Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Turkije Leger Turks

Als sommige Nederlandse journalisten en opiniemakers opeens terughoudend zijn met wat ze publiekelijk over Turkije en president Erdogan verklaren, geldt dit dan ook voor het werk van onze wetenschappers? De Kennis van Nu sprak met twee Leidse academici die hier al goed over nagedacht hebben. 'Zoals zo vele andere wetenschappers en promovendi kan ik mijn onderzoek niet los zien van mijn samenwerking met het buitenland.'

Eind april bracht de Parijse NGO Reporters Without Borders haar jaarlijkse persvrijheidsindex uit. Met een 151ste plaats (van de 180 landen) zakte Turkije daarin nog verder naar beneden in vergelijking met vorig jaar en moet deze kandidaat EU-lidstaat zelfs Rusland (148) en Pakistan (147) laten voorgaan.

Het toeval wil dat Nederland sindsdien begon te merken dat de beperkte Turkse persvrijheid ook bij ons voelbaar is. Het Turkse consulaat in Rotterdam riep Nederlandse Turken op om beledigingen tegen Erdogan te melden. Er is de zaak over Metro-Columniste Ebru Umar. En deze woensdag nog gaf de Turks-Nederlandse schrijver Özcan Akyol in De Wereld Draait Door toe dat hij niet meer publiekelijk over Turkije durft te praten, omdat hij ‘de lange Turkse Arm echt voelt’.

De Kennis van Nu vroeg zich af of deze indirecte beperkingen in de persvrijheid via Turkije ook gevolgen had voor de academische vrijheid in Nederland. Met andere woorden: zijn Nederlandse hoogleraren nog wel vrij om te onderzoeken of zich publiekelijk uit te spreken over wat er in het land gebeurt? Het is geen onterechte vraag, want in Turkije zelf spelen er inzake academische onvrijheid wel degelijk praktijken af die maar weinig aan de verbeelding overlaten (zie daarvoor het achtergrondstuk onderaan de pagina).

"Situatie Turkse collega's ligt me nauw aan het hart"

Deze week gaf Leids hoogleraar Turkse talen en culturen Erik-Jan Zürcher zijn medaille terug aan de Turkse ambassade. Die had hij in 2005 van Turkije gekregen omwille van zijn verdiensten voor het land, maar uit onvrede voor wat er momenteel in Turkije gebeurt, vond Zürcher dat hij dit wel moest doen. Aan DKVN laat hij weten dat de krimpende academische vrijheid lang niet het enige argument was voor zijn actie. 'Maar het ligt me wel bijzonder aan het hart, omdat ik ook goede banden heb met vele Turkse collega’s.’

Desondanks hoopt hij dat hij zijn publiekelijk gebaar geen negatieve gevolgen zal hebben. Niet alleen voor zijn persoon, maar ook voor alle studenten en promovendi die hij in het verleden begeleidde en die nu in Turkije zijn. Zürcher kan ook moeilijk inschatten of hij zelf het land nog in zal mogen. ‘De toekomst zal het uitwijzen, maar ik heb in de komende maanden geen plannen voor een bezoek aan Turkije, dus dat duurt nog even.’

"Censuur op mijn academisch werk? Nooit."

Zijn collega Turkse Literatuur en Uitvoerende Kunsten Petra de Bruijn (eveneens Universiteit Leiden) had eerder in de Telegraaf ook al aangegeven dat ze tegenwoordig wel nadenkt of ze nog over bepaalde Turkse zaken moet schrijven. Aan DKVN nuanceert ze deze uitspraak wel. ‘Die quote had eerder betrekking op mijn werk als opiniemaker en blogger. Op mijn puur academisch werk zal ik nooit zelfcensuur toepassen in Nederland, ook niet bij de keuze van materiaal in de klas - bijvoorbeeld over de Armeense kwestie - hoewel ik studenten ken die er soms een andere standpunt op nahouden.’

Het is ook niet zo dat De Bruijn veel negatieve reacties op haar blogstukken heeft ontvangen, maar voor haar is het vooral een neiging tot zelfcensuur. ‘Zoals zo vele andere wetenschappers en promovendi kan ik mijn onderzoek niet los zien van mijn samenwerking met het buitenland en heb ik ook mijn verantwoordelijkheden.’ Zo organiseerde het NISIS (oftewel het Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies, nvdr.) in maart nog (samen met zusterorganisaties uit Duitsland, Frankrijk en Turkije) een conferentie in Istanbul. De Bruijn is ad-interim directeur van het NISIS en had het dan ook bijzonder jammer gevonden indien ze daar niet aanwezig had kunnen zijn, omdat Turkije haar mogelijk niet meer zou binnenlaten.

‘Dergelijke overwegingen maak ik niet alleen, maar mijn collega’s uit Nederland, Duitsland, en Frankrijk doen dat eveneens. Een Frans-Turkse collega van mij heeft nog altijd zijn dubbele nationaliteit en tekende de petitie mee die de Turkse regering opriep om het geweld op de Koerden te staken (zie het achtergrondstuk onderaan, nvdr.). Nu durft hij Turkije niet meer in, omdat hij bang is om opgepakt te worden.’

Omwille van deze en andere elementen is De Bruijn ervan overtuigd dat de mensen rond de AKP (de partij van president Erdogan) steeds minder gecontroleerd en gecorrigeerd worden door een kritische academische wereld. Moet Nederland zich daar dan ook zorgen over maken? De Bruijn: ‘Zeker. Academische vrijheid heeft net zoals de pers een controle-functie. Wanneer deze twee wegvallen, neemt het kritische denkvermogen van een maatschappij af en laat het zich leiden door gevoelens. En dat het in Turkije gebeurt, een land dat in het Midden-Oosten een sleutelpositie inneemt, is een gevaarlijke ontwikkeling.’

Marmara University Campus Universiteit Turkije Turkey

ACHTERGROND:
Wat is er aan de hand in Turkije op het gebied van academische vrijheid?

De meeste cases in Turkije draaien momenteel rond een petitie waarin 1128 Turkse academici van 89 Turkse universiteiten (samen met meer dan 300 buitenlandse academici) begin dit jaar hadden opgeroepen om de gevechten tussen de Turkse overheid en de Koerdische afscheidingsbeweging PKK te stoppen. Hoewel het conflict te complex is om de twee partijen zo maar als goed of slecht te bestempelen, was de petitie vooral negatief over de Turkse overheid en kreeg deze (terecht of ten onterechte) het verwijt van het opzettelijk doden en deporteren van burgers op grote schaal.

De Turkse overheid reageerde hierop door naar al de 1128 Turkse academici een onderzoek open te stellen op verdenking van het verspreiden van terroristische propaganda en het beledigen van de Turkse Republiek. Tientallen hoogleraren moesten de gevolgen hiervan ondervinden, gaande van gedwongen ontslagneming, ontslagen op staande voet, gerechtelijke vervolging en/of arrestaties. Nog altijd worden er Turkse academici in de cel vastgehouden omdat ze de petitie of de ondertekenaars steunden. Andre Stavilă, een Turkse politicoloog, postte op Facebook het bericht dat Turkije met deze actie terug naar de ‘donkere tijden’ ging. Na twee uur werd hij door zijn departementshoofd onder druk gezet om te vertrekken wat Stavilă niet lang daarna ook deed.

Volgens Erik Jan Zürcher is het niet zo vreemd dat ook dit laatste in Turkije kan gebeuren. ‘Het hoge onderwijssysteem is erg gecentraliseerd en de onderwijsraad wordt benoemd door de Turkse president. Deze structuur stamt nog uit de tijd van de Turkse militaire junta, maar kan nog altijd heel veel sturing geven aan de universiteiten. De private universiteiten zijn overigens nog voorzichtiger omdat de eigenaars vaak in commerciële belangen geschaad kunnen worden door de Turkse overheid, zoals in de hotel- of autosector.’

Niet alle recente cases zijn overigens direct aan de beruchte petitie te linken. Zo riskeerde een andere politicoloog voor lange tijd zeven jaar cel voor het steunen van terroristische activiteiten, omdat hij in een examenvraag aan zijn studenten vroeg om twee teksten van de leider van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK te vergelijken. In februari werd hij vrijgesproken.

In 2015 stuurde de decaan van een Turkse universiteit dan weer een tweet de wereld in waarin hij de Turkse historisch-nationalistische kostuums van een aantal figuranten op de hak nam. Deze figuranten maakten deel uit van een ceremonieel ontvangst dat president Erdogan voor de Palestijnse president Mahmoud Abbas had georganiseerd. ‘In welk Turks vorstendom droegen ze vroeger badjassen?’, luidde de grap. Na verschillende doodsbedreigingen aan zijn adres en aan dat van zijn familie te hebben ontvangen, besloot de man om zijn functie van decaan op te geven (zoals dit ook geëist werd door de jongeren van de AKP). De man voegde er nog netjes aan toe dat hij nooit "de geschiedenis, de morele waarden of de president van de Turkse natiestaat had willen beledigen".