Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Phidippus_audax_male

Acht ogen, vier ervan voorop je kop. Wat heb je er als springspin aan, die vier ogen die allemaal dezelfde kant op kijken? Dat wordt duidelijk als een onderzoeker ze dicht verft.

Spinnen hebben vaak meerdere paren ogen. Dat is niet alleen zodat ze volledig om zich heen kunnen kijken: bij springspinnen bijvoorbeeld, zitten vier van hun acht ogen aan de voorkant. Wat heb je eraan om met vier ogen tegelijk naar voren te kijken?

De anatomie van de ogen geeft al een paar aanwijzingen. De twee grootste ogen hebben een klein netvlies, waarmee de dieren ook goed kleur kunnen zien. Bovendien kunnen deze bewegen. Dit lijkt erop te wijzen dat springspinnen met hun grote voorste ogen goed details kunnen zien en prooien kunnen volgen; maar door het kleine netvlies is het zichtveld van deze ogen wel heel beperkt. De kleinere ogen hebben een groter netvlies, maar met minder waarnemingscellen, en bovendien kunnen deze ogen niet bewegen. Het lijkt er dus op dat deze ogen voor het grotere overzicht zijn, en waarschijnlijk vooral gericht zijn op het registreren van beweging.

Een drietal Amerikaanse biologen besloot deze theorie te testen. In het blad Biology Letters beschrijven zij hoe ze 48 springspinnen van de soort Phidippus audax vingen, en testen deden met deze diertjes. Laura Spano en haar collega’s plaatsten de spinnen in een klein kooitje, waarvan één muur bestond uit het scherm van een iPod. Op het apparaat lieten de wetenschappers een filmpje spelen van ofwel een zwarte vlek die snel groter werd – alsof er iets naar de spinnen toe kwam – ofwel een vlek die steeds kleiner werd.

De truc was dat de onderzoekers, onder een microscoop, met een heel fijn penseeltje, de kleine ogen van een deel van de spinnen dicht schilderden met acrylverf. Vervolgens keken ze hoe spinnen met en zonder dichtgeschilderde ogen op de filmpjes reageerden. De diertjes bij wie de voorste kleine ogen nog normaal waren, liepen achteruit in reactie op het filmpje met de groter wordende vlek. Maar als deze ogen waren dichtgeschilderd, en de dieren alleen nog uit hun grote voorste ogen konden kijken, reageerde het gros van de spinnen niet. Op het filmpje waarbij de vlek juist kleiner werd, dat in het experiment zat om te controleren of de spinnen niet sowieso schrokken van beweging, reageerden zowel de spinnen met intacte als dichtgeschilderde ogen niet.

Spano en haar team hebben hiermee aangetoond dat deze springspinnen inderdaad ogen met verschillende functies hebben. Waarbij de kleine ogen, zoals verwacht, essentieel lijken te zijn voor het grotere overzicht en het waarnemen van (plotselinge) beweging.