Van deze enorme groep vrouwen kregen er 4603 een tweeling, de grootste groep waar ooit tweelingenonderzoek aan is verricht. De data werden op alle mogelijke manieren vergeleken en daar kwamen heel wat resultaten uit. Niet alleen leefden de tweelingmoeders langer na de menopauze, ze kregen uiteindelijk ook meer kinderen dan verwacht (waarbij een tweeling als één kind werd gerekend) en hadden een kortere periode tussen twee zwangerschappen zitten.

Verder waren de tweelingmoeders ook langer vruchtbaar (dat wil zeggen dat er gemiddeld meer tijd zat tussen hun eerste en hun laatste kind), waarbij er rekening werd gehouden met de leeftijd waarop de vrouwen in het huwelijksbootje stapten. Daarnaast bleken de tweelingmoeders ouder te zijn bij de geboorte van hun laatste kind. ‘Al deze factoren geven aan dat tweelingmoeders gezondere moeders zijn’, zegt Robson, een van de onderzoekers in het begeleidende persbericht.

Tweelingmoeders overtroffen moeders van eenlingen dus op vele vlakken. De wetenschappers moedigen vrouwen die nu leven vooral niet aan om door middel van IVF proberen tweelingen te krijgen. Want het is niet de tweeling die de vrouw gezonder maakt, maar de gezonde vrouw die sneller een tweeling krijgt.

Bron: Shannen L. Robson and Ken R. Smith, Twinning in humans: maternal heterogeneity in reproduction and survival, Proceedings of the Royal Society B, 11 mei 2011.