Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
trichomas vaginalis

Hij bewoont plasbuis of vagina, doet rode bloedcellen ontploffen, vreet zich een weg door vaginale cellen en lust sommige bacteriën rauw. Ondanks dat alles kreeg de seksueel overdraagbare parasiet Trichomonas vaginalis lang niet zoveel aandacht als collega’s chlamydia en gonorroe. Maar deze week treedt hij uit de schaduw.

Trichomonas vaginalis wordt een beetje genegeerd. Voor de parasiet zelf is dat natuurlijk niet erg. Vrijwel onopgemerkt glijdt hij vrolijk van de ene menselijke plasbuis of vagina in de andere, daarbij jeuk en onprettige afscheiding veroorzakend. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie besmet het eencellige, peervormige parasietje wereldwijd jaarlijks 170 miljoen mensen. In Noord-Amerika worden elk jaar zo'n acht miljoen mensen het slachtoffer van Trichomonas. Maar dat zijn slechts ruwe schattingen, want nieuwe gevallen van besmetting hoeven niet door artsen te worden doorgegeven. Noch in Amerika, noch in Nederland. Infecties door andere seksueel overdraagbare boosdoenders, zoals chlamydia en gonorroe, worden in beide landen wel secuur bijgehouden. En dat terwijl T. vaginalis niet geheel ongevaarlijk is. Behalve dat hij kan zorgen voor veel ongemak, verhoogt hij de kans op een besmetting met het aids-veroorzakende hiv.

Maar, de tijden gaan misschien veranderen. Deze week schittert Trichomonas vaginalis namelijk op de voorpagina van het prestigieuze tijdschrift Science. Te zien zijn meerdere individuen, vastgeplakt op vaginale epitheelcellen. De reden dat ze daarop te zien zijn, is dat onderzoekers in het DNA van de parasiet doken. Maar liefst 66 onderzoekers uit tien landen begonnen er in 2002 aan, onder leiding van de Amerikaanse Jane Carlton, verbonden aan de afdeling voor medische parasitologie van de 'New York University School of Medicine'. En wat blijkt, dit zo lang genegeerde wezen is bijzonder. Het meest opvallende is nog wel de enorme hoeveelheid genen zijn lijf. Ongeveer zestigduizend schatten de onderzoekers, meer dan twee keer zoveel als de mens!

Het zijn alleen niet allemaal unieke genen. Op een gegeven moment heeft een voorouder van T. vaginalis zijn genenpakket verveelvoudigd. Waarschijnlijk toen deze oervader verhuisde van de boven- naar de onderbuik, richting plasbuis of vagina, speculeren Carlton en collega's. Het resultaat is een genoom vol herhalingen. Van die vermenigvuldiging werd de peervormige parasiet vooral groter. En groot zijn is een voordeel in zijn geval. Met een log lijf kan hij een groter celoppervlak infecteren en bovendien meer prooien verslinden. Trichomonas vaginalis eet lactobacillen, 'goede' bacteriën die de vagina zuur houden, zodat boosaardige indringers liever een andere ingang kiezen. Bij T. vaginalis gaan ze erin als koek en hij maakt daarmee meteen de weg vrij voor andere parasieten. Ook loopt hij met zijn omvang minder kans zelf gegeten te worden, door patrouillerende macrofagen, de kliko's van het afweersysteem.

Een andere bijzonderheid van de seksueel overdraagbare indringer zijn zijn zogeheten hydrogenosomen. Ze zijn vergelijkbaar met mitochondriën, die in cellen van mens en dier zeg maar de energiecentrales zijn. Net als mitochondriën hebben hydrogenosomen een dubbele membraan, maar ze missen DNA. Mitochondrien hebben dat wel. Behalve adeninetrifosfaat, dé drager van energie in een cel, maken de centrales van Trichomonas vaginalis waterstofgas, dat gestaag in het vaginale vocht terecht komt. Vervelend gevolg is dat de afscheiding van besmette vrouwen kan gaan schuimen. Uiteraard gingen de onderzoekers ook op zoek naar genen die aanknopingspunten kunnen zijn voor de ontwikkeling van medicijnen om de indringer mee te bestrijden. De parasiet moet zich vasthechten aan vaginale cellen en doet dat met behulp van eiwitten op zijn eigen celoppervlak. De onderzoekers identificeerden meer dan achthonderd genen die het recept voor dergelijke bindingseiwitten bevatten.

Ook vond Carlton genen voor stoffen die de parasiet afvuurt op rode bloedcellen, zodat ze als het ware ontploffen en de parasiet zich te goed kan doen aan de voedzame vetten en het ijzer waar deze cellen vol mee zitten. Verder troffen de onderzoekers vierhonderd genen voor peptidases aan. Deze enzymen breken andere eiwitten af en sommige ervan worden vermoedelijk gebruikt om de celwanden van bacterien af te breken, die tot het dieet van de parasiet behoren. Of dat genoeg informatie is om de vraatzuchtige T. Vaginalis het leven zuur te maken, moet nog blijken. Nieuwe medicijnen zijn in ieder geval nodig, want de parasiet bouwt steeds meer weerstand op tegen het middel (metronidazol) dat nu gebruikt wordt om hem te bestrijden. Aldus, ten strijde!

Remy van den Brand Jane M. Carlton e.a.: 'Draft genome sequence of the sexually transmitted pathogen Trichomonas vaginalis', Science, 12 januari 2007

Verder lezen over: