Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Groepen hebben een IQ
Hoe intelligent individuen zijn, is min of meer te meten met IQ-tests. Maar hoe meet je dat bij een groep mensen? Een eerste poging levert verrassingen op.

Over de collectieve intelligentie van groepen mensen hadden vooral cynici tot nu toe het een en ander op te merken. Een Amerikaans team van psychologen onder leiding van Anita Williams Woolley presenteert nu in Science Express een serieuze poging om groepsintelligentie te meten.

De onderzoekers bepaalden het groeps-IQ op gelijksoortige manier als bij een individu. Het IQ - graadmeter voor ‘algemene intelligentie’ - wordt afgeleid uit de scores van een persoon op een aantal verschillende cognitive tests. Het IQ blijkt dan een zinnig getal te zijn, omdat het de score van diezelfde persoon op heel andere cognitieve tests vrij goed voorspelt.

Voor dit onderzoek kregen een paar honderd proefpersonen eerst een individuele IQ-test en diverse persoonlijkheidstests. Daarna werden ze willekeurig ingedeeld in groepjes van twee tot vijf personen, die vijf tot tien groepsopdrachten moesten uitvoeren waarbij samenwerking en overleg belangrijk waren.

In de blender
Alle individuele- en groepsscores werden - zoals dat gaat in de sociale wetenschappen - in de statistische blender gegooid, teneinde er zoveel mogelijk significante verbanden uit te persen. Williams Woolley en haar collega’s concluderen ten eerste dat het groeps-IQ bestaat: zij noemen dat de c-factor, en die heeft voorspellende waarde voor hoe dezelfde groep op een scala aan tests zal presteren. C verklaart ongeveer 40 % van de variatie in groepsscores.

Vervolgens onderzochten ze, in hoeverre de c-factor een gevolg is van de individuele IQ’s. Opmerkelijk was, dat zowel het gemiddelde IQ van de groep als het maximale IQ binnen een groep maar heel zwak verband hielden met c.

C hing wel redelijk goed samen met de gemiddelde ‘sociale gevoeligheid’ (zoals gemeten in een van de individuele tests), met een egalitaire verdeling van de spreektijd binnen de groep en met het percentage vrouwen.

Nuttig instrument
De onderzoekers hopen dat de c-factor een nuttig instrument kan worden om, bijvoorbeeld, groepen personeel en managementteams op geschiktheid en potentieel te beoordelen.

Enige relativering is wel op zijn plaats: de sterkte van het verband tussen de groepsscore en een veronderstelde oorzaak wordt uitgedrukt in een cijfer tussen 0 en 1, de correlatie. Correlatie 0 betekent dat er geen enkel verband is, 1 betekent een perfect verband tussen beiden. Williams Woolley noemt correlaties van 0,23 en 0,26 al ‘ significant’.

Als je de groepscores in een grafiek uitzet tegen bijvoorbeeld het percentage vrouwen in de groep, zie je bij correlatie 0,23 een puntenwolk die op het oog niet of nauwelijks van een toevalsverdeling te onderscheiden is. In menige andere wetenschappelijke discipline worden correlaties hoger dan 0,9 pas werkelijk de moeite waard geacht.

Arnout Jaspers