Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
slank middel meten met meetlint

Uit een grote tweelingstudie blijkt dat vooral de bacteriesoort Christensenellaceae erfelijk bepaald wordt overgedragen. Bij muizen blijkt dat ook de bacteriesoort die helpt om slank te blijven.

Mensen verschillen wat betreft de populaties bacteriën die in hun darmen voorkomen, en er zijn aanwijzingen dat dit verband houdt met hun aanleg voor obesitas. In tweelingonderzoek dat deze week gepubliceerd is in het vakblad Cell, blijkt nu dat die populatie deels erfelijk bepaald is.

Tweelingonderzoek is de gouden standaard om te bepalen of een eigenschap erfelijk bepaald is of niet. Tweelingen groeien als regel samen op, in dezelfde omstandigheden (zelfs al in de baarmoeder), maar een-eiïge tweelingen zijn genetisch volkomen identiek, terwijl twee-eiïge tweelingen maar de helft van hun genen gemeenschapelijk hebben, net als gewone broers of zussen.

Als een eigenschap in belangrijke mate genetisch bepaald is, moeten een-eiïge tweelingen daarom wat dit betreft meer op elkaar lijken dan twee-eiïge. Een groep Amerikaanse en Britse onderzoekers namen bij ruim vierhonderd tweelingparen monsters van hun darminhoud, en keken welke bacteriestammen er in voorkwamen. Ook was van bijna alle tweelingparen de Body Mass Index (BMI) bekend.

Uit de statistische analyse kwam naar voren, dat van alle bacteriesoorten die in de menselijke darm voorkomen, de Christensenellaceae het meest erfelijk bepaald zijn. Dit betekent niet per se dat een kind die bacterieën overgedragen krijgt van de moeder, maar dat de erfelijke eigenschappen van zijn darm dusdanig zijn dat Christensenellaceae daarin goed floreren, terwijl dat bij anderen minder is.
Ook bleken Christensenellaceae relatief vaak voor te komen bij slanke mensen (lage BMI).

Poeptransplantatie
De volgende stap om aan te tonen dat Christensenellaceae de BMI beïnvloeden, was de transplantatie van menselijke poep naar de darm van muizen die geheel bacterievrij waren opgegroeid. De menselijke donors waren op grond van hun BMI verdeeld in vier groepen, van slank tot dik. Na zo'n transplantatie koloniseren de menselijke darmbacterieën de muizedarm.

Inderdaad bleek bij deze muizen, dat degenen die een transplantatie ontvingen met poep van een slank persoon, minder in gewicht toenamen dan de overige drie categorieën. Uit de statistische analyse bleek ook, dat de aanwezigheid van Christensenellaceae hierbij een onafhankelijke factor was.

Overigens gold bij zowel mens als muis dat het verband slechts een klein deel van de variatie in BMI verklaart. Het onderzoek maakt aannemelijk dat Christensenellaceae een rol spelen, maar het is zeker niet de enige of belangrijkste voorwaarde om slank te blijven.

Human Genetics Shape the Gut Microbiome, Cell, J. Goodrich e.a, 6 november 2014 .
 

Ontdek meer in de special