Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
placebo3
Volgens de wet mogen dokters geen placebo’s voorschrijven aan hun patiënten. Ze moeten de patiënt precies vertellen welk medicijn wordt verstrekt. Toch houdt niet iedere arts zich aan deze wet, zo tonen gegevens van apothekers aan. Maar is er eigenlijk wat mis met het voorschrijven van een ‘mixtura acirubra’ als de patiënt er baat bij heeft?

Vroeger was de stelregel: de arts weet wat goed voor u is. Tegenwoordig pikken de meeste patiënten deze autoritaire houding niet meer. Maar aangezien een aai over de bol of praten met iemand in een witte jas soms al voldoende is om een klacht te laten verdwijnen, rijst de vraag of artsen tegenwoordig wel eens placebo’s voorschrijven aan patiënten.

“Placebo’s worden niet meer voorgeschreven,” zegt Ton de Craen, epidemioloog aan het Leids Universitair Medisch Centrum, stellig. “Er zijn wel placebo’s op de markt. Maar als een arts een placebo zou voorschijven, tast hij daarmee de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt aan. Vroeger was het woord van de dokter heilig, en zullen placebo’s vast wel eens zijn voorgeschreven. Maar ik sluit uit dat dat nu nog steeds gebeurt, omdat de arts tegen zijn patiënt wettelijk verplicht is te zeggen welk medicijn hij voorschrijft, en dat doet het placebo-effect teniet.”

Toch houden artsen zich niet altijd netjes aan de wet. Cees Korstanje, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Farmacologie, is ervan overtuigd dat placebo’s nog steeds worden voorgeschreven. “Vooral aan patiënten met psychische klachten. Hoe vaak dat voorkomt weet ik niet, dat soort gegevens hebben de verzekeraars. Een placebo zal minder kosten dan een regulier geneesmiddel, dus de verzekeraars zullen er blij mee zijn. De farmaceuten zijn wat minder tevreden, omdat er geen commerciële markt voor placebo’s is.”

De geneeskundige zondaars kunnen de nutteloze recepten niet onopgemerkt uitgeven. Leon Tinke, voorlichter van de Stichting Farmaceutische Kengetallen, houdt nauwkeurig de geneesmiddelen in de gaten die de deuren van de apotheek verlaten. “Van de placebo’s die landelijk bij de apothekers bekend zijn en volgens landelijke richtlijnen worden gemaakt weten we hoe vaak ze voorgeschreven worden. De dokter zet dan bijvoorbeeld ‘mixtura acirubra’ of ‘azorubini’ (Latijn voor rood drankje of pil, red.) op het recept. In 1997 zijn in totaal zo’n 100 miljoen recepten voorgeschreven, en 2000 daarvan waren placebo’s. In 2001 zijn er 1160 placebo’s voorgeschreven. Een halvering dus. Die vermindering wordt mogelijk veroorzaakt doordat de patiënt mondiger en kritischer wordt. Mensen laten zich geen geneesmiddel in de maag splitsen waar geen bijsluiter bijzit.”

Wees dus gewaarschuwd wanneer de arts een capsulae maghemiti flavae (gele pil) of mixtura dulcimentha (kleurloos zoet drankje met pepermuntsmaak) voorschrijft. Maar in sommige gevallen kunnen de artsen deze wet omzeilen. Men kan met een verslaafde de afspraak maken dat in het kader van een afbouwprogramma de apotheker geleidelijk de dosering van het middel zal verlagen en ergens in de loop van het programma het middel zal vervangen door een placebo. Hiermee voldoet men aan de verplichte openheid tegenover de patiënt. Ook zijn artsen geoorloofd een placebo-effect op te wekken door een geneesmiddel voor te schrijven dat bij de kwaal niet effectief zal zijn. Zo berust de prettige werking van wrijfmiddelen bij spierpijn op het beter doorbloeden van de huid, niet van de spieren.

In het algemeen werkt een placebo bij dertig procent van de patiënten. Als sommigen geholpen zijn met een nepmiddel, is het dan erg als een arts een placebo voorschrijft in die gevallen? “Dat verschilt sterk van de aandoening,” zegt Korstanje. “Placebo’s werken bij sommige patiënten met een depressie, maar als een arts aan zo’n persoon een placebo voorschrijft en deze patiënt blijkt later zelfmoord te plegen, heeft de arts een groot probleem om zijn beslissing te rechtvaardigen. Maar als de aandoening wat minder gevaarlijke gevolgen kan hebben, zoals bij schubziekte of eczeem, zou de dokter best kunnen proberen de patiënt eerst met een placebo te behandelen. Pas als dat niet werkt, kan hij vervolgens een echt medicijn voorschrijven.”

De vraag voor de wetenschap is bij welke aandoening het placebo-effect nou eigenlijk werkt. De variatie is groot: bij astma blijkt 20 procent van de mensen geholpen met een nepmedicijn, bij een herpesinfectie wel 80 tot 100 procent. Placebo’s lijken niet goed te werken tegen infecties en wonden, maar weer beter bij hersenaandoeningen als de ziekte van Parkinson, depressie en pijn.