Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Kleuren zien dankzij gentherapie
Een veelvoorkomende vorm van kleurenblindheid kan worden genezen met behulp van gentherapie. Het grijsgroene doodshoofdaapje profiteert er al van. Nu de mens nog.

Als je rood en groen niet uit elkaar kunt houden, mis je een deel van je fotopigmenten, eiwitten op je netvlies die kleuren doorgeven. De genen die verantwoordelijk zijn voor deze afwijking, liggen mooi bij elkaar op een enkel chromosoom. Dat maakt de behandeling van kleurenblindheid met behulp van gentherapie tot een aantrekkelijke optie. Amerikaanse onderzoekers hebben het nu met succes uitgeprobeerd bij doodshoofdaapjes, schrijven ze in Nature.

De onderzoekers bepaalden eerst met behulp van de bekende Ishihara-test welke aapjes kleurenblind waren. Alleen moesten de aapjes geen getallen herkennen, maar een groepje gekleurde stippen (zie onderste foto). Vervolgens ondergingen de kleurenblinde aapjes gentherapie, waarbij een menselijk gen in hun netvlies werden geplaatst. Na die therapie zag de wereld er voor de aapjes een stuk kleurrijker uit. 

Het is vooral hoopgevend dat het onderzoek werd uitgevoerd bij volwassen aapjes. Tot dusver dacht men dat het volwassen brein niet in staat was om zich nog aan te passen aan zintuiglijke informatie die het nooit eerder binnenkreeg. Maar de hersencellen bleken allerlei nieuwe verbindingen aan te kunnen gaan, zodat ze de ‘nieuwe’ kleuren konden verwerken. De onderzoekers hopen dat gentherapie in de toekomst ook (volwassen) mensen van hun kleurenblindheid af kan helpen.

Bouwe van Straten