Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Fjord op Groenland

Waar blijft de volgende ijstijd? Die gaat voorlopig niet door, berekent een groep van voornamelijk Britse klimaatwetenschappers. De mens heeft daarvoor veel te veel broeikasgas geproduceerd.

De warme perioden tussen ijstijden, interglacialen, duren gemiddeld zo’n elfduizend jaar. Het einde van de laatste ijstijd ligt 11,6 duizend jaar achter ons. Dus waar blijft de kettingreactie die de temperatuur op aarde in korte tijd een graad of tien omlaag brengt? Die had er misschien al moeten zijn, en zou anders binnen 1500 jaar moeten optreden, schrijven vier klimaatwetenschappers in Nature Geoscience. Maar dat gaat niet door, want daarvoor bevat de atmosfeer veel te veel CO2.

In het verleden wisselden ijstijden en warmere perioden elkaar steeds af onder invloed van de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Verschillende cycli zijn daarvoor van belang, en het duurt 400 duizend jaar voordat die weer op dezelfde manier samenvallen. De onderzoekers wilden graag een warme periode onderzoeken die qua aardstand zo veel mogelijk leek op de huidige. Daarvoor moesten ze 780 duizend jaar terugkijken.

Dat kan: luchtbelletjes in Antarctisch ijs verraden de CO2- en methaangehaltes in de lucht van toen. En aan de hand van bodemboringen is te zien hoe ver ijspakketten steentjes richting de evenaar vervoerden voordat ze smolten, en dus hoe ver het poolijs in een bepaalde periode reikte.

Het begin van een ijstijd is te herkennen aan een zaagtandpatroon waarin koude en warme perioden tussen het zuidelijke en het noordelijke halfrond elkaar afwisselen. Dat verstoort uiteindelijk de oceaanstromingen, waarna de echte afkoeling begint. Maar dit kan alleen als het gehalte aan broeikasgassen in de atmosfeer laag genoeg is. De ijstijd die 780 duizend jaar geleden inzette, begon bij een CO2-gehalte van 240 ppm (delen per miljoen), terwijl het methaangehalte op 700 ppb (delen per miljard) stond.

Tegenwoordig zit er veel meer in de lucht: ruim 390 ppm CO2 en dik 1800 ppb methaan. Om een nieuwe ijstijd in gang te zetten, zouden de concentraties van deze twee gassen moeten afzakken naar zo ongeveer de niveaus van 780 duizend jaar geleden, aldus de onderzoekers. Klimaatmodellen bevestigen dat. Zoiets gaat de komende duizenden jaren niet gebeuren. Zelfs als de mens helemaal stopt met het produceren van broeikasgas. Voor wie hoopt dat een nieuwe ijstijd de gevolgen van de wereldwijde opwarming zal tegengaan is dit slecht nieuws.

Overigens was de industriële revolutie niet eens nodig geweest om de dreigende ijstijd af te wenden. Al door het kappen en verbranden van bomen en het verbouwen van rijst (waardoor methaan ontstaat) heeft de mensheid zo veel broeikasgassen in de atmosfeer gebracht dat het gevaar werd bezworen.

(Het artikel van Tzedakis e.a. verschijnt binnenkort op de site van Nature Geoscience)