zich in hoog tempo te verspreiden.

Zoektocht naar oorzaken

Lange tijd wisten zowel burgers als medici niet hoe de cholera zich precies verspreidde. Bij gebrek aan informatie deden de wildste verhalen de ronde. Doordat vooral armen werden getroffen ontstonden tijdens de eerste epidemieën al snel complottheorieën over het uitroeien van de laagste bevolkingsgroepen. Onder medici was de miasmatische theorie echter het meest gangbaar: ziektes verspreiden zich via de lucht. Door giftige dampen afkomstig van besmet voedsel of besmette mensen in te ademen, dachten zij geïnfecteerd te kunnen worden.

In 1854 ontdekte de Britse medicus John Snow dat de cholera bacterie zich verspreidt via water. Tijdens de laatste grote epidemie van 1866 riep de cholera-commissie Amsterdammers dan ook op om bevuild drinkwater zo veel mogelijk te vermijden. Daarnaast werd ook het eten van onrijp fruit, komkommers, meloenen en garnalen sterk afgeraden omdat men dacht dat ook deze producten dragers konden zijn van de bacterie.

Cholera pamflet amsterdam

Vanaf halverwege de negentiende eeuw werd er in enkele Europese hoofdsteden gewerkt aan de aanleg van waterleidingen. Het effect was spectaculair. Maar, deze waterleidingen waren alleen toegankelijk voor de rijke bevolkingsgroepen. Zij die geen waterleiding tot hun beschikking hadden konden emmertjes duinwater kopen van waterhandelaren. In de winter bevroren rivieren waardoor het verkrijgen van vers water bemoeilijkt werd, en zo de emmertjes water duurder. Armen waren in deze periode dan ook weer aangewezen op bevuild water, waardoor de epidemie opnieuw een hoogtepunt bereikte.

Pas in 1883 werd de cholerabacil ontdekt, in menselijke ontlasting. Doordat poepdozen vaak naast rivieren en kanalen stonden vermengde de bacteriën zich gemakkelijk met het grondwater waarna dit het drinkwater insijpelde. Door de komst van steeds meer waterleidingen bleven grote epidemieën uit, al stierven er nog lange tijd mensen aan de ziekte. Een medicijn kwam pas velen jaren later, na 1945, bij de ontdekking van de antibiotica.

Bronnen
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/2010/oktober/Cholera-sloeg-genadeloos-toe-in-Nederland.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2003/Ovt-06-04-2003/Cholera-in-Nederland-in-1832.html
http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/15-dossiers/967-de-dood-in-kaart
http://www.amsterdamhistorie.nl/buurten/buurten1850.html

Vermij, R. (2006) Kleine geschiedenis van de wetenschap. Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam.

Ontdek meer in de special