Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
shoppen in de natuurapotheek

Het lijkt slechts weggelegd voor de allerslimste beesten, maar ook insecten maken gebruik van geneeskrachtige planten. Jaap de Roode pleit in Science voor meer onderzoek.

Dieren die aan zelfmedicatie doen, roepen al snel het beeld op van de chimpansee die in de oerwoudapotheek op zoek gaat naar een plantje dat hem van zijn diarree afhelpt. Het aanleren van zulk ingewikkeld gedrag vereist toch een hoger denkniveau, zou je denken. Maar Jaap de Roode en collega’s stellen in Science dat zelfmedicatie veel vaker voorkomt dan gedacht en ook bij dieren waar je het niet van verwacht.

‘Onderzoek naar zelfmedicatie bij dieren wordt vooral gedaan door primatologen. Het idee is dat je er goede hersenen voor nodig hebt,’ laat De Roode telefonisch vanuit Atlanta, VS weten. Hij werkt daar aan de Emory University. ‘Maar uit recente studies blijken steeds meer dieren aan zelfmedicatie te doen. Daaronder zitten beesten waar je het niet van verwacht: vogels, mieren, fruitvliegen en rupsen. Ons idee is dat het een bruikbare strategie van afweer is, die breed in het dierenrijk wordt gebruikt. Wij sporen onze vakgenoten aan om ook op zoek te gaan naar nieuwe voorbeelden.’

wollige beerrups

Geboren alcoholisten

In het Science-artikel onderscheidt De Roode preventieve en therapeutische zelfmedicatie. Bavianen die langs rivieren wonen hebben in het natte seizoen meer kans op infectie met parasieten. Om te voorkomen dat ze geïnfecteerd raken, eten ze giftige bessen. Een voorbeeld van de therapeutische variant van zelfmedicatie is de wollige beerrups. Wanneer hij last heeft van sluipvliegmaden (die hem van binnenuit opvreten), eet de rups planten met giftige alkaloïden om daarmee de maden te doden.

Vaak wordt zelfmedicatie gezien als wapen om het eigen lijf te redden. Dat het ook anders kan blijkt uit het onderzoek van De Roode. Hij onderzoekt de interactie tussen monarchvlinders en hun eencellige parasieten. Rupsen en vlinders hebben er behoorlijk last van, maar kunnen zich er niet tegen verweren. De geïnfecteerde vlinders leggen hun eieren op de zijdeplant. Die bevat giftige cardenoliden. Rupsen die hiervan eten hebben minder last van de parasieten. ‘In onze experimenten hebben geïnfecteerde vlinders die eieren willen leggen een veel grotere voorkeur voor planten met een hogere concentraties cardenoliden dan hun niet geïnfecteerde soortgenoten,’ zegt De Roode.

Monarchvlinders doen dus aan medicatie van anderen (hun kroost). Daarin zijn ze niet uniek in het insectenrijk. Wanneer fruitvliegen hun eieren in alcoholrijk voedsel leggen, doen ze dat niet omdat ze hun nakomelingen graag geboren alcoholisten zien worden. Het is een reactie op de aanwezigheid van sluipwespen in hun omgeving. Fruitvliegkinderen die uit het ei kruipen in een alcoholische omgeving zijn daar veilig voor sluipwespen. Mieren en bijen beschermen hun nakomelingen door boomhars met antiparasitaire chemicaliën in hun nesten te importeren.

Evolutie

‘Zelfmedicatie kan grote gevolgen hebben voor evolutie van gastheer-parasiet relaties,’ stelt De Roode. Een parasiet heeft een dilemma. Hij wil zoveel mogelijk nakomelingen, maar hoe meer nakomelingen hij produceert, hoe sneller de gastheer het loodje legt. Dat verkleint de kans op verspreiding. Dus kiest de parasiet een middenweg. Zo snel groeien dat de gastheer niet sterft voordat hij een soortgenoot heeft besmet. Als de gastheer overschakelt op zelfmedicatie, is de evolutionaire respons dat de parasiet sneller gaat groeien. De gastheren die niet overschakelen op de zelfmedicatie zijn er vervolgens geweest.

bij

Ook verwacht De Roode gevolgen voor het afweersysteem van de gastheer. Afweerreacties kosten dieren veel energie. Onnodige lichaamsfuncties die ook nog eens veel energie kosten verdwijnen, bijvoorbeeld: de ogen van een grottenvis of onze eigen staart. Zo kan energievretende afweer via zelfmedicatie uitbesteed worden aan plantenstoffen. Deze hypothese is nog niet getest, maar De Roode ziet wel sterke aanwijzingen. ‘Honingbijen zijn bijvoorbeeld heel goed in medicatie. Ze halen parasieten van hun larven, brengen hars met antiparasitaire chemicaliën naar hun nest en verwarmen hun nest door met zijn allen te wapperen met hun vleugels. Maar ze hebben een slecht immuunsysteem en minder immuungenen dan andere insecten,’ zegt De Roode.

Veel evolutiebiologen doen onderzoek naar de aanpassing van gastheren aan lokale parasieten. ‘Daar zijn gek genoeg maar weinig voorbeelden van te vinden,’ stelt De Roode. ‘Dat komt omdat ze alleen uitgaan van immunologie en genetica.’ Vaak worden gastheren en parasieten bij elkaar gezet in geïsoleerde onderzoeksopstellingen. De Roode denkt dat als biologen een natuurlijke onderzoeksopstelling gaan gebruiken, zij veel vaker aanpassing aan lokale parasieten zullen vinden. Aanpassing in de vorm van veranderingen in zelfmedicatiegedrag.

Nuttig

Deze nieuwe onderzoeksrichting is niet alleen interessant voor evolutiebiologen. Ook de voedselproductie en gezondheidsindustrie kunnen meeprofiteren. Een goed voorbeeld is de honingbij. De Roode legt uit: ‘Het hars maakt de bijenkast plakkerig. Imkers hebben zo veel moeite om de kast open te krijgen. Daarom hebben zij kunstmatig geselecteerd op bijen die geen hars mee naar huis nemen.’ Goed voor de imker, slecht voor de bij met zijn slechte immuunsysteem. Misschien moeten we hier wel de oorzaak van de bijensterfte zoeken.

Als we de kunst afkijken bij andere dieren, dan kan ons dat nieuwe medicijnen opleveren. Zo onderwierpen wetenschappers in een onderzoek 24 plantensoorten, die wilde chimpansees eten, aan een chemische analyse. Een aantal van deze planten bevatten verbindingen die antibacterieel werken, maar ook die malaria en berglepra tegengaan. Vijf van de extracten bleken zelfs giftig voor menselijke tumorcellen. Al met al reden genoeg om dit nieuwe onderzoeksveld serieus te nemen.