Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Onzin ontmaskerd
Zweverige types die met geesten van overledenen praten, wetenschappers die de hand van een schepper in de natuur ontwaren, homeopaten die absurd ver verdunde oplossingen maken: ze krijgen er wetenschappelijk verantwoord van langs in het boek 'Wat een onzin!'. Ook God blijft niet gespaard.

Char Margolis kan communiceren met de doden, Derek Ogilvie ontvangt via telepathische weg klachten van baby’s en Pim van Lommel heeft wetenschappelijk bewijs geleverd voor het bestaan van een onsterfelijke ziel. Allemaal niet waar, maar miljoenen mensen geloven het toch. Hoe zijn ze op redelijker gedachten te brengen? Met hun boek ‘Wat een onzin!’ doen wetenschapsfilosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen een dappere poging.

In het voorwoord schrijven ze: “Gelukkig merken we dat er ook mensen zijn die doorhebben dat er iets grondig mis is met een wereldbeeld waarin het bovennatuurlijke een plek heeft. Vaak vragen zij ons wat de argumenten zijn waarmee vrienden en familieleden van repliek gediend kunnen worden als tijdens diners of verjaardagen geopperd wordt ‘dat het toch zou kunnen’ dat de geest los van het lichaam kan bestaan.” Een gids voor nuchtere feestgangers dus.

Op honderdduizenden verjaardagen komen boeken van medium Char, babyfluisteraar Derek of zielzoeker Pim uit het pakpapier tevoorschijn, dus zo’n handleiding zou goed van pas kunnen komen voor aanwezigen die daar met kromme tenen naast staan.

De twee wetenschapsfilosofen pakken als eerste de gepensioneerde cardioloog (geen hersenonderzoeker) Pim van Lommel aan. Hij heeft bijna-doodervaringen wetenschappelijk onderzocht en daarover gepubliceerd in het gerenommeerde artsenvakblad The Lancet. Vervolgens schreef hij het boek ‘Oneindig bewustzijn’, waarvan al meer dan honderdduizend exemplaren zijn verkocht.

Van Lommel heeft in allerlei televisieprogramma zijn overtuiging mogen verkondigen dat het bewustzijn losstaat van de hersenen. Is dat wat hij bewezen heeft met zijn onderzoek? Hij wekt steeds die indruk, maar daar klopt niets van, schrijven De Regt en Dooremalen. Het enige wat Van Lommel heeft aangetoond, is dat een kleine twintig procent van de mensen na een reanimatie –zeer uiteenlopende - herinneringen zegt te hebben aan de periode dat ze bewusteloos waren. Of die gevormd zijn tijdens momenten dat er geen hersenactiviteit was, blijft onbewezen.

De conclusie dat het bewustzijn losstaat van de hersenen is daar natuurlijk helemaal niet uit te trekken. “De vraag die Van Lommel en collega’s in de Lancet stellen – hoe het kan dat er tijdens een periode van herseninactiviteit bewustzijn is – hoeven we helemaal niet te beantwoorden, want we hebben geen reden om aan te nemen dat dit verschijnsel bestaat.”

Er valt de cardioloog nog veel meer te verwijten, en dat doen de filosofen dan ook. Daarna maken ze gehakt van onder anderen Char Margolis, astrologen, homeopaten en aanhangers van‘Intelligent Design’ als alternatief voor de evolutietheorie. Onderweg verzamelen ze een lijst van twaalf criteria waaraan goede wetenschap moet voldoen.

Vervolgens wijden ze een hoofdstuk aan de vraag hoe het komt dat mensen zo’n sterke neiging hebben om onzin te geloven. Echte bewijzen zijn er niet, maar het is heel aannemelijk dat het een evolutionair voordeel oplevert om snel conclusies te trekken uit een beperkte set feiten, ook als dat betekent dat je af en toe een verkeerde oorzaak van een verschijnsel aanwijst.

Het hoofdstuk over heksen dat daarna komt, is maar een opmaat voor het echte werk. Hoeveel ruimte biedt de wetenschap voor het geloof in God? Net zoveel als voor het geloof in heksen: nagenoeg geen, concluderen de schrijvers. Wetenschappers die in God geloven, “hebben een ronduit verkeerd beeld van wetenschap”.

De Regt en Dooremalen pakken het grondig aan. Want als je wilt aantonen dat iets geen wetenschappelijke basis heeft, zul je moeten uitleggen wat wetenschap dan wél is.

Daarbij een luchtige toon handhaven, is niet eenvoudig. Dat is dan ook niet gelukt. ‘Wat een onzin!’ is beslist geen lichte kost. Wie al wat kaas heeft gegeten van wetenschapsfilosofie en niet schrikt van moeilijke woorden, zal zich er doorheen kunnen worstelen. Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat dit een bestseller wordt die verkoopcijfers à la 'Eindeloos bewustzijn' van Pim van Lommel of de boeken van Char Margolis gaat halen.

De slotwoorden spreken boekdelen. “De lezer die tot hier is gekomen, bevindt zich nu in het kamp van de opgevoede burger. Geconfronteerd met de over onze hoofden uitgestorte grondeloze kletspraat heeft hij de plicht om hard uit te roepen: ‘Wat een onzin!’". Tja.

Herman de Regt en Hans Dooremalen: ‘Wat een onzin! – wetenschap en het paranormale’, Uitgeverij Boom, november 2008