Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Oprukkende tropen
De tropische zone is de afgelopen 28 jaar honderden kilometers breder geworden, concludeert een team van Amerikaanse klimaatdeskundigen. Volgens simulaties zou die verschuiving over een eeuw pas mogen optreden.

Waar vind je de tropen? Dat is simpel: rond de evenaar, de lijn die precies tussen de Noord- en de Zuidpool in ligt. Voor astronomen en kaartenmakers zijn de grenzen van het tropische gebied zonneklaar. Ze worden gegeven door de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring, de lijnen die aangeven waar de zon nog net één keer per jaar recht boven je hoofd staat.

Voor klimatologen ligt het wat ingewikkelder. Zij hanteren een heel lijstje van kenmerken om de tropen af te bakenen. Maar die kenmerken hebben wel allemaal iets gemeen, schrijven Dian Seidel en collega's in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Geoscience. Ze zijn de afgelopen 28 jaar allemaal fors naar de polen toegeschoven. Vijf verschillende typen metingen geven aan dat de tropische zone honderden kilometers breder is geworden.

Een tropisch klimaat is altijd warm en vrijwel altijd nat. De subtropische regio's, net voorbij de randen van de tropen, zijn doorgaans een stuk droger. Dat verschil wordt veroorzaakt door grootschalige luchtbewegingen. En daarin is veel veranderd, aldus de klimatologen. Voor hun artikel deden ze geen nieuw onderzoek, maar zetten ze recente literatuur op een rijtje.

Eerst even iets over die luchtbewegingen. De belangrijkste daarvan heet de Hadley-circulatie. Die gaat zo: opgewarmde lucht rond de evenaar stijgt op, laat regen vallen en stroomt in hogere luchtlagen naar het noorden of het zuiden. Die droog geworden lucht daalt weer neer in de subtropen. Vervolgens waait hij weer terug naar de evenaar. De plaats waar netto geen wind naar het noorden of zuiden is, vormt de rand van de Hadley-circulatie. Uit twee typen metingen is de laatste jaren gebleken dat die rand flink is verschoven.

Zowel een analyse van de windpatronen als een blik op de bewolking leidden tot de schatting dat de tropische zone tussen 1979 en 2005 met 180 tot 400 kilometer is verbreed.

Een heel andere maat is de ozonconcentratie in de lucht. Die is in de tropen relatief laag. Het gebied met weinig ozon - de tropen dus - werd op het noordelijk halfrond zo'n 200 kilometer breder, blijkt uit metingen. Van het zuidelijk halfrond zijn de getallen niet bekend.

Weer een andere manier om de grenzen van het tropische gebied in kaart te brengen, is het meten van de luchttemperatuur met satellieten. Metingen die tussen 1979 en 2005 gemaakt zijn, laten een verschuiving aan de noord- en de zuidkant zien van ieder ongeveer 90 kilometer, minder dus dan de andere analyses.

Ten slotte is gekeken naar de grenzen tussen luchtlagen. De grens tussen de onderste luchtlaag, de troposfeer, en de stratosfeer daarboven, ligt in de tropen boven de vijftien kilometer, maar is in de subtropen veel variabeler. Met weerballonen is vastgesteld dat het stabiele gebied tussen 1979 en 2005 zo'n 600 à 900 kilometer breder is geworden.

Alle analyses geven dus aan dat de tropen oprukken, maar ze zijn niet eenduidig over de snelheid waarmee dat gebeurt. Dat kan aan meetfouten liggen, schrijven Seidel en haar collega's, maar het kan ook zijn dat de verschillende tropische kenmerken niet met elkaar in de pas lopen.

Ze lopen trouwens ook niet in de pas met computermodellen die het klimaat simuleren. Die hadden volgens Seidel tot voor kort niet zo veel oog voor de grootschalige luchtbewegingen, maar dat is aan het veranderen. Sommige recente simulaties geven wel aan dat de tropen groter zullen worden onder invloed van de wereldwijde opwarming door de mens, maar veel minder snel dan nu uit de feiten blijkt.

In het extreemste IPCC-scenario, met de grootste opwarming, zouden de grenzen aan het einde van deze eeuw zo'n 180 kilometer zijn opgeschoven, berekenden deze modellen. Een achterhaalde voorspelling, want dat is nu al gebeurd. Die modellen kunnen dus stukken beter, menen de klimatologen. Maar daarvoor is wel meer kennis van de luchtcirculatie nodig.

Is het nu erg als de tropen blijven oprukken? Voor veel mensen wel, schrijven Seidel en haar medestanders. Het zal leiden tot fundamentele verschuivingen in ecosystemen en leefomstandigheden. Vooral gebieden die een gunstig klimaat hadden, maar nu in de droge subtropen komen te liggen, zullen hiervan de gevolgen ondervinden.

Vaak zijn die dichtbevolkt. Het Middellandse Zee-gebied bijvoorbeeld, het zuidwesten van de Verenigde Staten en het zuiden van Australië. Voor plaatsen die dichter bij de evenaar liggen, kan de verandering juist meer regen opleveren, en dat zal vaak verwelkomd worden.

De vergroting van het tropische gebied kan het broeikaseffect verder versterken, waarschuwen de auteurs. Een deel van de vochtige lucht die in de tropen opstijgt, komt tot in de stratosfeer. Als die daardoor meer water gaat bevatten, zal hij beter warmte vasthouden, want water is een krachtig broeikasgas. Zo versterkt het proces zichzelf.

Alsof het nog niet genoeg is, kunnen ook de oceaanstromingen hiervan de gevolgen gaan ondervinden, met onvoorspelbare - maar waarschijnlijk onaangename - gevolgen. Het is, kortom, weer eens geen rooskleurig beeld wat het klimaatonderzoek oplevert. Meer onderzoek is hard nodig, want alle metingen en hypotheses zijn nog omgeven door onzekerheid. Maar samen zijn ze behoorlijk overtuigend, omdat ze allemaal in dezelfde richting wijzen.

Dian Seidel, Qiang Fu, William Randell en Thomas Reichler: 'Widening of the tropical belt in a changing climate', Nature Geoscience, December 2007