Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
etende koolmezen

Door warmere lentes lopen koolmeeskinderen steeds vaker het beste voer mis. Maar dit leidt niet tot minder mezen, voorlopig dan.

Al zou je het dit jaar niet zeggen, in de afgelopen dertig jaar is het Nederlandse voorjaar steeds warmer geworden. Dat brengt koolmezen in de problemen. Warmer weer betekent dat eiken eerder in het blad staan. Rupsen die leven op eikenblad groeien daardoor sneller. En die rupsen zijn nu juist het ideale voedsel voor jonge koolmezen. Koolmeesouders moeten ervoor zorgen dat de vraag naar voedsel van hun jongen het grootst is als de rupsen op hun dikst zijn.

Rupsen kunnen sneller groeien, maar koolmezen kunnen niet sneller broeden. Het duurt nu eenmaal twaalf dagen voordat hun jongen uit het ei kruipen. Als er eerder meer rupsen zijn, betekent dat voordeel voor vogels die eerder dan de rest beginnen met broeden. Door deze natuurlijke selectie zijn koolmezen in de afgelopen decennia iedere tien jaar twee dagen eerder gaan broeden, zo schreef ecoloog Marcel Visser van het NIOO-KNAW in 2005 in Science. Zich aanpassen kan de soort, zo bleek, maar de vrees was dat de verandering van het klimaat te snel zou gaan.

De vraag die in 2005 nog open stond, beantwoord Visser vandaag, opnieuw in Science. 38 jaar lang observeerden Visser en zijn collega’s koolmezen op de Hoge Veluwe. Deze gegevens laten geen afname van aantallen koolmezen zien. ‘We zien wel dat er minder jongen uitvliegen, maar het aantal vogels dat we aan het begin van het volgende broedseizoen terugzien, is niet minder,’ laat Visser telefonisch weten. ‘Dit resultaat verwachtte ik niet.’

De verwachtte daling van de koolmezenaantallen blijft dus uit. Dat komt, zo blijkt uit het onderzoek, doordat de overleving van de uitgevlogen jongen dichtheidafhankelijk is. Hoe meer jonge koolmezen door het bos fladderen, hoe meer concurrentie ze van elkaar hebben en hoe meer jongen het loodje leggen. Verlaten weinig jongen het nest, dan is de concurrentie lager en overleven er meer. Zo verschijnen bij verschillende aantallen uitvliegende jongen toch even veel vogels aan de start van het nieuwe broedseizoen. ‘Nu we snappen hoe het zit, lijkt het niet zo ingewikkeld meer,’ zegt Visser.

De dichtheidafhankelijke sterfte van de uitgevlogen jongen werkt als een soort buffer. Het vangt de nadelen van het veranderende klimaat op. Visser rekende de gevolgen van verschillende klimaatscenario’s op de koolmeespopulatie door. Dat levert een grafiek op die zelfs bij de grootste opwarming in honderd jaar tijd nauwelijks daalt. Misschien geeft het de koolmees voldoende tijd om zich aan te passen aan de veranderende temperatuur door vroeger te gaan broeden. Reden om het klimaatprobleem minder serieus te nemen, ziet Visser hier niet in. ‘Er komt een situatie dat de koolmezen zo laat zijn dat de populatie wel achteruit gaat,’ waarschuwt hij.

Een warme lente is ons dit jaar niet gegund. Wat betekent dat voor de koolmees? Visser: ‘De rupsen komen nu zo’n beetje uit en de eiken beginnen ook. Alles staat nu nog een beetje stil. De koolmezen gaan vandaag of morgen eieren leggen. Het moet nu niet heel snel warm gaan worden, want dan zijn de koolmezen alsnog te laat.’ Gelukkig voor de koolmezen is het de komende dagen te koud voor de tijd van het jaar. Laat dat een troost zijn voor wie op Koninginnedag staat te vernikkelen op de oever van het IJ.

Volg nestelende koolmezen live op Beleefdelente.nl.