Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
paalworm, teredo navalis

Veel schepen vergingen op de beruchte zandbank ‘Maasdroogen’ en slijten hun dagen op de bodem van het Oostvoornse Meer, net ten zuiden van Hoek van Holland. Sommige wrakken liggen al eeuwen op de bodem, maar sinds een aantal jaar gaat de kwaliteit van de wrakken hard achteruit door toedoen van een destructief organisme: de paalworm.

Zout water
In 1966 werd het Oostvoornse Meer afgesloten met de Brielse Gatdam. Het meer was vroeger een belangrijke vaarroute naar de haven van Rotterdam, maar kreeg een andere bestemming. Het water in het meer werd na de afsluiting steeds zoeter, maar ook steeds troebeler. Daardoor nam de biodiversiteit af en verslechterde de waterkwaliteit. Bijkomend gevolg was dat het voor recreanten minder aantrekkelijk werd om naar het meer te komen: duikers en andere watersporters geven de voorkeur aan helder water.

Om dit probleem aan te pakken werd de projectgroep Natuurlijk Oostvoornse Meer in het leven geroepen. Deze besloot in 2002 het water geleidelijk zouter te maken om de ‘natuur- en recreatiewaarden te behouden en te versterken’, zo staat vermeld in het factsheet Natuurlijk Oostvoornse Meer. In de projectgroep werkten verschillende organisaties, overheden en instanties vervolgens samen aan de ‘verzouting’ van het meer.

Het zoute water kan dan misschien grote voordelen hebben voor natuur en recreatie in het Oostvoornse Meer, maar ook een groot nadeel: de paalworm, ook wel Teredo navalis. Deze boort gaten in hout onder water en tast dus de scheepswrakken aan. Vanaf 9 milligram zout per liter kan dit diertje, dat in het Engels – zeer toepasselijk – de great shipworm wordt genoemd, zich in het water voorplanten. Het zouter maken van het water zorgt dus naast de komst van meer recreanten ook voor de komst van een andere ‘recreant’.

Wrakduiken
De paalworm, die eigenlijk geen worm is maar een zogenaamd ‘tweekleppig weekdier’, leeft in en van hout. Het diertje vormt dus een bedreiging voor het hout van (gezonken) schepen in zout water. Daarom is er haast geboden bij het inwinnen van informatie over de scheepswrakken in het Oostvoornse Meer. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft deze taak op zich genomen. Samen met de gemeente Westvoorne en het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) kijkt de RCE naar oplossingen om het gebied te ontwikkelen met het oog op de tegenstrijdige belangen van het erfgoed onder water aan de ene kant en natuur en recreatie aan de andere kant.

De paalworm
Een paalworm kan wel 60 centimeter lang worden, maar niet elke paalworm bereikt die lengte. Om een weg door het hout vrij te maken is de paalworm uitgerust met een schelp die uit een aantal stukken bestaat en lijkt op een boorkop. Het diertje boort al eeuwen gaten in de houten scheepsrompen en verspreidde zich waarschijnlijk over de wereldzeeën "aan boord" van deze schepen. Door de buitenkant van schepen met een extra laag vervangbaar hout te bedekken en soms ook nog met teer te bedekken, werd vroeger voorkomen dat de paalworm het houten schip aantastte. 

Hoewel de paalworm een grote vijand van zeevaarders is, vervult het diertje een ecologisch belangrijke taak. De paalworm ruimt namelijk hout op dat in het water terecht is gekomen. Vooral in de magrovebossen in de Tropen is dit van groot belang.

Video met uitleg over de paalworm (Engels)

Ontdek meer in de special