Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De (on-)zekerheden van vogelgriep
Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam is het middelpunt van de wereld als het gaat om de gevreesde vogelgriep, H5N1. De afgelopen jaren hielpen de Rotterdammers al enkele zogenaamde zekerheden rond het virus de wereld uit. Ook na vandaag, de dag dat de kippen weer naar buiten mogen, gaan ze daar gewoon mee door.

Hoera, de kippen mogen weer naar buiten. In Duitsland moeten ze nog even binnen blijven, maar minister Veerman gunt het Nederlandse pluimvee nu al de buitenlucht. Thijs Kuiken, veterinair patholoog aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam maakt zich echter nog steeds zorgen. De dreiging van het vogelgriepvirus H5N1, de reden dat de kippen verplicht op stok gingen, is nog niet voorbij. "De trek van de ganzen en eenden is weliswaar grotendeels voltooid. Maar de steltlopers, die de winter doorbrachten in het inmiddels ook met vogelgriepvirus besmette Afrika, moeten nog komen. Zij gaan richting de poolcirkel en daar is het nog niet wat je noemt lekker broedweer. De vogels met bestemming poolcirkel komen dus later."

Maar hoewel de ophokplicht is ingesteld uit vrees voor de trekvogels, is nog steeds niet bekend welke rol die nu precies spelen in de verspreiding van het dodelijke H5N1. Sterker, de wetenschap heeft tot nu toe niet onomstotelijk kunnen bewijzen dat de trekvogels het virus überhaupt kunnen verspreiden. "Eerder werd gedacht dat wilde vogels er helemaal niet toe in staat waren. Het was één van de dogma's rond het vogelgriepvirus", weet Kuiken. De onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum, onder wie de patholoog, hebben de afgelopen jaren hard hun best gedaan en er een aantal weten te verwerpen.

Van de trekvogels is inmiddels bekend dat ze het virus in ieder geval kunnen krijgen. De gevaarlijke variant van H5N1 is ontstaan in kippen en van het pluimvee overgesprongen op wilde vogels. Er is ook een onschuldige H5N1-soort, die al jaren rondwaart in vogelpopulaties. Veel schade richt die echter niet aan. Alle ophef gaat om nu om zijn gevaarlijke, in kippen geboren broer. Om keihard te kunnen zeggen dat trekvogels dat virus ook over lange afstanden kunnen vervoeren, moet er één gevangen worden tijdens de trek. Een dode eend vol (gevaarlijk) H5N1 in een uiterwaard betekent immers nog niet dat die dat virus van ver heeft meegenomen. Hij kan het in de buurt hebben opgepikt en direct het loodje hebben gelegd. "Om echt zeker te zijn, zou je een dier moeten vangen en controleren dat bijvoorbeeld vanaf de oceaan komt aangevlogen", zegt Kuiken. "Boven zee kan de vogel de ziekte immers niet hebben opgepikt. Maar de kans dat trekvogels andere dieren besmetten, lijkt me nu wel behoorlijk groot."

Een veronderstelde zekerheid die de onderzoekers uit Rotterdam al wel uit de wereld hebben geholpen, is het volgende: het vogelgriepvirus kan geen mensen infecteren. Onzin, zo bleek. Het virus is aangetroffen in mensen en vorige week meldde Kuiken in Science dat H5N1 aan menselijke longcellen kan hechten. Die hechting is noodzakelijk voor het virus om een cel te kunnen binnendringen. Kuiken: "De besmettelijke indringer bindt aan een specifiek molecuul aan de buitenkant van een cel. Bij vogels bevindt dat molecuul zich in de luchtwegen, bij mensen niet, zo werd gedacht. Het blijkt echter ergens helemaal onderin de longen te zitten." Door het slijm in de luchtwegen kan H5N1 er niet zo gemakkelijk komen, maar toch lukt het soms wel. En dan zijn de rapen gaar. Want veel verweer heeft de mens nog niet tegen het virus.

Verder stond in de boeken dat H5N1 geen gevaar vormde voor andere zoogdieren zoals katten en dat het zich wat verspreiding betreft beperkt tot de luchtwegen. Allemaal niet waar. In 2004 ontdekten de Rotterdammers tot hun verbazing dat het virus zich best thuis voelt in katten. Na obductie bleek bovendien dat het ook in andere organen dan de longen zat. Een jaar eerder stierven twee tijgers en twee luipaarden een verdachte dood in een Thaise dierentuin. En wat zat er in hun lichamen? Vogelgriep. Desondanks zijn er nog vele vragen onbeantwoord.

Dat de kippen weer onbekommerd rondscharrelen, betekent dan ook niet dat de onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum achterover kunnen leunen. Zo gaat viroloog Ron Fouchier, samen met vogelaars, ook in de zomer achter trekvogels aan en duikt Thijs Kuiken nog wat dieper in de longen. Met behulp van stukjes menselijk longweefsel wil hij bekijken hoe het virus nu precies een cel binnendringt en welke obstakels het daarvoor moet overwinnen. Belangrijke informatie, om een virus te kunnen bestrijden dat waarschijnlijk nog lang niet is uitgeraasd.

Remy van den Brand