Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
fret griep

De ophef over het Rotterdamse H5N1-virus dat op een publicatieverbod stuitte, was misschien wat overdreven. Nu is het werk eindelijk te lezen, voor iedereen zelfs. Hoe staat het eigenlijk met het grote griepgevaar?

Eindelijk is het artikel verschenen dat Ron Fouchier en zijn collega’s al op 30 augustus vorig jaar naar de redactie van Science hebben verstuurd – het is zelfs gratis te lezen voor iedereen. Daarin beschrijven de Rotterdamse onderzoekers hoe ze griepvirussen van het type H5N1 lieten evolueren tot een versie die gemakkelijk via de lucht van de ene naar de andere fret overdraagbaar was. Vijf kleine mutaties in de erfelijke code van dit vogelvirus waren daarvoor genoeg.

Drie hadden ze er in het laboratorium in gezet, de overige twee ontstonden vanzelf nadat het virus steeds opnieuw van fret naar fret was verplaatst. Op het laatst ging dat door het gaas van de kooien heen, dus zonder lichamelijk contact. Fretten lijken qua vatbaarheid voor griep erg op mensen, en daar is het natuurlijk allemaal om begonnen.

De grote lijnen van dit onderzoek zijn al bekend sinds eind vorig jaar, toen het Amerikaanse adviesorgaan voor bioveiligheid (NSABB) publicatie van dit en een soortgelijk Amerikaans artikel tegenhield. De reden daarvoor was de angst dat terroristen de details over het fabriceren van gevaarlijke griepvirussen zouden kunnen misbruiken. Uiteindelijk besloot het toch dat de voordelen van publicatie zwaarder wegen dan de nadelen. Want voor het maken van vaccins tegen zo’n gevaarlijke griepvariant is het wel zo handig als de wereldwijde onderzoeksgemeenschap weet hoe de vork precies in de steel zit.

Ab Osterhaus, een van de auteurs: ‘We hebben gekeken naar de functie van de mutaties. Er zijn alternatieve mutaties mogelijk die hetzelfde doen, dat laat dat Amerikaanse onderzoek ook zien. Je kunt zelfs een lijst opstellen van waarschijnlijk wel honderden mutaties die in combinatie gevaarlijk zijn. Alleen na publicatie van onze resultaten kun je daarop monitoren.’ Doordat griepvirussen in de natuur steeds muteren en bovendien genen met elkaar uitwisselen, had het virus dat de Rotterdammers maakten waarschijnlijk ook vanzelf in vogels of zoogdieren kunnen ontstaan. En dat kan nog steeds, dus daar moet wereldwijd voortdurend op getest worden, vindt Osterhaus.

Geen dode fretten
Wat ook een rol zal hebben gespeeld bij het besluit om het artikel niet langer te blokkeren, is het feit dat de virussen lang niet zo gevaarlijk lijken als aanvankelijk werd rondgebazuind. In Rotterdam is geen van de fretten aan de besmetting overleden (wel aan het onderzoek ernaar). En virusremmers werkten goed tegen deze versie van de griep. Of dat betekent dat hij ook voor mensen niet dodelijk is? Fouchier durfde het in een telefonische persconferentie niet hardop te zeggen. Maar aanwijzingen zijn er wel: het virus kon zich zo goed via de lucht van fret naar fret verspreiden omdat het aangrijpt op de bovenste luchtwegen. De gevaarlijkste griepsymptomen ontstaan juist wanneer het virus diep in de longen huishoudt, zoals de versie van het vogelgriepvirus waarmee dit onderzoek begon.

Griepvirussen van het type H5N1 springen regelmatig van vogels over naar mensen, met name in Azië. In de diepte van de longen richten ze grote schade aan, maar van daaruit kunnen ze zich slecht verspreiden naar het volgende slachtoffer. Besmettelijkheid en dodelijkheid lijken elkaar dus min of meer uit te sluiten.

Maar ja, een krappe eeuw geleden is er natuurlijk wél een grieppandemie geweest die miljoenen mensen doodde – van het type H1N1 trouwens, net als de Mexicaanse griep die drie jaar geleden tot een veel minder dodelijke pandemie leidde. Dus misschien is er toch een vorm mogelijk die beide slechte eigenschappen in zich verenigt. Osterhaus: ‘H5N1 zou de basis van een nieuwe pandemie kunnen worden, dat roepen we al sinds de jaren negentig. Tot nu toe is dat niet gebeurd. Maar ik denk dat het virus nog altijd gevaarlijk is.’

Sneller en effectiever
Mocht het tot een pandemie komen, dan kan de wereldgemeenschap waarschijnlijk stukken sneller en effectiever reageren dan de vorige keer. Rino Rappuoli, hoofd vaccinonderzoek van Novartis Vaccins & Diagnostiek: ‘Vroege detectie is heel belangrijk. Zodra de genetische samenstelling van het virus bekend is – en dat kan bijna onmiddellijk - kunnen we dat volledig synthetisch namaken. Dat kan het begin van de fabricage van vaccins flink versnellen’, aldus Rappuoli. Overal op de wereld tegelijk, want het virus zelf hoeft niet verstuurd te worden. Alleen de informatie.

Ook het maken van de vaccins zelf gaat sneller dan ooit: niet meer in kippeneieren, maar in celkweek. Ten slotte zijn er ook betere hulpstoffen ontwikkeld, zodat per persoon minder griepvaccin hoeft te worden gemaakt.

Technisch kan het dus heel snel gaan. De uitdaging is nu om het allemaal zo te organiseren dat dit zonder tijdverlies gebeurt, voegde hij toe. Hoe groot is de kans dat het nodig is? Dat durft geen van de onderzoekers te zeggen. Ze vinden allemaal dat daarvoor meer onderzoek nodig is.