Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Screen%20Shot%202015-07-27%20at%205
Langzaam dringt het door dat ik mijn DNA alleen maar te leen heb van de vorige generatie om door te geven aan de volgende.

Keurig afgelezen, in elkaar geplakt en langs het standaard menselijk genoom gelegd, en van de nodige kanttekeningen voorzien door bioinformatici van Naturalis en het LUMC. Zo liggen mijn pakweg 3,3 miljard DNA-letters opgeslagen op een zwart doosje in een vakje van mijn bureau thuis. Voor zover erfelijk bepaald zit daarin dus alles opgeslagen wat mij eigen is: mijn afkomst, familierelaties, eigenschappen, hebbelijkheden. Maar ook mijn defecten, vatbaarheden en vele onvolkomenheden. Intiemer kan het bijna niet. En dus begin ik langzaamaan iets voor dat zwarte doosje te voelen wat dicht in de buurt van tedere bezitterigheid komt. 

Maar tegelijkertijd begint het besef door te dringen dat die gegevens, nog voor ze goed en wel waren afgelezen, al te grabbel gegooid werden. Kopieën ervan staan (met mijn medeweten en toestemming) op de computers van het bedrijf GenomeScan en van mijn collega’s Johan den Dunnen en Rutger Vos. Ik heb ook een DNA-monster opgestuurd naar het Amerikaanse bedrijf 23andMe om een snelle genoomscan uit te voeren, en hoewel zij mijn DNA niet letter voor letter hebben afgelezen ligt mijn speekselmonster nog bij hen in de vriezer, en kunnen ze dat, als ik daar toestemming voor zou geven, verder gaan aflezen.

En dat is nog maar de helft van het verhaal. Want in zeker zin heb ik mijn DNA alleen maar te leen van de vorige generatie om door te geven aan de volgende. Het is, met hier en daar een leesfoutje, in elkaar geknutseld uit dat van mijn vader en moeder. En pakweg de helft ervan heb ik gecombineerd met het DNA van de moeder van mijn kinderen en leeft nu verder in de cellen van mijn dochter en zoon. Dus: als ik iets te weten kom over mijn eigen DNA zegt dat automatisch ook iets over het DNA van mijn naaste familieleden.

(Tekst loopt door onder foto)
Menno%20en%20zijn%20oma

Menno en zijn oma

Voor een deel zijn dat onschuldige of interessante zaken, zoals de Joodse voorouder aan wie mijn moeders afstammingslijn hun donkere uiterlijk te danken heeft. Of mijn genetisch bepaalde hoge pijndrempel, waardoor ik al jaren geld bespaar dankzij lang uitgestelde tandartsbehandelingen. Maar stel dat ik zou ontdekken dat ik drager ben van een gen-variant die verantwoordelijk is voor taaislijmziekte. Dat zou betekenen dat voor elk van mijn kinderen de kans 50% is dat ze dat gen ook geërfd hebben en dat ze dus, tegen de tijd dat ze eventueel zelf kinderen krijgen, dit dan wellicht aan hun partners zouden moeten vertellen. Iets wat ze misschien helemaal niet willen.

Met andere woorden: kennis over mijn genoom schept verantwoordelijkheden. Ik heb mijn genoomsequencing-avontuur daarom van tevoren aan mijn kinderen voorgelegd en gevraagd wat ze zouden willen weten over mijn “ontdekkingen”. Maar ja, dat leverde meteen een complex speltheoretisch probleem op. Zolang mijn kinderen niet weten wat ik weet, weten zij ook niet wat zij wel of niet willen weten. En als ik hun vraag of ze iets willen weten, weten ze meteen dat ik iets heb gevonden wat ze wellicht zouden moeten willen weten. Als u mij nog kunt volgen... 
 
Voorlopig hebben we daarom maar afgesproken dat ik zelf inschat wat ik denk dat relevant voor hen is en hen in globale termen vraag of ze daar iets over zouden willen weten. Een praktijkvoorbeeld daarvan meteen al in de volgende blog.