Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Cover boek John Gray

De tijd die een mens op aarde heeft, is beperkt. Alleen de goden zijn onsterfelijk. Er zijn mensen die onsterfelijk denken te kunnen worden met behulp van de wetenschap. Die droom heeft een geschiedenis die zo’n anderhalve eeuw teruggaat, laat John Gray zien in zijn nieuwste boek.

Het meest recente voorbeeld is waarschijnlijk Ray Kurzweil. Al jaren trakteert hij zijn lichaam op gezond eten, 150 vitaminepillen per dag en voldoende beweging, om maar zo lang mogelijk in leven te blijven. Want binnen afzienbare tijd is het zover, denkt hij: dan is de technologie zover gevorderd dat mensen hun geest kunnen uploaden naar een computer. Om vervolgens eeuwig te kunnen blijven leven in het digitale universum. De droom van generaties is verwezenlijkt: onsterfelijkheid. Kurzweil hoopt zelfs de doden weer tot leven te wekken. Door gebruik te maken van diens dna, wil hij zijn overleden vader postuum onsterfelijk maken.

En Kurzweil is niet de enige. De Britse biogerontoloog Aubrey de Grey verwacht dat de toenemende kennis van verouderingsprocessen op genetisch niveau – en het vermogen om die processen te beïnvloeden – de mens virtueel onsterfelijk zal maken. De eerste persoon die duizend jaar oud wordt, leeft nu al, volgens De Grey.

Digitale computers en kennis van het menselijk genoom bestaan nog maar relatief kort, en dus kunnen dromen als die van Ray Kurzweil en Aubrey de Grey ook nog maar kort bestaan. Maar de droom om met behulp van de wetenschap onsterfelijk te worden is al veel ouder. John Gray – De Britse filosoof, niet de man van de Venus&Mars-boeken - brengt deze opmerkelijke geschiedenis in kaart in zijn nieuwste boek, The Immortalization Commission: Science and the strange quest to cheat death. Het verschijnt deze maand nog in Nederlandse vertaling als Het onsterfelijkheidscomité.

Verwacht van Gray geen objectieve blik op deze materie. Hij is al jaren een onvermoeibare strijder tegen elke vorm van utopisme. Hij is een soort ultra-realist; vrijwel elke vorm van idealisme kan slechts zijn minachting wegdragen. Of het nu gaat om de idealen van het socialisme of communisme, of om de dromen van de Amerikaanse neo-conservatieven: ze leveren per definitie meer ellende op dan ze oplossen, vindt Gray. Ook in het onsterfelijkheidsideaal ziet hij helemaal niets.

Geesten oproepen
Al in de Victoriaanse tijd probeerde men om met behulp van de wetenschap onsterfelijk te worden, laat Gray zien. Daar was een duidelijke aanleiding voor: de evolutietheorie van Darwin. Die beroofde veel mensen van het uitzicht op een leven na de dood, omdat de mens nu een dier onder de dieren was geworden. Een uitzondering voor de menselijke geest is vanuit dat perspectief moeilijk te rechtvaardigen.

Dat was voor veel mensen moeilijk te accepteren, niet alleen wat betreft hun eigen sterfelijkheid, maar ook voor die van dierbaren die ze verloren. Een select groepje mannen stelde zich daarom ten doel om wetenschappelijk aan te tonen dat de mens wel degelijk onsterfelijk was. Dat deden ze met methoden die we tegenwoordig eerder als spiritisme zouden omschrijven, maar die in hun eigen ogen wel degelijk wetenschappelijk waren. Onder hen waren onder meer Alfred Wallace, mede-ontdekker van de evolutietheorie, en Arthur Balfour, die later premier van Groot-Brittannië zou worden.

Een vergelijkbaar vertrouwen hadden de Bolsjewieken in de jaren twintig van de twintigste eeuw in de wetenschap. Zo werd het lichaam van Lenin na zijn dood niet begraven of gecremeerd, maar gebalsemd. Zijn kameraden waren ervan overtuigd dat de wetenschap op een dag in staat zou zijn om opnieuw leven te blazen in overleden organismen. Er werd zelfs een speciaal koelingssysteem gebouwd – dat al snel de geest gaf - om het lichaam van Lenin zo goed mogelijk de conserveren.

Hopeloze exercitie
Het Onsterfelijkheidscomité laat goed zien dat mensen als Ray Kurzweil en Aubrey de Grey in een traditie staan die veel verder teruggaat dan veel mensen denken. Alleen al om die reden is het de moeite waard om te lezen. Maar daarnaast spant Gray zich ook behoorlijk in om zijn lezers ervan te overtuigen dat het streven naar onsterfelijkheid een hopeloze exercitie is. Accepteer het leven nu maar zoals het is, sommige dingen zullen nooit veranderen, lijkt zijn boodschap te zijn. De wetenschap vergroot onze mogelijkheden enorm, maar het zal van ons geen beter mens maken.

Persoonlijk vind ik het altijd leuk om te kijken in hoeverre mijn idealen bestand zijn tegen het realisme van Gray. Ook al is de man een wandelende paradox. Want om keer op keer het streven naar een betere wereld te willen uitroeien moet je wel een enorme idealist zijn.

John Gray, ‘The Immortalization Commission: Science and the strange quest to cheat death’, Allen Lane, 2011. De Nederlandse vertaling verschijnt eind maart als Het Onsterfelijkheidscomité.