Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Melk 1 april

Alle bekende zuivelmerken voegen 5 tot 7 procent ‘basismelk’ toe aan hun producten, uit efficiency-overwegingen en om de samenstelling constant te houden. Basismelk komt uit grote reactorvaten in Friesland. Ook flesvoeding voor baby’s bevat de GMO-toevoeging.

Melk is een natuurproduct, zodat onvermijdelijk de samenstelling varieert met wat de koe eet en met het seizoen, en zelfs per regio. Grote zuivelfabrikanten willen echter altijd een product leveren dat zoveel mogelijk constant is in samenstelling en kwaliteit. Daar begint het succesverhaal van CoFriMel, een bedrijf dat een melkproduct maakt, ‘basismelk’, dat wordt geproduceerd door genetisch gemodificeerde bakkersgist. Dit is in wezen dezelfde schimmel die gebruikt wordt bij de productie van bier of brood, maar dan voorzien van enkele genen die in de melkklieren van de koe zorgen voor de melkproductie.


Het grote voordeel van melkproductie door deze schimmel is dat de samenstelling van de basismelk volledig in de hand te houden is door de voeding van de schimmel aan te passen. Soms heeft de koeienmelk aanvulling nodig met extra vetzuren, soms is behoefte aan meer melksuikers of aan een extra dosis caseïne. De op maat gemaakte basismelk zorgt ervoor, dat de fabrikant altijd dezelfde kwaliteit kan garanderen van de melk die in het schap van de supermarkt terecht komt.

CoFriMel is in 2009 opgericht door de Wageningse biotechnoloog Anne Bakema, die eerder bij Monsanto werkzaam was in de veredeling van broccoli en andere groentes. Na een moeizame opstartfase kwam de melkproductie in 2011 op gang, en nu staan in de fabriek bij Joure tientallen grote reactorvaten dag en nacht basismelk te produceren. Vrachtwagens met het voedsel voor de schimmel – restanten veevoer, palmolie, landbouwafval, gerecycled frituurvet en overschotpartijen van landbouwveilingen - rijden af en aan.

‘Het was wel duidelijk dat de grote zuivelfabrikanten met een probleem zaten,’ zegt Bakema. ‘Om de smaak en kwaliteit constant te houden, moesten ze grote hoeveelheden melk uit diverse delen van het land mengen, en soms zelfs zomermelk aanlengen met melkpoeder uit de winter. Dat gesleep met melk en de langdurige opslag kostte veel geld, en het staat ook op gespannen voet met het imago van melk als een vers natuurproduct. Wij zijn met CoFriMel in dat gat gesprongen. Een fabrikant bestelt bij ons precies de basismelk die hij nodig heeft om zijn melk op het vereiste kwaliteitsniveau te brengen, en twee dagen later heeft hij die in huis.’

Hier een interview met Anne Bakema, de directeur van CoFriMel:

Toen de eerste zuivelproducent met CoFriMel in zee was gegaan, volgde de rest al snel. Tegenwoordig bestaat de melk die wordt gebruikt voor alle zuivelproducten van de grote merken – dus ook de yoghurt, roomijs en allerlei toetjes – voor 5 tot 7 procent uit basismelk. Maar is melk dan nog wel een zuiver natuurproduct? 

Bakema: ‘De genetisch gemodificeerde gistcellen komen niet in de basismelk terecht, die worden eruit gefilterd. En het product is chemisch gezien identiek aan koeienmelk, dus natuurlijk. Daarom kan basismelk ook zonder probleem gebruikt worden voor kwaliteitsverbetering van babymelk.’

Nederlandse zuivel heeft in de hele wereld een goede reputatie, en vooral de export naar China zit in de lift. Maar met name in China is de consument na recente voedselschandalen extreem gevoelig voor toevoegingen aan melk en andere zuivelproducten. Is dat wellicht de reden dat fabrikanten geen ruchtbaarheid geven aan de toevoeging van basismelk aan hun producten?

Bakema vindt de term ‘ruchtbaarheid geven aan’ suggestief: ‘Dit is een state-of-the-art productiemethode voor kwalitatief hoogwaardige melk. Zuivel is als typisch Nederlands exportproduct een topper, en om dat zo te houden is innovatie onontbeerlijk. Je hoort toch ook niemand klagen over het feit dat Heineken en Grolsch gist gebruiken om bier te maken? Aan die gist wordt ook voortdurend gesleuteld om nog beter bier te maken.’

Hoewel de eiwitten in basismelk chemisch hetzelfde zijn als in koeienmelk, zijn er toch twijfels over de chiraliteit: er is namelijk verschil tussen een eiwitmolecuul en diens spiegelbeeld, ofwel: eiwitten kunnen links- of rechtsdraaiend zijn. De schimmels in de reactievaten produceren een heel andere mix van rechts- en linksdraaiende eiwitten dan de melkklieren van een koe. Voor de biologische functie van sommige eiwitten maakt dat niets uit, maar voor andere wel, maar welke dat zijn is onbekend. Over de effecten van langdurig gebruik van basismelk is daarom ook weinig bekend. Te weinig, volgens critici. Bakema: ‘Zolang het percentage toegevoegde basismelk onder de tien procent blijft, hoeven we alleen aan de Voedsel –en Warenwet te voldoen. Die eist geen jarenlange testen. En terecht, want melkeiwitten worden in de maag volledig afgebroken.’

CoFriMel denkt dat zuivelfabrikanten nog verdere efficiency- en kwaliteitswinst kunnen behalen door een hoger percentage basismelk toe te voegen. ‘We willen doorgroeien naar 15 procent, maar dan zal er ook wettelijk het een en ander in beweging moeten komen. We hebben nu nog een voorsprong op wereldspelers als Monsanto en Syngenta. Die moeten we niet verloren laten gaan. Ook zulke gentech bedrijven kijken verder dan de markt voor groentezaden, en zien spectaculaire groeikansen in de zuivel.’

 

Misschien had je het al door, maar dit was een 1 april grap! Hier een toelichting van de redactie: