Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
kind eet gezond

Kinderen die gezond eten, zijn net iets slimmer dan leeftijdgenootjes op een ongezond dieet, laat Brits onderzoek zien. Maar het effect is klein. Misschien komt dat door de behoedzaamheid van de onderzoekers.

Wordt je kind slimmer als het gezonder voedsel eet? Dat lijkt heel logisch, want een goed werkend brein heeft bepaalde voedingsstoffen nu eenmaal nodig. Maar bewijs maar ‘ns dat een regime van veel chips en weinig groente echt dommere kinderen oplevert.

De ultieme manier om dat te doen, zou een proef zijn met duizenden pasgeboren kinderen. Die zet je jarenlang op verschillende diëten, terwijl ze verder precies hetzelfde moeten leven. En dan maar kijken wat dat doet met hun intelligentie. Dat kan natuurlijk niet.

Wat wel kan, is nauwkeurig navragen wat kinderen te eten en te drinken krijgen, en jaren later testen hoe intelligent ze zijn geworden. Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Bristol (GB) gedaan, als onderdeel van een nog veel uitgebreider onderzoek onder duizenden kinderen die werden geboren in 1991 en 1992. Ze vroegen naar het eten toen die drie, vier, zeven en achtenhalf jaar oud waren, en deden intelligentiemetingen (IQ-tests) bij die laatste gelegenheid.

Driejarigen
Hun conclusie, in het Journal of Epidemiology and Community Health: kinderen die op driejarige leeftijd een ongezond voedingspatroon hadden, scoren als achtjarige slechter op een IQ-test dan normaal. En wie als achtjarige heel gezond at, scoorde juist een fractie hoger. Verder was geen verband te vinden tussen voedselinname en intelligentie, na correcties voor allerlei andere factoren die de intelligentie zouden kunnen beïnvloeden.

Dat laatste is heel belangrijk. Want ouders die hun kinderen steevast ongezond voedsel voorzetten, zijn vaak lager opgeleid en armer dan gemiddeld. Dat zal gedeeltelijk komen doordat ze zelf een lager IQ hebben – wat weer voor een deel erfelijk is. Borstvoeding geven doen ze minder vaak, terwijl dat flink bijdraagt aan de latere intelligentie van kinderen. Ze roken en drinken meer, ook niet goed voor het kinderbrein. Enzovoort.

Oorzaak en gevolg worden zo al snel een onontwarbare kluwen. Toch moeten de onderzoekers er iets mee. Zonder corrigerende berekeningen klinken de cijfers namelijk wel heel indrukwekkend (ongezond etende driejarigen liggen als achtenhalfjarige ruim vier IQ-punten achter) , maar zeggen ze niet zo veel over de werkelijke invloed van het kinderdieet op intelligentie.

Vette vis
Waarvoor moet je wel corrigeren, en waarvoor niet? Dat is nogal subjectief. Deze onderzoeksgroep ging ver, en rekende zelfs het effect van vette vis weg uit hun resultaten – omdat dat een positief effect heeft op de intelligentie, wat al eerder bij deze zelfde groep kinderen was aangetoond. Eigenlijk raar, want die vis is gewoon onderdeel van het voedingspatroon. Maar het ging de onderzoekers dus blijkbaar om het overige eten.

Dit werpt de vraag op: hoe kom je er eigenlijk achter hoe gezond iemand eet? Dat is nog niet zo eenvoudig. In dit onderzoek moesten de moeders nauwkeurig beantwoorden wat hun kind zoal binnenkreeg, en gaven de onderzoekers overal punten aan. Op basis van hun totale dieetscores verdeelden ze de driejarigen in vier groepen: ‘bewerkt’ (veel kant-en-klaar spul, veel vet, veel suiker), ‘traditioneel’ (vooral veel aardappels, groente en vlees) ‘gezondheidsbewust’ (veel groente, fruit, vis, rijst en pasta) en tenslotte de ‘snackers’ (veel hapjes, zoals fruit, koekjes en boterhammen).

De eerste groep sprong er negatief uit qua intelligentie: een typisch vet- en suikerrijk etend kind had, na de corrigerende berekeningen, een IQ dat 1,7 punten lager lag dan het gemiddelde – een veel kleiner verschil dan de 4,2 punten die het zonder de correcties zou zijn. Verrassend: de groep die er licht positief uitsprong, waren de 'snackers', met 0,9 punten boven het gemiddelde IQ. Het verschil tussen deze twee groepen was dus een schamele 2,6 punten, met ook nog een flinke onzekerheidsmarge. Nogal schamel vergeleken bij de 7 IQ-punten voorsprong die borstvoeding kan opleveren.

Gezondheidsbewuste eters
Bij het dieet op achtjarige leeftijd waren het trouwens wel de gezondheidsbewuste eters (nou ja, het zal aan hun ouders hebben gelegen) die als enige groep bovengemiddeld scoorden op de IQ-test. Waarschijnlijk zijn verschillende voedingspatronen op verschillende leeftijden het beste, opperen de onderzoekers. De categorie 'snackers' bestond overigens alleen bij driejarigen; voor hogere leeftijden hanteerden ze maar drie categorieën.

Wat zegt dit nu uiteindelijk? Het is voor het eerst dat er een min of meer direct verband is gelegd tussen de kwaliteit van het eten van kinderen en hun intelligentie. Het gaat niet om enorme verschillen, maar dat zou deels kunnen komen doordat de onderzoekers erg voorzichtig zijn geweest. Het kan namelijk best zo zijn dat een lage voedselkwaliteit een van de oorzaken is van het feit dat mensen uit een lagere sociaal-economische klasse doorgaans kinderen krijgen met een wat lager IQ. Terwijl deze onderzoekers alle effecten van die klasseverschillen zo veel mogelijk hebben 'weggerekend'.

Maar er zijn ook bedenkingen die de andere kant op wijzen. Onwaarschijnlijk, maar mogelijk: misschien is het verband vooral omgekeerd, en hebben kinderen met leerproblemen gewoon extra moeite met gevarieerd eten. Ze weigeren iets anders te eten dan chips en snoep, zeg maar. Voor zo'n effect zijn in eerder onderzoek aanwijzingen gevonden.

Maakt het dus allemaal maar weinig uit wat je je kind voorzet? Nee, dat is te kort door de bocht. Wat een kind in zijn eerste levensjaren eet, heeft zeker invloed op de hersenen, en ook op de rest van de ontwikkeling. Gezond eten is altijd eh... gezond. Maar hard bewijs is gewoon heel lastig te vinden, bij zoiets ingewikkelds.

Kate Northstone, Carol Joinson, Pauline Emmett, Andy Ness en Tomas Paus: Are dietary patterns in childhood associated with IQ at 8 years of age? A population-based cohort study, in: Journal of Epidemiology and Community Health, februari 2011