Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Donkere energie gespot
Tweelingsterrenstelsels lijken in het verre heelal dichter bij elkaar te staan dan in onze omgeving. Waarschijnlijk vervormt donkere energie de ruimte.

Je zou verwachten dat de uitdijïng van het heelal sinds de Oerknal steeds trager gaat, omdat alle materie in het heelal elkaar aantrekt middels de zwaartekracht. De ontdekking, in 1995, dat de uitdijïng juist versnelt, maakte de hypothese nodig van een mysterieuze 'donkere energie' die de ruimte vult, en die voor een soort negatieve zwaartekracht zorgt.

In Nature tonen twee Franse astronomen, Christian Marinoni en Adeline Buzzi1 aan, dat de hoeveelheid donkere energie in het heelal is af te meten aan verre tweelingsterrenstels. Zij gebruikten archiefdata om honderden sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand te identificeren die met z'n tweeën om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien, zonder naaste buren. Hun onderlinge afstand - in graden aan de hemel – is direct te meten, hun afstand tot de aarde volgt uit de gemeten roodverschuiving van het licht dat ze uitzenden.

Met deze gegevens is te reconstrueren welke hoek de verbindingslijn tussen de twee sterrenstelsels maakt met onze kijkrichting, anders gezegd: hoe schuin we tegen de tweeling aan kijken. In een grote, aselecte steekproef van tweelingsterrenstelsels zullen alle kijkhoeken even vaak voorkomen, want de aarde neemt geen bevoorrechte positie in het heelal in.

In feite zien we echter de meeste tweelingen iets schuiner dan je volgens het toeval zou verwachten, een effect dat wordt veroorzaakt door de tegengestelde baanbeweging van de twee partners. De grootte van deze zogeheten anisotropie blijkt afhankelijk van hoe ver de sterrenstelsels staan en van hoeveel donkere energie het heelal bevat.

Ter controle maten Marinoni en Buzzil het effect ook bij honderden nabije (tot enige tientallen miljoenen lichtjaar) tweelingsterrenstelsels en constateerden dat de anisotropie dan keurig voldoet aan het model met als afstand 0 (in de kosmologie zijn afstanden tot circa honderd miljoen lichtjaar verwaarloosbaar klein).

Hun conclusie is, dat het heelal voor ongeveer een kwart bestaat uit gewone en donkere materie en voor de rest uit donkere energie, een steun in de rug voor eerdere berekeningen, gebaseerd op waarnemingen aan verre supernova's. 

Arnout Jaspers