Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
hersenen

Je IQ ligt minder vast dan gedacht. Veranderingen in het volume van bepaalde hersengebiedjes tijdens je pubertijd kunnen je intelligentiescore flink omhoog krikken – of juist omlaag.

Je intelligentie, uitgedrukt in IQ, verandert gedurende je leven nauwelijks. IQ-testen die op jonge leeftijd worden gedaan zijn daarom een goede voorspeller voor hoe iemand later in zijn of haar leven zal functioneren. Tenminste: dat is wat wetenschappers tot nu toe dachten.

Maar volgens onderzoek dat deze week in Nature staat kan je IQ wel degelijk veranderen. Zonder dat daar iets radicaals als een hersenbeschadiging aan te pas komt. Als je opgroeit, zijn je hersenen nog volop in ontwikkeling. Sommige hersengebieden kunnen daarbij in volume toe- of afnemen ten opzichte van de rest van je hersenen. En anders dan dus werd gedacht, kunnen zulke veranderingen wel degelijk tot flinke veranderingen in je IQ leiden.

Een groep Britse onderzoekers, onder leiding van Cathy Price, ontdekte dit door een groep van 33 tieners te onderwerpen aan een aantal IQ-testen, begeleid door hersenscans. Zij testten de pubers in 2004 en nog een keer in 2008, toen de hersenen van de kinderen inmiddels min of meer volwassen waren. De wetenschappers keken in dit onderzoek naar drie soorten IQ. Namelijk het verbale (oa taalgevoel, algemene kennis, geheugen), performale (oa zien wat er ontbreekt in een plaatje, visuele puzzels) en het algemene IQ van de kinderen.

Gemiddeld genomen over de gehele groep bleef het IQ van de pubers gedurende de vier jaar redelijk constant. Maar op individueel niveau waren er wel degelijk veranderingen te zien. En daarbij ging het niet om een paar miezerige IQ-puntjes. Het verbale, performale en algehele IQ was bij sommige van de kinderen in die paar jaar tijd tot wel twintig punten omlaag geschoten. En bij anderen tot wel twintig punten omhoog. Voor de kenners van statistiek: dit is meer dan een volle standaarddeviatie, die voor IQ op vijftien punten ligt.

Nou schommelen IQ-scores wel vaker een beetje. Iedereen heeft tenslotte wel eens stomweg z’n dag niet. Omdat je slecht geslapen hebt, of andere dingen aan je hoofd hebt. Maar de veranderingen in de scores van de pubers konden maar voor ongeveer vijftig procent door zulke ‘natuurlijke schommelingen’ verklaard worden. Er moest dus nog een oorzaak zijn.

Wat die andere oorzaak was, zagen Price en haar collega’s toen de ze hersenscans van de kinderen gingen analyseren. De toe- of afname van het verbale en performale IQ (en daarmee ook het algehele IQ) bleek samen te hangen met veranderingen in het volume van twee specifieke hersengebiedjes. Opvallend genoeg ging het hierbij niet om hersengebieden die traditioneel in verband worden gebracht met intelligentie. Veranderingen in het verbale IQ hingen samen met veranderingen in het zogenoemde motorische spraakgebied in de linkerhersenhelft. En veranderingen in het performale IQ met veranderingen in de voorste kwab van de kleine hersenen.

Als een kind slecht scoort bij een IQ-test, zegt dat dus niet per se alles. Dit kan op iets latere leeftijd best nog goed komen, afhankelijk van hoe de hersenen van dat kind zich zullen ontwikkelen. Helaas is er bij het onderzoek van Price niet gekeken naar hoe het precies kan dat de hersengebiedjes van de onderzochte pubers relatief toe- of afnamen ten opzichte van de rest van hun hersenvolume. Het is dus niet bekend of je dit misschien gericht kunt trainen.