Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Vrouw met oorsuizen

Wie altijd een niet-bestaand geluid hoort, heeft last van zijn hersenen. Daar is nu nog vrij weinig aan te doen, maar met een combinatie van zenuwstimulatie en geluid is het Amerikaanse onderzoekers toch gelukt de onterechte hersenactiviteit te laten verdwijnen. Helaas alleen nog bij ratten.

Na een daverend popconcert verdwijnt de irritante piep in je oren meestal vanzelf weer. Maar niet altijd. Als de trilhaartjes in je oren echt beschadigd zijn, kun je er voor je leven aan vastzitten. En ook door andere oorzaken kunnen mensen zo’n storend nepgeluid oplopen. Tinnitus heet dat. Het probleem zit in hun hersenen, en daar moet de oplossing dus ook liggen. De afgelopen week stond wat dat betreft een hoopgevend artikel in Nature.

Dat tinnitus een hersenprobleem is, en geen fout in je oren, is een vrij nieuw inzicht. Vaak begint het wel met je gehoororgaan, zegt Dave Langers, tinnitus-onderzoeker aan het UMC Groningen. ‘Even simpel uitgelegd: als de trilharen in je binnenoor door lawaai beschadigd raken, zodat je geen hoge tonen meer hoort, heeft het deel van je hersenschors waarin je die signalen verwerkt niks meer te doen. Dat gebied gaat zich dan reorganiseren. De cellen luisteren voortaan naar lagere tonen, die je nog wel kunt horen.'

Spontane signalen
Je zou misschien denken dat je daardoor die lagere tonen beter gaat horen, maar het tegendeel is waar, vervolgt hij. 'Die zenuwcellen geven altijd ook spontaan signalen af, en gaan dat in dit geval ook nog vaker doen. Zijn er te veel op dezelfde toonhoogte gericht, dan kunnen die spontane signalen zo sterk worden, dat ze samen een hoorbaar signaal opleveren. Dan neem je dus altijd een toon waar, ook wanneer het stil is. Daar hebben honderdduizenden mensen in Nederland last van.’

De verkeerd afgestemde hersenschors is trouwens niet de enige verklaring, voegt hij nog toe. Vermoedelijk is het wat ingewikkelder. Intussen is er nog weinig kruid tegen tinnitus gewassen. Een gehoorapparaat of -stimulator voor bepaalde toonhoogtes kan het leed wat verzachten, maar lost het echte probleem niet op. Het moet beter kunnen.

Navzer Engineer en zijn collega’s aan de universiteit van Texas (VS) hebben een mogelijke oplossing. Ze begonnen hun experiment niet met tinnituslijders, maar met gewone, goedhorende ratten. Met een geïmplanteerde elektrode kregen die series heel lichte stroomschokjes op hun tiende hersenzenuw (ook bekend als de nervus vagus). Die zenuw speelt een belangrijke rol bij de communicatie tussen organen en de hersenen.

Tegelijk met ieder stroomschokje, waar de ratten trouwens niets van voelden, klonk steeds een geluid met altijd dezelfde toonhoogte. Dat gebeurde driehonderd keer per dag, twintig dagen lang. Die dieren waren eerder al uitgerust met een heel netwerk van elektroden in hun hersenen, die de activiteit van allerlei plekken konden registreren. Daarom droegen ze mutsjes met stroomdraden.

Veranderde activiteit
Toen alle schokjes gegeven waren, keken de onderzoekers of de activiteit van de hersenschors, in het deel waar geluid verwerkt wordt, was veranderd. Dat was zo. De hersencellen daar bleken veel sterker te reageren op de toon uit het experiment dan voor de proef. Conclusie: via prikkeling van de tiende hersenzenuw kun je een bepaalde toon ‘belangrijker’ maken voor de hersenschors.

Zou je met dit mechanisme tinnitus kunnen bestrijden? Daar is immers het probleem dat te veel hersencellen zich richten op iets verkeerds. Train die cellen in iets anders, was de gedachte van de onderzoekers, en ze houden op met het ‘waarnemen’ van het akelige nepgeluid.

Voor het tweede deel van het experiment wekten Engineer en zijn collega’s eerst tinnitus op bij ratten, simpelweg door ze een uur lang bloot te stellen aan een constante, hoge toon van 115 decibel. Dat is letterlijk oorverdovend hard. Daarna waren de dieren tijdelijk doof, en vervolgens kregen ze tinnitus. Dat laatste bleek uit een proef met een toon op dezelfde hoogte als het zeurende geluid dat ze waarschijnlijk ervoeren. Werd die toon onderbroken, dan reageerden ze daar niet op, terwijl gewone ratten dat wel doen. Blijkbaar overstemde hun ingebeelde toon de stilte.

Bovendien wees hun hersenactiviteit op tinnitus: het gebied dat vóór de herrie op hoge tonen reageerde, was nu actief bij lagere geluiden. De betrokken hersencellen hadden bovendien een hogere spontane activiteit.

Hersenen herstellen
Nu gingen de onderzoekers proberen de hersenen weer in hun oude staat te herstellen. Ze deden dat door de tiende hersenzenuw te stimuleren in combinatie met tonen die hoger en lager waren dan de frequentie van de tinnitus. (Voor de liefhebber: de tinnitus zat tussen de 8000 en 10.000 Hz, het stimulerende geluid in deze proef was een combinatie van 1300 Hz, 2200 Hz, 3700 Hz, 17.800 Hz en 29.900 Hz.) De ratten werden hier ieder achttien dagen aan blootgesteld. Acht controleratten kregen wel tonen maar geen zenuwstimulatie, het omgekeerde, of helemaal geen behandeling.

De proef was een overduidelijk succes, zelfs met zo weinig proefdieren. Tonen plus schokjes maakten de hersenactiviteit weer ongeveer normaal en zorgden ook dat deze ratten weer goed scoorden op de proef met het onderbroken geluid. Het effect was na drie weken nog even sterk. De controleratten werden intussen helemaal niet beter.

Het klinkt dus als een effectieve therapie tegen tinnitus. Wat vindt Dave Langers hiervan? 'Ik had er al iets over gehoord op een congres, en het is mooi om de resultaten nu zwart op wit te zien. Sterk onderzoek. Maar dit is echt pas een eerste experiment, waarmee deze groep heeft laten zien dat dit een vruchtbare aanpak zou kunnen zijn. Nog lang geen therapie voor mensen. En vergis je niet, stimulatie van de tiende hersenzenuw is niet eenvoudig, daar moet je voor opereren.'

Toch zijn er mensen die al zulke zenuwstimulatie ontvangen. In hun artikel melden de onderzoekers dat 50 duizend depressie- en epilepsiepatiënten dit ondergaan. Is dat misschien een goede groep voor een eerste test met echte patiënten? Er zitten ongetwijfeld duizenden mensen met tinnitus tussen. 'Dat lijkt me een goed idee', reageert Langers. 'Ik denk wel dat er eerst meer rattenproeven moeten plaatsvinden, maar dat zou een goede volgende stap zijn. Ik ben benieuwd hoe lang het effect aanhoudt.' Hij heeft nog een kanttekening: het blijft symptoombestrijding, want de beschadigingen in het binnenoor verhelp je er niet mee.

Navzer D. Engineer e.a.: 'Reversing pathological neural activity using targeted plasticity', Nature, 13 jan 2011