Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
cosmos universe

De legendarische televisieserie Cosmos van Carl Sagan was aan een remake toe. Voor welke raadsels van het heelal wist Sagan in 1980 geen verklaring, en wij nu wel? Welke vragen waren toen nog niet eens gesteld?

‘De kosmos is alles wat er is, ooit was of ooit zal zijn.’ Carl Sagans eerste zin in de dertiendelige televisieserie uit 1980 klinkt bijbels, en dat is geen toeval. Sagan (in 1996 overleden) was een astronoom en succesvol popularisator, maar bovenal een man met een missie. Als je ziet hoe groots het heelal is, hoe fantastisch het avontuur van de mensheid en hoe weids het perspectief dat de wetenschap ons biedt, dan heb je geen godsdienst meer nodig en voer je geen oorlogen meer, zo was zijn overtuiging.

Cosmos ging niet alleen over astronomie, maar ook over de plaats van de mens in het heelal (‘De mens is een manier voor de kosmos om naar zichzelf te kijken’). Voor een hele generatie was het de eerste kennismaking met de natuurwetenschap, eerst in de vs, later in de rest van de wereld. Een paar honderd miljoen mensen hebben de serie inmiddels gezien.

Cosmos was zo’n succes dat een remake niet kon uitblijven. De nieuwe, eveneens dertiendelige Cosmos is vooral een project van Sagans weduwe, Ann Druyan. De presentatie is in handen van Neil deGrasse Tyson, directeur van het Hayden Planetarium in New York, en in de VS een bekende televisiewetenschapper. De serie gaat op National Geographic Channel vanaf 16 maart wereldwijd in première, ook in Nederland.

Ondergangsdreiging

Carl Sagan staat te boek als een visionair, een profeet welhaast, maar je mag niet verwachten dat hij 33 jaar wetenschappelijke vooruitgang voorzag, en hij was ook gewoon een kind van zijn tijd. Recht in de camera kijkend, vertelde hij ons dat we ‘in een tijd van groot gevaar’ leven. Hij hoefde er toen niet eens bij te zeggen welk, nu alweer bijna vergeten, gevaar hij bedoelde: we zaten midden in de Koude Oorlog, de angst voor een nucleair armageddon was reëel.

Producent Fox wilde voorafgaand aan de première alleen de eerste aflevering van de nieuwe Cosmos vertonen, maar het is een veilige gok dat deze angst niet meer in de serie voorkomt. De nadruk zal nu wel liggen op een meer actuele ondergangsdreiging: de opwarming van het klimaat met bijbehorende milieucatastrofes.

In het gelijknamige boek dat Sagan bij de serie schreef, noemt hij onze invloed op het klimaat wel, maar laat in het midden of dat opwarming dan wel afkoeling veroorzaakt. Natuurlijk weet hij van de toename van broeikasgassen in de atmosfeer, maar de massale ontbossing door de mens maakt het landoppervlak lichter van kleur, waardoor dit meer zonlicht terug de ruimte in kaatst (met een technische term: de albedo neemt toe), wat afkoelend werkt. Hij neigt ernaar te denken dat dit laatste belangrijker is: ‘Kan deze afkoeling de ijskap [op de Noordpool] vergroten, die, omdat hij wit is, nog meer zonlicht van de aarde terugkaatst en de planeet verder afkoelt, leidend tot een op hol geslagen albedo effect?’

Known unknowns

Zo geven televisieserie en boek wel vaker een verassende terugblik op de kennis anno 1980: wisten we dat toen nog niet? ‘Niemand weet wat de dinosauriërs uitroeide,’ stelt Sagan, maar hij gokt dat een nabije supernova – de explosie van een zware ster – de aarde bestraalde met intense kosmische straling, wat de beschermende ozonlaag in onze atmosfeer vernietigde. Momenteel is vrijwel onomstreden dat de inslag van een enorme meteoriet in Yucatán de dinosauriërs fataal werd, waarmee ze de weg vrijmaakten voor de zoogdieren, en dus voor ons.

Sagan bespreekt meteorietinslagen wel, maar onderschat hoe vaak die voorkomen. Toen dacht men dat een inslag van het formaat Tunguska, in 1908 in Siberië, eens in de duizend jaar voor zou komen, terwijl we nu eerder denken aan eens in de honderd jaar – mede omdat vorig jaar, in het zicht van talloze camera’s, een bijna net zo grote meteoriet insloeg bij Tsjeljabinsk.

Ook zwarte gaten waren in 1980 nog niet algemeen geaccepteerd. Astronomen zagen wel quasars, sterrenstelsels waarin enorme explosies en uitstoot van jets voorkomen, maar de oorzaak daarvan was verre van duidelijk. In Sagans lijstje van zes mogelijke veroorzakers van quasars staat een groot zwart gat pas op nummer vijf.

Zo zijn in dertig jaar aardig wat known unknowns in de astronomie ingevuld. Sagan wist bijvoorbeeld niet beter dan dat het heelal tussen de tien en twintig miljard jaar oud was; de huidige consensuswaarde is 13,8 miljard jaar.

La Palma sterrenwacht

Boven het wolkendek

Om de voorpremière van de nieuwe Cosmos-serie luister bij te zetten vloog producent Fox onlangs wat pers naar de top van een vulkaan op het Canarische eiland La Palma. Op 2400 meter boven zeeniveau – meestal boven het wolkendek – staat daar een aantal telescopen van wereldklasse.

In 1980 begon hier de bouw van de William Herschel-telescoop (WHT), met een spiegel van 4,2 meter diameter. Marc Balcells, directeur van deze groep telescopen, legt uit dat de wht een sleutelrol speelde bij een van de belangrijkste unknown unknowns in de astronomie, iets waar Sagan niet eens van kon dromen: de versnelde uitdijing van het heelal.

De WHT-astronomen bepaalden eind jaren negentig de afstand van een groot aantal supernova’s, en leidden daaruit af dat het heelal vroeger minder snel expandeerde dan nu. Dit was een totale verrassing, omdat je verwacht dat de zwaartekracht tussen de sterrenstelsels die expansie juist afremt. Sindsdien neemt men aan dat de lege ruimte gevuld is met iets dat men in arren moede ‘donkere energie’ noemt, wat de sterrenstelsels uit elkaar drijft.

Astronomen zoeken voor hun telescopen altijd de plekken op met het beste zicht omhoog. Wie één keer op zo’n toplocatie als de vulkaan van La Palma naar de sterren en de Melkweg boven zijn hoofd heeft staan kijken, snapt meteen wat Sagan bedoelt als hij zegt: ‘Het oppervlak van de aarde is de kust van de kosmische oceaan’.

Hangend droogdok

De stadsbewoner van nu heeft geen flauw benul wat er met het blote oog aan de hemel te zien is als het echt donker is. Maar zelf gaan kijken bij een observatorium levert ook andere wonderlijke indrukken op: bijvoorbeeld dat die hypergeavanceerde telescoopspiegel waarmee je twaalf miljard lichtjaar het heelal in kunt kijken er nogal vies uitziet, je handen jeuken om er een doekje met spiritus overheen te halen. Balcells: ‘De beeldkwaliteit gaat nauwelijks achteruit van een beetje stof op de spiegel. Wel wordt hij iedere drie maanden schoongespoten met koolzuursneeuw.’

Enkele haarspeldbochten verder staat sinds een paar jaar de grootste telescoop ter wereld: de GranTeCan, met een spiegel van 10,5 meter diameter. Het apparaat is zo groot dat het nauwelijks meer als telescoop te herkennen is, het lijkt wel een hangend droogdok. De Nederlandse directeur, René Rutten, noemt als een mooi resultaat dat zijn telescoop onlangs natrium kon aantonen in de atmosfeer van een exoplaneet. Natrium is een hoofdbestanddeel van zout. Met enige dichterlijke vrijheid: we kunnen nu het zout van de zee in de atmosfeer van een exoplaneet proeven. Sagan geloofde rotsvast in ander leven in het heelal, intelligent leven zelfs, maar hij heeft nog maar net meegemaakt dat de allereerste exoplaneet werd ontdekt. De teller staat sinds vorige maand op 1700.

messier by hubble

Adembenemend

In 1980 was de Hubble ruimtetelescoop nog niet gelanceerd en waren we nog niet verwend met de adembenemende foto’s van sterrenstelsels, supernova’s en nevels die nu de koffietafelboeken en vele websites vullen. Websites bestonden toen trouwens ook nog niet.

Sagan zelf werkte aan de in 1977 gelanceerde Voyager I en II, twee ruimtescheepjes die nu nog altijd op weg zijn naar de sterren, en waarvan er een nog contact met ons heeft. Maar die Voyagers waren in 1980 nog bezig over te steken van Jupiter naar Saturnus, zodat veel van de iconische foto’s van de ringen van Saturnus en zijn manen en de buitenplaneten Uranus en Neptunus nog binnen moesten komen. Daarom moest Sagan zijn publiek nog verleiden met plaatjes die, met de kennis van nu, vaag en korrelig zijn.

In de nieuwe Cosmos is dat natuurlijk dik in orde, en waar geen echte beelden voorhanden zijn, vullen gelikte animaties de lacune op. Presentator DeGrasse Tyson is een stoere doch vaderlijke kerel met een bronzen stemgeluid die met flair in de voetsporen van Sagan treedt. Maar dezelfde impact zal deze Cosmos niet hebben, simpelweg omdat er sindsdien zo veel meer in dit genre gemaakt is.

Frustratie

Sagan was niet bang om ook dominee te zijn, en toen kon dat nog. Zijn Cosmos zit vol morele aansporingen aan de mensheid. Zo haalt hij intercultureel onderzoek aan, waaruit moet blijken dat oorlog voeren en agressie vooral te wijten zijn aan te weinig geknuffeld worden als kind en aan seksuele frustratie in de adolescentie. Dus: wees lief voor je kinderen en laat de jeugd vooral met elkaar experimenteren, dan roeien ze elkaar later niet uit.

Al kan daar best een kern van waarheid in zitten, het is typisch de naïviteit van de nerd om te denken dat je zoiets alleen maar aan mensen hoeft te vertellen om een mondiaal probleem op te lossen.

Toen al geloofde lang niet iedereen dat natuurwetenschap de wereld zal redden, laat staan dat wetenschappelijke kennis mensen morele lessen bijbrengt. Maar Sagan had wel gelijk dat we nog steeds niets beters hebben om de wereld duurzaam te verbeteren.

Cosmos, a Space-Time Odyssey
Zondag 16 maart, National Geographic Channel, 22.00-23.00 uur.

 Dit artikel verscheen ook in de VPRO Gids.