Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
hart

Het schiet nog niet erg op met stamceltherapie om beschadigde harten te repareren. Is de toekomst misschien niet aan deze ‘alleskunnende’ cellen, maar aan therapie met micro-RNA’s?

Stamcellen zijn al een tijdje dé belofte als het gaat om harten helpen herstellen na een hartinfarct. Volgroeide harten maken nauwelijks meer nieuwe spiercellen aan. Waardoor een hart zichzelf na een infarct niet zomaar kan repareren. Stamcellen zijn cellen die in potentie nog kunnen uitgroeien tot allerlei soorten gespecialiseerde celtypes –ook tot hartspiercellen. In theorie zou het toedienen van stamcellen dus kunnen helpen beschadigde harten te herstellen. In praktijk blijkt dit helaas toch erg lastig te zijn.

Is het niet mogelijk om, in plaats van nieuwe cellen in het lichaam te brengen, bestaande hartcellen zo te prikkelen dat ze toch gaan delen? Dat is grofweg waar een veelbelovende nieuwe aanpak voor hartreparatie, die deze week in het blad Nature staat, om draait. Bij deze nieuwe techniek wordt niet gewerkt met stamcellen, maar met zogenoemde micro-RNA’s. Als DNA wordt afgelezen door de machinerie van de cel, wordt het in de eerste instantie omgezet naar RNA. Micro-RNA’s zijn piepkleine stukjes van dat RNA die werken als een soort terugkoppelingsmechanisme. Ze kunnen de activiteit van genen regelen, door ze uit te zetten, of juist aan te zetten, en harder of minder hard te laten werken.

Een team van Italiaanse medici en biologen besloot te gaan kijken of er misschien ook micro-RNA’s zijn die invloed hebben op de deling van hartspiercellen. Ze voerden een hele reeks van experimenten uit, waarbij ze om te beginnen vele honderden verschillende micro-RNA’s die bekend zijn uit de mens in petrischaaltjes toevoegden aan hartcellen van ratten en muizen. Deze knaagdieren delen een groot deel van hun genen met mensen, dus het idee dat menselijke stukjes RNA invloed konden hebben op deze dierlijke cellen is niet zo gek. En dat bleek ook inderdaad het geval te zijn: de wetenschappers ontdekten dat veertig verschillende micro-RNA’s invloed hebben op de deling van hartspiercellen.

In een vervolgtest keken de Italiaanse onderzoekers of er ook micro-RNA’s tussen zaten die volwassen hartspiercellen, die normaal niet meer delen, hier toch toe konden aanzetten. En jawel. De laatste stap van Mauro Giacca en zijn team was om te kijken of de twee micro-RNA’s die in petrischaaltjes de grootste invloed hadden op de hartcellen, hun werk ook deden in levende muizen. Ze dienden een groep diertjes dat een hartinfarct had gehad de kleine stukjes RNA rechtstreeks toe in het hart. En zie: het werkte. De ingebrachte genenregelaars wisten de harten van de muizen ertoe aan te zetten nieuwe spiercellen te maken, waardoor de harten grotendeels herstelden en de diertjes zo goed als de oude werden.

Volgens de medische wetenschappers is hun onderzoek het eerste dat aantoont dat je met micro-RNA’s volgroeide hartcellen weer even ‘jong’ kunt maken en ze kunt aanzetten tot delen. Dit onderzoek is verder uiteraard niet meer dan een eerste stap op weg naar een eventuele therapie voor de mens. Het is niet te zeggen of menselijke hartcellen hetzelfde reageren; al is de kans daarop wel groot, omdat er dus is gewerkt met menselijke micro-RNA’s. En dan is er nog het probleem hoe je de micro-RNA’s precies op de juiste plek krijgt, plus natuurlijk de vraag of ze niet op andere plekken in je lichaam ongewenste celgroei kunnen veroorzaken. Deze problemen spelen bij therapie met stamcellen ook. Maar wie weet, zijn deze vraagstukken in het geval van micro-RNA’s makkelijker op te lossen.