Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De schepper geschapen
Hoe denkt God over belangrijke sociale en morele kwesties? Ongeveer zoals ik, antwoorden de meeste mensen. En als je denkbeelden veranderen, veranderen die van God gewoon mee. Wie schiep er nu eigenlijk wie?

God schiep de mens naar zijn evenbeeld, zo staat geschreven in de Bijbel (Genesis 1:27-31). Velen hebben door de eeuwen heen aan die uitspraak getwijfeld. Er zijn veel aanwijzingen dat het juist andersom is. Het viel de oude Grieken al in de zesde eeuw voor Christus op dat de Griekse goden een lichte huidskleur hadden, en de Afrikaanse een donker tintje.

Een duidelijke aanwijzing dat de mensen God naar hun evenbeeld hebben geschapen, in plaats van andersom. Maar niet alleen het uiterlijk, ook de overtuigingen en denkbeelden van de schepper vertonen het signatuur van de mens. Mensen blijken behoorlijk egocentrisch in hun ideeën over God. Kort gezegd: je denkt dat God denkt zoals jij, en niet zoals de anderen. (PNAS, 30 november)

Onderzoeker Nicholas Epley ging niet over een nacht ijs om tot die conclusie te komen. Hij deed samen met zijn collega’s zeven verschillende onderzoeken. Uit de eerste vier bleek dat je eigen overtuigingen altijd sterker lijken op die van God dan op die van anderen; uit twee andere dat mensen de overtuigingen van God anders gaan inschatten als hun eigen overtuigingen zijn veranderd; en uit de laatste dat je dat ook op hersenscans kunt zien.

Softdrugs en het homohuwelijk
Eerst kreeg een grote groep mensen, allemaal Amerikanen, een lijst van vragen over onder meer abortus, de doodstraf, de legalisering van softdrugs en het homohuwelijk. Ze moesten daarbij antwoorden hoe ze er zelf over dachten, hoe ze dachten dat God erover dacht, en hoe ze dachten dat een aantal anderen erover dacht, waaronder Bill Gates, George W. Bush, sportheld Barry Bonds, NBC-sterpresentatrice Katie Couric en de gemiddelde Amerikaan.

De antwoorden die mensen voor zichzelf gaven vertoonden een aanzienlijke gelijkenis met de overtuigingen die ze aan God toedichtten, en veel minder met die van de anderen, of dat nu Bush, Gates of de gemiddelde Amerikaan was. Daarbij maakte het weinig uit of de ondervraagden in God geloofden of niet.

Vervolgens manipuleerden de onderzoekers een overtuiging van de proefpersonen, door ze te confronteren met overtuigende argumenten voor of tegen positieve discriminatie. En wat bleek? Als mensen zich lieten overtuigen, dan veranderde ook hun idee over hoe God over positieve discriminatie dacht.

Ten slotte namen de onderzoekers een kijkje in het brein van de proefpersonen. Ze keken naar de hersenactiviteit als ze over hun eigen overtuigingen nadachten, over die van God en die van de anderen. Het leverde een verdere bevestiging op van de voorgaande onderzoeken. Denken over God activeerde ongeveer dezelfde hersengebieden als het denken over jezelf, iets wat bij het denken over anderen veel minder het geval was.

God zit in je eigen hoofd
De conclusie lijkt onontkoombaar: mensen modelleren God naar zichzelf. God zit in je eigen hoofd. Dat zou meteen verklaren waarom er zoveel verschillende goden bestaan. En waarom ze de meest fantastische eigenschappen krijgen toegeschreven. Spreek je over de Almachtige, dan heb je het eigenlijk gewoon over jezelf. Iets om bij stil te staan als je zijn naam weer eens ijdel gebruikt.

Bouwe van Straten

Nicholas Epley e.a., ‘Creating God in one’s own image’, in Proceedings of the National Academy of Sciences, 30 november 2009.