Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Hommel

Na professionals kunnen ook hobbytuiniers hommels kopen voor de bestuiving van hun planten. Geen goed idee, vindt hoogleraar plantenecologie David Kleijn: gesteund door recent wetenschappelijk bewijs adviseert hij met klem om de kweekhommels niet te gebruiken. De leverancier van de hommels ziet geen reden tot zorg.

Het is een prachtig concept: in plaats van de vijanden van onze tomatenplanten, worteltjes en aardbeien chemisch de oorlog te verklaren, maak je gebruik van de natuur zelf om problemen te voorkomen. ‘Laat het beste uit de natuur voor uw gewassen werken!,’ is dan ook het motto van Biobest. Het Vlaamse bedrijf levert biologische bestrijdingsmiddelen en bestuivers voor bedrijven in de land- en tuinbouwsector.

Tot grote vreugde van de serieuzere hobbytuinier komt de trukendoos van Moeder Natuur nu ook voor consumenten op de markt. Samen met DCM, leverancier van milieuvriendelijke mest, brengt Biobest de productlijn DCM Naturapy op de markt. Zo kun je bodemroofmijten inschakelen om de bloedmijten te bestrijden die je kippen, kanaries of duiven teisteren en met een doosje aaltjes is het gauw gedaan met engerlingen in het gazon. Ook zitten er hommelnesten in het assortiment. Je koopt een nest met 80 aardhommels en ze geven je meer, betere en mooiere vruchten, zo luidt de belofte.

Is de introductie van kweekhommels een goed idee? Het gaat immers slecht met de wilde hommels en bijen? Volgens Laurent Bernaerts van DCM hoeven we ons geen zorgen te maken. ‘Biobest en DCM werken volgens strenge internationale eisen,’ verzekert Bernaerts. Milieuvriendelijkheid is ook conform de filosofie achter DCM Naturapy. ‘Sinds het fout gegaan is met Harmonia, zijn de regels flink aangescherpt,’ vertelt hij. Het als bladluizenbestrijder geïntroduceerde Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) ontwikkelde zich tot een ware plaag.

David Kleijn laat zijn vangst zien

Overdracht van ziekteverwekkers

Een probleem dat aan kweekhommels kleeft, zijn de ziekteverwekkers die ze met zich meedragen. Dit is een bekend risico en internationale regels moeten voorkomen dat parasieten overstappen tussen de gekweekte hommels en hun wilde soortgenoten. Een studie uit 2013 laat zien dat de kans op besmetting ondanks die regels toch aanzienlijk is.

Voor het experiment kochten Britse wetenschappers op papier parasiet-vrije en goedgekeurde hommelkolonies bij drie verschillende fabrikanten. 77 procent van deze kolonies bleken toch parasieten te hebben. In totaal werden vijf verschillende soorten parasieten geteld op de hommels en drie in de pollen die ze als voedsel meekregen. Ook toonden de onderzoekers aan dat deze parasieten besmettelijk waren en flink schadelijk voor de hommels. Daarnaast droegen de kweekhommels hun parasieten op andere bijensoorten over.

Dat parasieten afkomstig van kweekhommels een enorme impact kunnen hebben, onderschrijft een eerder deze maand gepubliceerd artikel in PNAS. Amerikaanse wetenschappers vonden een verband tussen de uitbraak van de parasitaire schimmel Nosema bombi en de dramatische achteruitgang van Amerikaanse hommels in de jaren ’90. De schimmel stapte hoogst waarschijnlijk over van zwaar geïnfecteerde commercieel gehouden hommelvolken naar wilde soortgenoten.

Een recente publicatie in Science legde een zelfde verband tussen de wereldwijde verspreiding van het deformed wing virus en het gesleep met honingbijen. De commerciële bijenvolken dragen de Varroa mijt bij zich die het virus verspreiden onder wilde soortgenoten. Om verdere verspreiding te voorkomen, roepen de auteurs op om de uitwisseling van bijen drastisch in te perken.

Genetische diversiteit in gevaar

David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer in Wageningen, ziet nog een gevaar. Een mogelijk probleem is dat de gekweekte hommels genetisch zwakker zijn dan hun wilde soortgenoten en via kruising wilde populaties genetisch verzwakken. ‘De hommels die de bedrijven gebruiken, zijn aardhommels. En aardhommels komen ook van nature in je tuin voor,’ vertelt Kleijn.

Al weet Kleijn niet of het probleem zich voordoet, maakt hij zich er wel zorgen om. ‘Over de genetische diversiteit van gekweekte hommels is niets bekend,’ zegt Kleijn. ‘Bedrijven brengen daar geen informatie over naar buiten. Wel is bekend dat kweken een verenging van diversiteit met zich meebrengt.’

Streng toezicht

Bernaerts snapt waar de zorgen vandaan komen, maar hij deelt ze niet. ‘We doen dit al sinds de jaren tachtig,’ zegt hij. ‘De hommels worden onder optimale omstandigheden en streng toezicht gekweekt.’ Hij geeft aan niet bekend te zijn met de mogelijkheid van de overdracht van ziekteverwekkers van hommel op hommel. ‘Biobest gebruikt juist hommels om biologische pesticiden te verspreiden vanuit de Flying Doctors Hive,’ vertelt hij trots. Ook denkt hij dat kruising met wilde hommels geen probleem oplevert.

Kleijn vindt de regels waaraan de kwekers moeten voldoen niet streng genoeg. Dat zou je ook uit de Engelse studie mogen concluderen. Bovendien stelt Kleijn dat de regels onvoldoende gehandhaafd worden.

In de land- en tuinbouw wordt al langer gebruik gemaakt van gekweekte hommels, maar de introductie ervan op de consumentenmarkt brengt extra risico’s met zich mee. De potentieel schadelijke interactie tussen de kweekhommel en zijn wilde soortgenoot vindt niet langer plaats rond boomgaarden en kassen, maar ook in achtertuin en volkstuin. Kleijn adviseert dan ook met klem om de kweekhommels niet te gebruiken.

Ontdek meer in de special