Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Piepjong zwart gat
Röntgentelescopen houden mogelijk zwart gat al 12 jaar in het vizier

Supernova SN1979c is in 1979 ontdekt door een amateurastronoom in het sterrenstelsel M100, ongeveer 50 miljoen jaar van ons vandaan. Een supernova is een exploderende zware ster, die een paar weken lang net zo veel licht geeft als een heel sterrenstelsel. De kern van de ster stort aan het begin zeer snel ineen tot ofwel een neutronenster, ofwel een zwart gat dat enkele malen zwaarder is dan de zon.

In 1979 waren er nog geen röntgentelescopen die de supernova konden waarnemen, maar onder andere de Europese XMM-Newton en de Amerikaanse Chandra hebben SN1979c na hun lancering van 1995 tot 2007 in het oog gehouden. De röntgenstraling is waarschijnlijk afkomstig van de accretieschijf rond het zwarte gat. Dit is een snel roterende schijf restmateriaal, die door het zwarte gat geleidelijk wordt opgeslokt, ongeveer zoals de afvoer van een badkuip water opslokt. Aan de binnenrand van de accretieschijf wordt het materiaal extreem samengeperst en verhit, waardoor het röntgenstraling gaat uitzenden.
Het verslag van deze waarnemingen verschijnt deze week in het vakblad New Astronomy

SN1979c is waarschijnlijk het meeste nabije, live waargenomen voorbeeld van het ontstaan van een zwart gat. Weliswaar zien röntgen- en gammatelescopen in de ruimte vrijwel dagelijks een gammaflits, waarvan men aanneemt dat het ook een zeer zware ster is die implodeert tot een zwart gat, maar die vinden allemaal op miljarden lichtjaren afstand plaats.

In feite zijn gammaflitsen veel zeldzamer dan supernova's, maar we zien ze vaker omdat ze op veel grotere afstand zichtbaar zijn. 'Dit is misschien voor het eerst dat we de gewone manier zien om een zwart gat te maken', zegt mede-auteur Abraham Loeb in het Nasa-persbericht. Om het echt zeker te weten, zijn nog decennia van verdere röntgenobservaties nodig.

Als plaatje stelt de bron weinig voor: het is niet meer dan één punt. Uit het spectrum van de röntgenstraling – de uitgestraalde energie per golflengte – is op den duur wel veel informatie te halen over wat er precies gebeurt in de accretieschijf rond het zwarte gat.

Arnout Jaspers