Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
slijmprik

Voor een slijmprik is er niets lekkerder dan een rottend karkas, het liefst zo groot dat hij het van binnenuit kan opeten. De vreemde vis doet dat niet alleen met zijn kaakloze bek, ontdekten biologen, maar ook via zijn slijmerige huid. En dat is uniek, voor een gewerveld dier.

Wat een ontzettend smerig beest, dat is waarschijnlijk het eerste wat je denkt als je een slijmprik ziet. En inderdaad, deze slijmerige, wormvormige, vrijwel oogloze vis heeft een aaibaarheidsfactor van ver onder nul. Maar fascinerend is-ie wel. Alleen al omdat hij in z’n eentje een emmer water kan veranderen in een klont taai slijm - kijk maar wat een klein beetje van zijn speciale huidafscheiding met een glas water doet:

Er is nog veel meer eigenaardigs te melden over de familie der slijmprikken, bijvoorbeeld dat ze in 360 miljoen jaar nauwelijks veranderd zijn, geen kaken hebben en dat het rottende karkas van een walvis soms van binnen en van buiten krioelt van de slijmprikken. Vandaag is er weer een bizar feit bijgekomen: slijmprikken kunnen, als enige gewervelde dieren, eten via hun huid.

Drie Canadese biologen maken dat bekend in het vakblad Proceedings of the Royal Society B. Ze hebben proeven gedaan met stukjes slijmprikkenhuid en gemeten hoe goed die zijn in het opnemen van losse aminozuren, de bouwstenen waaruit eiwitten bestaan. Heel goed, was het antwoord, beter zelfs dan de darm van zo’n dier. Ook via de kieuwen bleken de aminozuren actief naar binnen te worden getransporteerd.

Aangezien de huid van een slijmprik een stuk groter is dan zijn darmoppervlak, lijkt het er sterk op dat deze manier van ‘eten’ belangrijk is voor de primitieve vissen, schrijven de onderzoekers.

Omringd door eten
Het is ergens ook wel logisch: met hun raspende monddelen graven ze zich het liefst een weg naar binnen in een rottend karkas, en dan is hun hele lijf omringd met voedingsstoffen. Het is heel handig om de huid dan als een soort darm te gebruiken. Smullen van een rottend lijk doen slijmprikken zelden in hun eentje, dus wie het snelste eet, krijgt het meeste binnen. Daarna kan het maanden duren tot de volgende maaltijd zich aandient.

Er zijn meer dieren die hun huid gebruiken als eetgerei, zoals zeesterren en wormen, maar bij een gewerveld dier was zoiets nog nooit gevonden. Nu zijn slijmprikken natuurlijk niet zomaar leden van onze stamboom. Ze zijn maar verre verwanten van de rest , en het zou goed kunnen dat wij mensen ook afstammen van een slijmprikachtig wezen, dat kon eten via zijn huid.

Toen de noodzaak ontstond om die huid om te vormen tot een barrière die ondoorlaatbaar is voor zouten – nodig als je in zoet water wilt leven – moest ook deze vorm van voedselopname sneuvelen, speculeren de onderzoekers. Dat zou het startschot zijn geweest voor het ontwikkelen van een gespecialiseerd systeem van voedselopname via de ingewanden.

Chris Glover, Carol Bucking en Chris Wood: Adaptations to in situ feeding: novel nutrient acquisition pathways in an ancient vertebrate, in: Proceedings of the Royal Society B, 2 maart 2011