Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Tekening van rechtszaal

Met zaken als die van Lucia de Berk, waarin statistiek een grote rol speelde, werd een trend zichtbaar: steeds meer bewijs heeft een basis in de statistiek, in plaats van de mening van een deskundige. Maar de statistiek moet correct gebruikt worden, en iedereen moet het goed snappen. Anders kan het lelijk misgaan.

De laatste tijd is het forensisch onderzoek aan het veranderen. Wanneer er vroeger bijvoorbeeld glassplinters werden gevonden op een verdachte, werd er een expert ingehuurd, die bekeek of dat glas overeen kwam met het gebroken glas op de plaats delict. Op het oordeel van de expert werd vertrouwd, en dat is ook logisch: hij is immers deskundig op het gebied van glassplinters. Maar er zit altijd een menselijke factor in zijn oordeel. Daardoor kan het oordeel van de ene deskundige verschillen van dat van de andere. En als dit oordeel over bewijs doorslaggevend is, kan dat best vervelend zijn.

Tegenwoordig proberen forensisch onderzoekers zo'n subjectief oordeel uit de bewijsvoering weg te halen. Met behulp van statistiek kan steeds beter objectief een vergelijking worden gemaakt. Dankzij technisch en statistische methoden, die al lange tijd worden gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek, verandert de rol van de deskundige. Steeds vaker worden machines gebruikt, die bijvoorbeeld een glassplintertje dertig keer kunnen analyseren. Maar er is natuurlijk altijd een statistische onzekerheid bij zulke analyses. En deze onzekerheid wordt vaak verkeerd gebruikt in de rechtszaal.

Marjan Sjerps, bijzonder hoogleraar forensische statistiek aan de Universiteit van Amsterdam en als statisticus werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, en Ronald Meester, professor kansrekening aan de Vrije Universiteit, begeleiden juristen in het begrijpen van statistisch bewijs. Beiden hebben hun sporen verdiend op het gebied van statistiek en rechtspraak.
 

Lucia de B.
Ronald Meester was betrokken bij de strafzaak tegen Lucia de Berk. 'Er is daar veel misgegaan. Ik raakte betrokken toen ik het rapport van Henk Elffers, die als statisticus was ingehuurd door het OM, las en zag dat er niks van klopte. Ik begon dat wat rond te vertellen, en tijdens het hoger beroep werd ik door de verdediging opgeroepen om te vertellen wat er allemaal mis was met het statistisch onderzoek.'

En er ging nogal wat mis. Het verzamelen van de gegevens alleen al: Lucia werd verdacht, omdat er tijdens haar diensten een ongewoon grote hoeveelheid incidenten was. 'Maar incidenten die buiten de dienst van Lucia vielen, werden soms gewoon weggelaten bij het onderzoek. Zo krijg je natuurlijk een vervuilde set gegevens, waardoor je vanaf het begin al geen goede statistiek kan uitvoeren.'

‘Elffers heeft een model gemaakt waarmee hij wilde rekenen. De aannames van dit model, wat hij vereenvoudigde om ermee te kunnen rekenen en wat hij wegliet, daar heeft hij niks over gezegd. Kijk, je moet natuurlijk wel de werkelijkheid versimpelen. Dat is altijd zo bij kansrekening en statistiek. Maar daar moet je wel eerlijk en open over zijn. En je moet vertellen wat door die versimpeling de beperkingen zijn van je model. En dat is niet gebeurd. Bovendien heeft Elffers fouten gemaakt in de statistische analyse binnen het model. Het hele rapport deugde volgens mij van geen kant.'

Met die boodschap kwam Ronald Meester ook bij het hoger beroep van Lucia. En hoewel hij probeerde duidelijk te maken hoe slecht het rapport was, heeft dat voor de veroordeling niets uitgemaakt; ook in hoger beroep werd ze schuldig bevonden. 'In het rapport van het hoger beroep werd de statistiek niet meer genoemd. Maar volgens mij werd het impliciet nog wel gebruikt. Zonder statistiek was er volgens mij sowieso geen rechtszaak gekomen.'

Mensen en kansen
Bij Lucia de B zijn er ontzettend veel statistiekfouten gemaakt. Maar zelfs wanneer er geen fouten worden gemaakt, gaat het mis. 'Mensen en kansen gaan niet goed samen,' weet Marjan Sjerps. Zij werkt bij het NFI als statisticus. Ze begeleidt andere forensisch onderzoekers bij het interpreteren van onderzoeksresultaten en geeft sinds kort ook regelmatig trainingen aan advocaten en openbaar aanklagers. 'Het interpreteren van statistisch bewijs is gewoon erg lastig. Dat advocaten en rechters moeite hebben met statisch bewijs, en het verkeerd interpreteren en uitleggen, betekent niet dat ze dom zijn. Kansen werken soms tegen de intuïtie in.'

Hoe zit het dan precies met de statistiek? Dankzij CSI en andere misdaadprogramma's heb je al snel het idee dat DNA-bewijs het beste bewijs is; zodra het DNA van de verdachte is gevonden, kan hij worden gearresteerd en is de zaak opgelost. Maar zo werkt het dus niet. Meester: 'Je DNA kan op de gekste manieren ergens terechtkomen. Met kansrekening en statistiek kun je proberen om uit te rekenen hoe goed bepaald bewijsmateriaal (DNA bijvoorbeeld) past bij de verschillende scenario’s. In de rechtszaal kijkt men vaak naar de kans dat het DNA op de plaats delict van de verdachte afkomstig is. Maar ook als dit een kleine kans is, zegt dat lang niet altijd iets: als ik de loterij win, en je gaat de kans bekijken dat ik de loterij per toeval win, dan is die enorm klein. Dus, zou je dan redeneren, moet ik wel vals hebben gespeeld. Maar in die redenering vergeet je dat je alleen maar naar mij bent gaan kijken omdat ik gewonnen heb. De kans dat IEMAND de loterij wint, is helemaal niet klein. Dat ik dan toevallig de winnaar ben zegt niets over de eerlijkheid van de loterij.'

Een illustratie van de denkfout 'de kans op A, wetende dat B gebeurt, is hetzelfde als de kans op B, wetende dat A gebeurt' staat in de tabel aan de zijkant: de kans dat iemand een man is, gegeven dat de persoon rookt is gelijk aan 3/4 (er zijn 40 rokers, en 30 daarvan zijn man). De kans dat iemand rookt, gegeven dat hij een man is, is 3/8. Die kans is dus de helft zo klein, en dus veel onwaarschijnlijker. Met zo een eenvoudig voorbeeld is het nog wel duidelijk, maar als de zaken ingewikkelder worden, zijn dit soort berekeningen vaker ondoorzichtig.

Eerlijke rechtspraak
Zulk statistiekgegoochel kan lastig te volgen zijn, maar is erg belangrijk om de rechtspraak eerlijk te laten verlopen. 'De consequenties zijn misschien niet desastreus. Maar zelfs als de gevolgen niet desastreus zijn, wil je dat statistisch bewijs goed gebruikt wordt' vindt Sjerps. 'In sommige gevallen, vooral met DNA-bewijs, worden er bij de interpretatie van het bewijs door juristen veel foutjes gemaakt. Maar forensisch bewijs wordt altijd gecombineerd met ander bewijs, zoals getuigenissen. Op zichzelf is forensisch bewijs vrijwel nooit robuust genoeg.' Meester is het daarmee eens: 'Met de huidige technieken kan je niemand veroordelen op basis van alleen DNA.'

Met de opkomst van statistiek in de rechtszaal is een eerlijker rechtspraak mogelijk, maar je moet wel blijven opletten. 'Het is natuurlijk goed dat we het subjectieve element van het oordeel van een deskundige uit het proces halen, en vervangen met meetbare objectiviteit. Maar de juristen moeten wel met die objectiviteit om kunnen gaan. En daar kunnen statistici bij helpen.' Daarom geeft Sjerps met haar team ook cursussen..

Statistiek voor juristen
Zowel Meester als Sjerps vinden het tijd voor het vak statistiek in de rechtenopleiding. Omdat de komst van statistiek in recht een relatief nieuw verschijnsel is, zit het nog niet in het programma. 'Maar ik herken veel kansrekening in de rechtspraak. En naarmate we nog meer gaan kwantificeren, wordt een goed begrip van kansen steeds belangrijker voor juristen,' meent Sjerps. 'Bovendien, ze zijn toch al constant bezig met onzekerheden inschatten: hoe betrouwbaar is een getuigenis, hoe zeker is het dat de verdachte op camera staat, enzovoort.' Ronald Meester geeft gastcolleges op de Rijksuniversiteit Groningen over het onderwerp. 'Het is nog maar een keuzevak, maar het is zeker een begin. En op de Vrije Universiteit geef ik een honours course waarin ik ongeveer hetzelfde probeer duidelijk te maken: hoe je om moet gaan met onzekerheid in rechtszaken.'

Statistiek en rechtspraak gaan steeds vaker samen. Maar dat betekent nog niet dat het altijd een gelukkig huwelijk is. Hopelijk zal men in de toekomst goed met kansen, waarschijnlijkheid en onzekerheid om kunnen gaan, zodat men optimaal kan omgaan met (forensisch) bewijs.

Overigens werd, zoals u zich misschien nog wel herinnert, Lucia de Berk uiteindelijk vrijgesproken. Deze vrijspraak had uiteindelijk weinig met de statistiek te maken. Het enige incident waar het OM bewijs voor had, bleek niet door de Berk gepleegd te zijn. Aangezien ze via een schakelbewijs (als iemand A heeft gedaan dan moet hij of zij ook B, C en D hebben gedaan) was veroordeeld, was er nu geen enkel bewijs meer tegen Lucia.

Ten slotte nog drie links. Ten eerste het rapport van de commissie Grimbergen, waarin de analyse van de zaak Lucia de B staat. Een derde ervan gaat over de statistiek en de fouten die daar zijn gemaakt. Ten tweede de fallacy files, waarin alles staat over drogredenen in de media en de rechtszaal.
Marjan Sjerps is eerder ook verschenen in een aflevering van Labyrint, die helemaal over de wetenschap in de rechtbank gaat.