Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Onzekerheid en onzin
Wie onzeker is, zoekt naar houvast. Twee Amerikaanse onderzoekers laten zien dat mensen daardoor sneller dingen zien die er helemaal niet zijn. Van plaatjes in een willekeurige verzameling punten en streepjes tot kwaadaardige samenzweringen.

Eerstejaars studenten geloven vaker in wereldwijde complotten dan tweedejaars. Parachutespringers zien vlak voor de vliegtuigdeur opengaat eerder iets zinnigs in een onzinplaatje dan uren eerder op de grond. In tijden van economische tegenslag worden mensen bijgeloviger. Wat hebben deze dingen met elkaar te maken?

Alles, menen Jennifer Whitson en Adam Galinsky. De twee Amerikaanse psychologen zien één onderliggende oorzaak voor al deze verschijnselen. “Het gaat uiteindelijk allemaal om mensen die patronen menen te zien waar die er niet zijn”, aldus Whitson. “Ons onderzoek onthult dat daaronder steeds hetzelfde mechanisme zit: een behoefte aan controle.”

In Science van deze week beschrijven Whitson en Galinsky een serie experimenten met studenten. Daarbij gaven ze steeds de helft van de groep een onzeker gevoel. Bijvoorbeeld door hun prestaties bij een taak volkomen willekeurig te beoordelen, of ze te laten schrijven over nare belevenissen waarbij ze machteloos hadden moeten toekijken. Daarna volgden steeds een of meerdere tests.

De eerste test bestond uit een vragenlijst die iemands ‘behoefte aan structuur’ meet. De onzeker gemaakte studenten scoorden hierop beduidend hoger dan de rest. In een andere test moesten de deelnemers opschrijven wat ze zagen in plaatjes vol ruis. Soms zat daar een afbeelding in verborgen, soms niet. Onzekere studenten meenden vaker iets te herkennen waar in werkelijkheid niets zinnigs te zien was.

In volgende proeven vroegen de onderzoekers proefpersonen zich in een situatie in te leven. Bijvoorbeeld dat ze voor een vergadering altijd drie keer op de grond stampten, en dat hun ideeën er altijd ingingen als koek. Maar vandaag dat ze dat waren vergeten en werd hun inbreng compleet genegeerd. Zagen ze een verband?

De meesten wel een beetje, en meer als ze van tevoren een opstel hadden moeten schrijven over een situatie waarover ze geen controle hadden. Met andere woorden: ze waren bijgeloviger.

Ook bij een verhaal over een mogelijke samenzwering van collega’s zorgde de behoefte aan controle dat studenten daar meer in geloofden. En een keuzetest met aandelen van twee fictieve bedrijven toonde aan dat deelnemers in een ‘stabiele’ markt andere beslissingen nemen dan in een ‘vluchtige’ markt. In de laatste situatie legden veel meer studenten een vals verband tussen gebrek aan informatie en negatieve informatie.

Wat al deze proeven aantonen, is dat onzekerheid leidt tot meer geloof in onzin. Omgekeerd werkt het ook, bleek bij het laatste experiment. Een simpele vragenlijst over normen en waarden leverde zo veel zelfbevestiging, dat het effect van de opgeroepen onzekerheid helemaal gecompenseerd werd.

Waarom zien onzekere mensen sneller niet-bestaande patronen? Het zou kunnen dat ze gewoon meer gespitst zijn op patroonherkenning, schrijven de twee psychologen. Of ze dus ook beter zijn in het herkennen van wél bestaande patronen, is nog niet duidelijk.

Een alternatieve verklaring is dat valse zekerheid beter is dan martelende onzekerheid, omdat hij voorkomt dat iemand vervalt in een moedeloze, inactieve toestand. Hoop doet leven, zelfs als die hoop vals is.

Jennifer A. Whitson en Adam D. Galinski: ‘Lacking control increases illusory pattern perception’, Science, 3 oktober 2008