Kleine stap

Volgens Guszti Eiben, VU-hoogleraar in computerintelligentie, is dit onderzoek nog maar een kleine stap in de evolutionaire robotica: ‘Het gaat bij dit onderzoek om slechts één robotische arm die geen eigen intelligentie had. Het is moeilijk om dat echt een moeder te noemen.” Daarbij hadden de kinderen geen brein of sensoren en waren die in feite dus doof en blind, zo stelt Eiben. Ook gaat het bij dit onderzoek slechts om uiterlijke evolutie en niet om gedragsevolutie. Volgens Eiben moet zowel de vorm als de software veranderen voor complete evolutie.

Dit soort onderzoek kan veel verder gaan volgens de hoogleraar. ‘Extreem ver’, stelt hij zelfs. Zo werkt hij zelf op dit moment aan robots die met elkaar kunnen speeddaten en vervolgens kunnen paren: ‘Door te onderhandelen kunnen die robots bepalen of ze met elkaar willen paren. Als een robot de eigenschappen van een potentiële ‘partner’ niet goed genoeg vindt, dan kan hij die afwijzen.’ Als de robots samen een paar vormen, dan creëren ze van hun beide eigen codes een betere gecombineerde code. De onderzoekers kunnen die vervolgens in een andere robot stoppen.

Hierbij moet je niet denken aan menselijke robots, stelt Eiben. ‘Dat is een veelgehoorde misvatting. Je moet eerder denken aan apparaten als stofzuigers die geheel zelfstandig kunnen functioneren.’ De hoogleraar hoopt dat er ooit een evolutiesysteem ontstaat dat geheel gebaseerd is op omgevingsselectie. Als dat systeem ontstaat dan kunnen vakgebieden zoals biologie en robotica een nieuwe categorie voortbrengen: leven, maar dan anders dan dat we het kennen. Over twee maanden hoopt Eiben zelf robots te onthullen die zowel in gedrag als vorm kunnen evolueren.

Wil je zelf graag de robots in levenden lijve zien speeddaten? Dat kan op 25 september tijdens het Discovery Festival in Nemo.

Brodbeck, L. et al. (2015). ‘Morphological Evolution of Physical Robots through Model-Free Phenotype Development’. PLoS ONE.