Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
emoji

Iedere dag versturen we met zijn allen zo'n 6 miljard (!) emojis’s met onze smartphones. Een analyse van die enorme berg hartjes en smileys laat zien dat binnen verschillende culturen en landen de plaatjes anders worden gebruikt. Gerda Bosman sprak met Ben Medlock van SwiftKey, en taalonderzoeker Gretchen McCulloch voor Nieuws en Co, Radio 1.

In Hawaii zijn de meest gebruikte icoontjes die van palmboom, zon, cocktail en surfen. In Frankrijk worden vier keer zo veel hartjes gebruikt als gemiddeld, een bevestiging van het stereotype dat de Fransen een gepassioneerd volk zijn. In landen dicht bij de Noordpool wordt het Kerstman-icoontje het meest gebruikt. Verder blijken drugs-gerelateerde afbeeldingen - denk aan paddenstoelen, capsules, spuiten en sigaretten - het meest gebruikt te worden in Australië en Portugal.

Dat ontdekten Gretchen McCulloch en Ben Medlock, twee taalwetenschappers die een enorme berg emoji's onder de loep namen. Ze presenteerden hun resultaten op het techfestival SXSW in Austin, Texas.

Een verrassende uitkomst was dat in de Amerikaanse staten Montana, North-Dakota en Wyoming de meeste icoontjes gebruikt worden die associëren met LHBT (Lesbisch, Homo, Bi, Transseksueel), zoals zoenende meisjes en een regenboog. Misschien zou je dat eerder verwachten in het wat vrijere Californië. De onderzoekers suggereren dat omdat juist in deze conservatieve staten openlijk spreken niet mogelijk is, het gebruik van emoji’s een bedekte vorm van communicatie kan zijn.

In de Arabische regio gebruiken de appers vier keer zo vaak plaatjes van bloemen en planten als elders. En in de zonnigste staten van de USA wordt het icoontje van de zon het minst gebruikt. McCulloch geeft aan dat emoji’s juist gebruikt worden om aan te geven wat je bezighoudt. Daardoor kunnen ze sterk afwijken van wat er veel om iemand heen voorkomt.

infographic emoji

Een korte geschiedenis van de emoji

Ben Medlock, een van de onderzoekers, richtte in 2008 SwiftKey op. Dit bedrijf maakt toetsenborden voor smartphones die reageren op wat je aan het typen bent. Als je tekst invoert op je smartphone krijg je een voorspelling van wat je wilt zeggen, zodat je snel kunt typen. Bovendien worden spelfouten automatisch gecorrigeerd. Voor het maken van deze toepassing moeten heel veel teksten geanalyseerd worden. Gedoneerde teksten van veel gebruikers van mobiele telefoons maakten dat mogelijk. In die teksten staan natuurlijk ook veel emoji’s, de smileys en hartjes en dergelijke die je in je tekst kunt zetten om die tekst een emotionele lading te geven of je boodschap korter weer te geven.

Ben Medlock had al deze data ter beschikking en wilde er meer mee. Hij benaderde Gretchen McCulloch, om samen de gebruikte emoji’s te analyseren. Zij kijkt als taalkundige naar de patronen en kracht van taal en is expert in internettaal. Ze keken of er verschillen zijn in het gebruik van deze emoji’s in verschillende landen en regio’s. Daar deden ze gezamenlijk een onderzoek naar de gebruikte emoji’s. En ze keken of er verschillen zijn in het gebruik van deze emoji’s in verschillende landen en regio’s. Emoji’s als een culturele spiegel.

Emoji’s op onze telefoons

Die emoji’s zijn op onze telefoons terechtgekomen door de vroegere mobieltjesgigant Nokia. In 1999 had je beeldschermpjes met grote zwarte pixels waar je beeldberichtjes naar kon toesturen en op kon bekijken. Die plaatjes moesten pixel voor pixel worden doorgestuurd en daardoor waren de bestanden groot.

pixel nokia bericht

Omdat er in de tekst ook al smileys werden gebruikt met inzet van leestekens, denk aan ;-) bijvoorbeeld, of !!!!!, werd een code afgesproken: als je deze combinatie leestekens gebruikt, laat dan dit plaatje zien. Zo hoefde niet het plaatje pixel voor pixel te worden verstuurd, maar waren een paar leestekens genoeg. Die coderingen noemen we emoticons en vinden hun oorsprong in Japan. (Emoji betekent in het Japans pictogram. Dat emoticon lijkt op dat woord en op ‘emotie’ is puur toeval.)

De rest van de wereld volgde al snel. In 2011 iOS en in 2012 Android. Het werd een platformonafhankelijke code. In plaats van OMG en hihihihihihi en LOL gebruiken mensen steeds meer een vrolijke emoji.

Culturele verschillen gebruik emoji’s

Emoji’s worden dus wereldwijd enthousiast gebruikt en je kunt in dat gebruik culturele verschillen ontwaren. De onderzoekers haalden patronen uit de data en dachten na over de mogelijke achtergronden van die regionale verschillen.

Bijna iedereen die gebruik maakt van zijn mobieltje om berichten te versturen, gebruikt het woord LOL. De afkorting van Laughing Out Loud. Of iedereen ook daadwerkelijk hardop lacht is maar te bezien, maar het begrip drukt in ieder geval enthousiasme uit. Het is ook een sterkere uitdrukking dan de voorganger :-), die was versleten door overgebruik. Een nog sterkere: ROFL- Roll Over Floor Laughing.

Deze afkorting is nu vervangen door de emoji ‘Face with tears of joy’’. Deze smiley werd zo populair dat de Oxford Dictionary dit in 2015 tot ‘Word of the Year’ heeft gekozen.

De top tien van meest gebruikte emoji zijn uitdrukkingen van emoties, de ‘happy faces’. Medlock en McCulloch vragen zich wel af of de gecommuniceerde boodschappen echt zo overwegend positief zijn, of dat er hier sprake is van hetzelfde effect als op Facebook en andere sociale media: je moet wel iets positiefs uitstralen. Het kan ook een combinatie zijn van een boodschap, om je woorden te verzachten of te relativeren.

emoji

En de top- categorieën zijn ...

- vrolijke gezichtjes
- treurige gezichtjes
- hartjes
- handgebaren
- romantische tekens zoals hartjes en kusjes

Afbeeldingen van voorwerpen worden niet heel veel gebruikt. Een opmerkelijke stijging van het gebruik van de 'key' zag je, toen DJ Khaled Key het plaatje ging gebruiken op snapchat, twitter en facebook. Een stijging van 800 procent!

Major key emoji

Zijn emoji’s een taal?

Als je het over taal hebt, moet je beseffen dat je met taal abstracte begrippen kunt omschrijven. Al is geschreven taal en de tekens die je ervoor gebruikt wel ooit ontstaan uit plaatjes die ergens voor stonden, denk aan hiëroglyfen. 

Als je met die blik naar emoji’s kijkt, kun je er wel wat abstracties uithalen. Symbolen die andere lading krijgen. Zo staat de aubergine bekend als fallus-symbool. En is het plaatje van de perzik een toespeling op een achterwerk. De emoji waar nagels gelakt worden staat voor: ‘whatever’, een handgebaar bekend uit menig Amerikaanse comedy.

Maar dat betekent nog niet dat het in zijn abstractie taal is. Voor taal heb je ook grammatica nodig. Begrippen worden in een context geplaatst, zodat de functie van de woorden duidelijk worden - in een zin moet je weten of de hond de man bijt, of de man de hond.

De onderzoekers keken daarom naar series van emoji’s en of daar regels waren voor het gebruik. Eerder was er bij SwiftKey al gekeken naar de meest voorkomende woordcombinaties. Wat al snel duidelijk werd: woorden herhalen zich niet zoals emoji’s. Je zegt op zijn hoogst: ik ben heel heel heel boos! Of: je bent de aller aller allerliefste.

Bovendien: de volgorde van de emoji’s hebben niet zoveel met grammatica te maken: de volgorde is meestal die waarop ze op het toetsenbord worden aangetroffen. Misschien niet zo verrassend: de meeste combinaties van emoji’s bestaan uit herhalingen. De zender doet dat vooral om de uitdrukking of de emoties te versterken. Wat op zich niet gek is want één keer ‘ha’ zeggen werkt niet.

De absolute nummer 1 in emojiland is de 'tears of joy''- emoji. Die emoji die in 2015 dus woord van het jaar werd.

Wat voor een rol spelen die emoji’s dan in taal? Dat hangt er van af met welke soort taal je ze vergelijkt. Je hebt informele en formele taal. Gesproken en geschreven taal. Bij de formele taal is er weinig ruimte voor speling. Maar bij informele taal wil je in staat zijn om elkaars uitdrukkingen en gedachten te zien, emoties over te brengen. Zeker bij geschreven tekst is er dan een vacuüm: je kunt niet zien of horen of iemand iets met een knipoog zegt of zich geneert. Er is ruimte nodig voor visuele toevoegingen die de onderliggende gevoelens uitdrukken.

Vormen emoji’s dan een eigen beeldtaal? Ook zover willen de onderzoekers niet gaan. Ze zien het als een toevoeging op taal. De taal die we hebben, maakt het uitdrukken van abstracties al prima mogelijk. Maar als je op afstand communiceert, kun je heel goed gebruik maken van deze visuele aanvullingen in de tekst.

Taal ontstaat ook meestal vanuit de gebruikers. Het verandert ook door de gebruikers. Daar is met de emoji’s geen sprake van: de emoji’s worden vastgesteld door het Unicode Consortium. Dat zorgt ervoor dat er standaarden zijn voor het gebruik van toetsenborden en tekens. Emoji’s ontstaan dus niet vanuit de gebruikers. Hooguit hoe we ze toepassen. En hoewel er honderden icoontjes zijn - en zelfs wedstrijden om films te vertalen in emoji’s - gebruiken de meeste mensen er maar een handvol: de laatst gebruikte.