Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
babyboomer, gezonde oude man op strand

Maakt de vergrijzing de collectieve voorzieningen onbetaalbaar, of zorgt het voor institutionele vernieuwing? Historica Anita Boele van de Universiteit Utrecht ontwaart vernieuwende burgercollectieven.

Een lang en gezond leven: hoewel niemand oud wil zijn is het is de ultieme wens van veel Nederlanders. Het goede nieuws is dat zeker het eerste gedeelte van deze wens ook steeds vaker gerealiseerd wordt. Decennialang worden we steeds ouder en dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Een derde van de jongens die nu geboren worden zal de honderd bereiken, voor pasgeboren meisjes geldt dit zelfs voor meer dan de helft.

Echter, uit de manier waarop we over vergrijzing praten blijkt nu niet direct dat we hier nu zo blij mee zijn. Zeker wanneer het gaat om de effecten op het niveau van de samenleving als geheel, overheersen de negatieve geluiden. Alleen al het begrip dat we gebruiken om dit proces te omschrijven roept associaties op met donkere, kille, maandagen, waarop het maar niet wil stoppen met regenen. De oosterburen gebruiken het begrip ‘Überalterung’, minder kleurrijk, maar de connotatie met een negatief ‘te veel’ blijft aanwezig. Als individu willen we allemaal langer blijven leven; met de implicaties daarvan op collectief niveau zijn we echter blijkbaar een stuk minder blij.

Nu is de Nederlandse samenleving in vergelijking met onze Europese buren nog relatief jong. Ook hier echter slaat de grijze golf toe als gevolg van hoge geboortecijfers in het midden van de twintigste eeuw, de babyboomers die vervolgens zelf veel minder kinderen kregen en een steeds verder stijgende levensverwachting. Volgens de laatste prognoses van het CBS stijgt de groep 65-plussers van 17 procent van de bevolking nu naar 26 procent in 2040. Een derde van deze groep zal zelfs boven de tachtig zijn.

Grote verschillen

Dit zijn landelijke gemiddelden. Wanneer we inzoomen zien we grote lokale verschillen. Utrecht, bijvoorbeeld, is een stad met een zeer jonge bevolking. Daartegenover staan met name de randprovincies, Groningen, Zuid Limburg en de zuidelijke delen van Zeeland en Noord-Brabant waar in verschillende gemeenten de 50-plussers al in de meerderheid zijn.

Die negatieve connotatie aan ouder wordende samenlevingen hangt voornamelijk samen met het kostenplaatje dat aan het hele proces verbonden is. De toename van het aantal ouderen gaat gepaard met een stijgende zorgvraag, die bestaande collectieve voorzieningen onder druk zet. Dit effect wordt nog eens versterkt door de dalende geboortecijfers sinds de jaren zeventig, waardoor er minder werkenden beschikbaar zijn die deze stijgende kosten kunnen ophoesten.

Bovendien is er in Nederland op institutioneel niveau nog een andere ontwikkeling gaande, namelijk de sterke reductie van plaatsen voor hulpbehoevende ouderen in verzorgingstehuizen. Het is de bedoeling dat kinderen of andere gezonde leden uit het netwerk van ouderen deze zorgvraag gaan opvangen. Onderzoek laat echter zien dat deze mantelzorgers al vaak overbelast zijn of praktisch, omdat zij veraf wonen, niet in staat zijn om de benodigde hulp te geven.

verouderen

Vernieuwende ouderen

Bij al deze negativiteit lijken we echter te vergeten dat de ouderen van tegenwoordig een lang leven achter de rug hebben waarin zij de nodige kennis en ervaringen hebben opgebouwd die bovendien ook kan worden ingezet om innovatieve oplossingen te creëren. Een typisch voorbeeld hiervan is de spectaculaire toename van het aantal burgercollectieven in wonen, zorg en welzijn de afgelopen jaren. Een recente inventarisatie uitgevoerd door het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg in samenwerking met de Universiteit Utrecht laat zien hoe deze collectieven de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond schieten. 

Afhankelijk van de vraag en de context waarin zij opereren, bemiddelen deze zorg- en dorpscoöperaties in vraag en aanbod, faciliteren zij de uitruil van diensten en bouwen eigen zorgwoningen. Typisch is dat deze institutionele vernieuwing niet zozeer ontstaan is onder hippe en creatieve jongeren in Amsterdam, maar gedragen wordt door bewoners van plattelandsdorpen in Brabant, Limburg en Groningen. Leden zijn ouderen die nadenken over de manier waarop zij hun oude dag willen vormgeven en vervolgens hun tijd en capaciteiten inzetten om dit ook te bewerkstelligen.

´ Hoe weet je dat de inzet die jij nu biedt nog steeds beschikbaar is op het moment dat je zelf hulpbehoevend wordt? ´

Co-housing

Voor deelname in dit soort collectieven hoef je niet per se rijk of welgesteld te zijn. Wel zijn er de nodige organisatorische en praktische vaardigheden nodig, maar daaraan is mede vanwege de alsmaar stijgende opleidingsniveaus geen gebrek. Een veel grotere uitdaging vormt de duurzaamheid van dit soort initiatieven over verschillende generaties heen. Hoe weet je dat de inzet die jij nu biedt nog steeds beschikbaar is op het moment dat je zelf hulpbehoevend wordt? 

Een mogelijke oplossing is om de doelstellingen te verbreden en het combineren van voorzieningen, waardoor mensen van verschillende leeftijden belanghebbende worden en betrokken blijven. In andere landen zien we alternatieve projecten tot ontwikkeling komen. Voorbeelden zijn de Duitse Mehrgenerationenwohnungen en co-housing projecten in Zweden waar oude en jonge generaties samenwonen en diensten uitwisselen.

Potentieel

Historisch onderzoek laat zien dat dit soort collectieve oplossingen, vaak georganiseerd buiten de directe kring van de eigen familie, in een langere traditie staan. Onderzoek naar ouderenzorgvoorzieningen in het verleden heeft aangetoond dat het dominante beeld van ouderen die vroeger wel automatisch konden terugvallen op de steun van hun kinderen, berust op een mythe. Ook vroeger waren pas getrouwde stellen druk met het runnen van hun eigen huishouden, waren vrouwen actief op de arbeidsmarkt en leefden kinderen als gevolg van arbeidsmigratie vaak ver weg van hun ouders. In verschillende plaatsen werden daarom alternatieve instituties en voorzieningen opgericht. De vele hofjes, bejaardentehuizen en proveniershuizen zijn daar een typisch voorbeeld van. Daarnaast werden er alternatieven ontwikkeld via onderlinge verzekeringsfondsen, huurden ouderen dienstpersoneel in om de zorgvraag op te vangen of leverden kostgangers een belangrijke bijdrage aan het huishoudpotje.

Vergrijzing betekent dat de samenleving collectief ouder wordt. Dat kan negatief geduid worden, maar misschien ligt in datzelfde collectief juist ook een potentieel aan innovatieve oplossingen. Die kunnen bovendien worden ingezet om het grotere systeem te ontlasten en te verbeteren en daarmee ook de kwaliteit en aanbod van zorg voor hen die niet over de nodige kennis en vaardigheden beschikken te waarborgen.  

Dr. Anita Boele is onderzoeker Economische en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Bekijk ook het Dossier Vergrijzing van de Universiteit Utrecht.