Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Bed

Bij het Groot Nationaal Slaaponderzoek verzamelen we data van duizenden mensen, maar kunnen we ook bij één persoon al verschillen zien? Om dat uit te vinden, deed ik mee met het GNO. Ik hield me aan een zeer gevarieerd schema. Alcohol, cafeïne, chocolade en ook mijn slaaptijden moesten eraan geloven! Elke dag maakte ik een andere aanpassing aan mijn slaapschema. Wat zijn de uitkomsten?

De afgelopen week heb ik me gehouden aan een strikt schema van alcohol, cafeïne en slaaptijden. In hoeverre komen de resultaten overeen met mijn hypothesen, zoals ik die hier heb gesteld? En waar worden de verschillen precies door veroorzaakt? Over de uitkomsten sprak ik met slaaponderzoeker Jeroen Benjamins.

Alcohol
Bij alcohol verwachtte ik het slaapmutsjeseffect te voelen: door alcohol zou je makkelijk in moeten slapen. Dat heb ik echter niet gevoeld, maar niet iedereen merkt deze invloed even sterk. Wel ben ik ’s nachts vaker wakker geworden dan normaal. ‘Dat komt doordat alcohol je slaap heeft verstoord. Door de alcohol sliep je lichter en werd je dus makkelijker wakker’, aldus Benjamins.

Cafeïne
Cafeïne (in de vorm van thee) heeft me niet wakker gehouden. In thee zit minder cafeïne dan in koffie, misschien dat dit invloed heeft gehad. Daarnaast speelt het effect van een warme drank mee. ‘Door het drinken van een warme drank, zoals thee, een uur of twee voordat je gaat slapen, verhoog je de temperatuur van de kern van je lichaam op dat moment. Het verschil tussen je kerntemperatuur dan en op het moment van slapengaan is hierdoor groter. Dit zorgt ervoor dat je makkelijker inslaapt’.

Wat me het meest opviel aan de nachten met cafeïne, was dat de spreiding op de alertheidtest groter was dan bij de controlenacht. ‘Dat is een leuk resultaat. Dat geeft aan dat je in de drie minuten van de test fluctueerde in je alertheid. Bij de ene keer deed je goed je best en haalde je de snelle tijd, maar bij de volgende was je nog aan het herstellen van de eerste en was je weer veel langzamer. Gemiddeld kwam je wel op een goede score uit, maar de spreiding was dus veel groter.’

Slaaptijden
Het is verrassend dat ik juist alerter was, volgens de alertheidtest, nadat ik kort had geslapen en vroeg op moest, dan na mijn controlenacht. Volgens Benjamins is dit een bestaand fenomeen. ‘Bij sommige mensen komt het voor dat zij, wanneer ze slaapgedepriveerd zijn, een korte periode van hyperactiviteit kennen. Ter compensatie van het te kort slapen, worden zij juist even actiever. Dit zou kunnen verklaren waarom je alerter was en je alerter voelde, ondanks dat je kort had geslapen’.

Bij mijn andere korte nacht, waarbij ik laat ben gaan slapen, heb ik dit fenomeen echter niet gemerkt. ‘Toen ben je waarschijnlijk buiten je ritme gaan slapen. Je ritme is vrij lastig te veranderen, zeker binnen een dag. Na de korte nacht, waarbij je laat bent gaat slapen, had je eigenlijk last van een soort mini-jetlag,’ aldus Benjamins.

Dat ik bij mijn laatste nacht, waarbij ik mocht uitslapen, het best heb geslapen verrast ook Benjamins niet. ‘Toen heb je dus het best geluisterd naar je lichaam.’

Alertheidtest
Ondanks het verschil in slaapkwaliteit en mijn gevoel van alertheid, was er niet vaak een verschil te zien in de score op de alertheidtest. Ook hier heeft Benjamins een verklaring voor. ‘Door meer moeite te doen kun je toch dezelfde prestaties leveren. Misschien had je in de gaten dat je minder goed had geslapen en minder alert zou moeten zijn. Dit heb je misschien gecompenseerd door meer moeite te doen voor de test. Zo ben je toch op dezelfde score uitgekomen, ook al was je minder alert.’

Conclusie
Wat uit de afgelopen week is gebleken, is dat op tijd gaan slapen zonder wekker de beste nachtrust oplevert. Alcohol zorgt er bij mij voor dat ik vaker wakker word ’s nachts, maar het slaapmutsjeseffect heb ik niet gemerkt. Cafeïne heeft een soortgelijk effect en het zorgt er ook voor dat ik de volgende morgen veel minder consequent ben wat betreft mijn alertheid. Ik ben er ook achter dat vroeg opstaan beter bij mijn eigen ritme past dan laat gaan slapen. Waar Benjamins zo snel geen eenduidig antwoord op kon geven was de vraag of cafeïne en suiker samen, zoals bij de nacht met chocolademelk, bij mij een dubbel effect hebben.

Daarnaast ben ik benieuwd naar jouw bevindingen. Doe je mee?

Schema
Opzet
Nacht 1: Controlenacht
Nacht 2: Alcohol (bier)
Nacht 3: Cafeïne (thee)
Nacht 4: Cafeïne (chocolademelk)
Nacht 5: Op om 6.00 uur
Nacht 6: Slapen om 0.30 uur
Nacht 7: Uitslapen
Conclusie