Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Karatekreeft
Een enge zeekreeft uit de tropen blijkt zijn tegenstanders dood te timmeren met de krachtigste karateklap uit de natuur. De ‘bidsprinkhaankreeft’ heeft zelfs een vreemdsoortige trekker in zijn skelet ontwikkeld om de moeder aller doodschoppen uit te delen.

“De gladiator van het koraalrif”, wordt hij wel genoemd. En het moet gezegd: de bidsprinkhaankreeft (Odontodactylus scyllarus) is niet bepaald een watje. Zelfs de kranigste straaljagerpiloot zou de versnelling waarmee het diertje zijn poot in beweging brengt niet overleven. Tot meer dan tienduizend g bedraagt die versnelling – achtbanen gaan tot een g’tje of vijf, een mens is dood bij vijftien. ‘Poot’ is trouwens niet helemaal het juiste woord. De kreeft mept er namelijk op los met een soort steenachtige knuppel die aan zijn lijf bungelt. Een echte naam voor het lichaamsdeel bestaat niet; in de literatuur worden termen gebruikt als ‘voedingsuitsteeksel’, ‘hiel’ of ‘wijsvinger’. Strikt genomen is het accurater om te zeggen dat de kreeft zijn voedsel dood piekt. Tussen haakjes: in het Nederlands spreekt men van een ‘kreeft’, in het Engels heet het beest ‘garnaal’ (‘mantis shrimp’) Amerikaanse biologen hebben nu ontdekt hoe de kreeft/garnaal zijn kunstje lapt. Uiteraard maakt het dier gebruik van een katapult, zoveel was al snel duidelijk. Geen spier die binnen drie duizendste seconden tijd een knuppel vanuit stilstand kan versnellen tot meer dan tachtig kilometer per uur. Opnames met de hogesnelheidscamera leerden dat de kreeft een soort pistooltrekker gebruikt. Denk aan een zadelvormig stukje kraakbeen, dat deel uitmaakt van het exoskelet van het dier. Tegen etenstijd drukt de kreeft zijn knuppelvinger tegen zijn lijf en bouwt hij de spierspanning op, zodat de knuppel onder enorme druk komt te staan. De hele constructie wordt intussen op zijn plaats gehouden door een ingenieuze scharnier, met de trekker als sluitstuk. Uiteindelijk haalt de kreeft de trekker over, waarna het dier er lustig op los timmert. S. Patek en collega’s van de Universiteit Berkeley van Californië zagen op de hogesnelheidsopnames dat er nóg iets gebeurt. Door de enorme waterverplaatsing ontstaan er bij de knuppel heel plaatselijk ‘cavitaties’, kleine lagedrukgebiedjes in het water. Die holtes vullen zich weer met water – letterlijk met een klap. Vandaar dat de kreeft een tikkend geluid maakt, dat van verre te horen is. Vandaar ook dat de onderzoekers op de film een raar lichtverschijnsel zagen. Dat licht ontstaat bij het gewelddadige dichtklappen van de holtes. De Twentse vloeistofonderzoekers Detlef Lohse en Michel Versluis ontdekten jaren geleden dat ook de garnaal 'Alpheus heterochaelis' gebruik maakt van dichtklappende waterholtes. Het dier beschiet er zijn tegenstanders mee en dankt zijn dagelijkse naam 'pistoolgarnaal' aan het lawaai dat met het dichtklappen van de cavitaties gepaard gaat. De Nederlanders becijferden destijds dat de hitte in een dichtklappende bubbel oploopt tot vijfduizend graden Celsius. Dat is de temperatuur van plasma, het spul waar ook de zon op draait. Patek vermoedt dat ook de bidsprinkhaankreeft bubbels gebruikt om zijn slachtoffers te verlammen. Dat zou gek genoeg betekenen dat de slachtoffers van de kreeft niet worden doodgeslagen door de heftigste pets van de natuur, maar door waterbubbels. Een keerzijde heeft het doldrieste gepiek van het garnaaltje óók. Het knuppeltje van het dier is gemaakt van steenachtig, gemineraliseerd weefsel, maar slijt wel. Bidsprinkhaankreeften vervellen daarom voortdurend. Om de paar maanden moet het dier het oppervlak van zijn slagvinger vervangen.

Maarten Keulemans

Bron: S. Patek, W. Korff en R. Caldwell: Deadly strike mechanism of a mantis shrimp. In: Nature, Vol. 428, 819-820 (2004)