Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Die vreselijke sterfelijkheid
De mens is waarschijnlijk de enige diersoort die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid. Sociaal psycholoog Arnaud Wisman onderzocht hoe we ons wapenen tegen die vreselijke zekerheid. De dood doet hunkeren naar gezelschap, een stevige ideologie en veel nageslacht.

Hij moest zijn experimenten tijdelijk staken na de aanslagen op het World Trade Center, vandaag precies zes jaar geleden. "Iederéén dacht toen aan de dood", zegt sociaal psycholoog Arnaud Wisman. Dat was niet handig, want bij zijn proeven was het de bedoeling een verschil te zien tussen het gedrag van mensen die met hun neus op hun eigen sterfelijkheid waren gedrukt en mensen die daar niet mee geconfronteerd waren. Pas vier maanden na de traumatische 11e september durfde Wisman het onderzoek te hervatten. Vorige week promoveerde hij aan de Amsterdamse VU op de resultaten.

Wismans onderzoek bouwt voort op de zogenaamde 'terror management theorie', kortweg TMT, die zo'n twintig jaar geleden is bedacht. Die theorie gaat, anders dan de naam misschien doet vermoeden, niet over het indammen van terrorisme, maar over het omgaan met je eigen sterfelijkheid. Het is een theorie over de fundamenten van het menszijn.

Wisman: "Mensen hebben net als dieren een overlevingsinstinct, maar daarbij hebben ze ook nog het vermogen tot nadenken. En dus ook het besef dat ze op een dag dood zullen gaan. Het is eigenlijk een bij voorbaat verloren strijd, dat overleven."

"TMT stelt dat deze tegenstelling aan de basis ligt van heel veel menselijk gedrag, en dat we een tweedelig afweermechanisme hebben tegen de moedeloosheid en angst die dit zou kunnen uitlokken. Het eerste is dat we onszelf voorhouden dat het nu allemaal nog niet aan de orde is, waarmee we de gedachte aan de dood onderdrukken. Het tweede is wat we 'culturele wereldvisie' noemen: een aangeleerde orde die zin aan het leven geeft en vaak ook een soort onsterfelijkheidsbeloning in het vooruitzicht stelt - een hiernamaals, of reïncarnatie in een nieuw lichaam, of iets dergelijks."

Een goede theorie is natuurlijk met experimenten te toetsen. Dat deden de bedenkers van TMT door mensen eerst naar hun gedachten over sterfelijkheid te vragen en ze dan te vragen hoe ze zich voelden. Niet slechter dan mensen die niet aan hun beperkte levensduur waren herinnerd, zo bleek. Maar er waren wel andere verschillen.

"Er zijn vrij veel proeven gedaan inmiddels", vertelt Wisman. "Daaruit bleek bijvoorbeeld dat een doodsherinnering bij Amerikaanse studenten zorgde voor een sterker positief oordeel over studenten die pro-Amerika waren, en ook een krachtiger afwijzing van tegenstanders van hun land. Amerikaanse christenen gingen in een 'wachtkamer' verder van joden vandaan zitten, Duitsers hielden meer afstand van Turken."

"In een ander experiment mochten proefpersonen broodjes met hete chilisaus maken voor mensen met een andere wereldvisie dan zijzelf. Ze deden er buitensporige hoeveelheden op als ze eerst over hun sterfelijkheid hadden moeten nadenken. Kortom: de gedachte aan de dood zorgt dat mensen sterker gaan hechten aan hun eigen wereldvisie, en zich harder afzetten tegen mensen die er anders over denken. Of die wereldvisie nu religieus is of anders van aard."

Volgens de hoofdstroming binnen de TMT zou het onderdrukken van de gedachte aan de dood dé reden zijn voor de menselijke neiging om zich aan te sluiten bij één gezamenlijk cultureel wereldbeeld, en dat met hand en tand te verdedigen. Wisman was daar niet van overtuigd. "Ik dacht: is het niet sowieso belangrijk om bij een groep te horen. Niet alleen als remedie tegen die dreigende doodsgedachte, maar ook omdat dat tijdens onze evolutie kansen bood op voedsel, bescherming en voortplanting?"

Hij zette een proef op om te testen of het 'erbij willen horen' sterker was dan het vasthouden aan een ideologie. Zijn proefpersonen vertelde hij dat ze aan een groepsdiscussie gingen deelnemen, waarbij ze óf hun eigen wereldbeeld mochten verdedigen, óf juist het tegenovergestelde. Ze mochten gaan zitten aan een tafel, met aan de ene kant één stoel en aan de andere kant drie. Alleen wie voor de eenzame stoel koos, mocht zijn eigen visie verkondigen, wisten ze.

"Ik constateerde dat mensen die aan hun dood hadden gedacht, vaker kozen voor de groep", zegt de psycholoog. "Dat ging ten koste van de mogelijkheid om hun eigen wereldvisie te verdedigen. De wens om samen te zijn is hier dus blijkbaar sterker dan de wens om vast te houden aan je eigen visie. Zonder dat proefpersonen zich daarvan bewust zijn trouwens."

In een volgende experiment toonde Wisman aan dat het geloof in een leven na de dood significant toeneemt als iemand eerst moet nadenken over zijn sterfelijkheid. Zelfs onder mensen die zichzelf als atheïst beschouwen. Een derde serie proeven ging over de wens om kinderen te krijgen, in zekere zin ook een manier om onsterfelijk te worden.

"Daar leek eerst uit te komen dat er geen effect was. Maar toen ik nauwkeuriger keek, zag ik dat denken aan de dood bij mannelijke studenten zorgde dat ze gemiddeld bijna een heel kind méér wilden. Bij de studentes was dat juist ietsje mínder. Ik bedacht dat dat zou kunnen komen doordat deze vrouwen graag carrière willen maken - ook een manier van zingeving - en dat ze kinderen daarbij als een belemmering zagen." Verder onderzoek bevestigde die gedachte, vertelt hij.

"Op een huishoudschool zag ik bijvoorbeeld dat de meisjes wél meer kinderen wilden als ze vlak daarvoor aan hun sterfelijkheid werden herinnerd, en universitaire studentes die eerst een verhaaltje te lezen kregen waarin een hoogleraar beweert dat kinderen je carrière niet schaden, reageerden ook zo."

Je scharen achter een gezamenlijke ideologie, opgaan in een groep, kinderen krijgen... wat kun je als mens nog meer doen om je eigen sterfelijkheid van je netvlies te krijgen? Het bewustzijn zélf te lijf gaan natuurlijk. Wisman: "Mensen verliezen zichzelf als het ware, en dat is een goed gevoel. In een bezigheid, zoals tuinieren of lezen of onderzoek doen. Maar ook in alcohol of drugs."

Maar daar heeft hij verder geen praktisch onderzoek naar gedaan. Hoe zit het eigenlijk met zijn eigen wereldbeeld? Komt daar nog een hiernamaals bij kijken? Wisman: "Nee. Ik zie voldoende zin in het leven vóór de dood, en ik ben verder niet gelovig. Dat kan ook eigenlijk niet in dit vak, denk ik. Dan kijk je door een gekleurde bril."

Arnaud Wisman promoveerde op 5 september 2007 aan de Vrije Universiteit op zijn proefschrift 'New directions in terror management theory'.