Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
lijnzaad

Geleidelijk hint de wetenschap dat overmatige inname van de ‘gezonde’ omega-3 vetzuren ook negatieve effecten kan hebben. Een groot Nederlands onderzoek rapporteert deze week een mogelijke relatie met prostaatkanker. ‘Gegeven de aanwijzingen die er al waren, stemt het in ieder geval tot nadenken.’

Martijn Katan stuurt geen persbericht uit over zijn jongste wetenschappelijke artikel. Zulke publicaties zijn wat hem betreft vooral een communicatiemiddel voor de wetenschappelijke gemeenschap, die lang niet altijd media-aandacht legitimeren. Maar toen Noorderlicht de emeritus hoogleraar Voedingsleer vroeg naar de relatie tussen omega-3 vetzuren en kanker, kon hij het niet voor zich houden.

Daarover staat namelijk net een vers artikel in het open access tijdschrift PloS ONE. Met een op het eerste gezicht opmerkelijk en zelfs licht verontrustend resultaat. Katan en collega’s zien een verband tussen consumptie van een plantaardig omega-3 vetzuur (alfa-linoleenzuur, afgekort ALA) en een eiwit in het bloed dat in verband wordt gebracht met het optreden van prostaatkanker.

Bij mannen die de dubbele hoeveelheid alfa-linoleenzuur aten (twee gram meer dan normaal) werd vaker een verhoging van PSA gevonden, een prostaateiwit dat bij prostaatkanker in het bloed wordt afgescheiden. ‘In de groep die extra alfa-linoleenzuur kreeg nam de PSA-waarde gemiddeld 24 procent meer toen dan in de controlegroep. Maar dat verband is statistisch net niet significant. Misschien is het toeval.’

Goedaardig?

Verhoging van PSA in het bloed is geen directe maat voor prostaatkanker; het kan ook een teken zijn van goedaardige prostaatvergroting. In het meest pessimistische scenario wijzen de resultaten volgens Katan op één extra geval van prostaatkanker op de vierhonderd mannen in tien jaar tijd. Van die vierhonderd mannen hadden er normaliter dertien prostaatkanker gekregen, dat zouden er dus veertien kunnen worden.

De onderzoeksresultaten in PloS ONE zijn afkomstig van de grootschalige alfa-omega trial. Dit Nederlandse voedingsexperiment onderzocht onder leiding van de Wageningse hoogleraar Daan Kromhout tussen 2002 en 2009 de gezondheidseffecten van voeding met extra omega-3 vetzuren.

De deelnemers van de trial werden in groepen verdeeld en kregen drie jaar lang speciale margarines met uiteenlopende vetzuursamenstelling. Deze dubbelblinde studie was in de eerste plaats bedoeld om te meten hoe groot de gunstige effecten waren op het optreden van hartziekten. Dat die er waren, werd toen nog niet betwijfeld.

Het vermoeden van een link tussen omega-3 vetzuren en prostaatkanker is niet nieuw. Signalen uit de epidemiologie waren daarom aanleiding om bij ruim 1600 van de 2500 mannen in de alfa-omega studie ook PSA in het bloed te meten.

Katan noemt het signaal dat uit deze data naar voren komt wetenschappelijke rook, waarvan nog niet precies duidelijk is of er een vuur bij hoort. ‘Maar gegeven de rook die er al was, stemt het in ieder geval tot nadenken.’

Zeldzaam en traag

Echt harde conclusies zouden pas na een veel langere tijd kunnen worden getrokken, liefst in een studie met nog meer proefpersonen. Prostaatkanker is namelijk redelijk zeldzaam en ontwikkelt zich traag. Katan: ‘Je weet niet hoe het op de langere termijn uitpakt. Misschien dat je wel een eenduidig resultaat krijgt als je proefpersonen veertig jaar volgt. Maar de kans dat zo’n langdurige studie er komt is nihil.’

Het onderzoek kan geen uitsluitsel geven, dus wat moet de consument met deze kennis? Katan vindt het op dit moment een afweging van baten en risico’s. ‘Er zijn mensen die dagelijks een lepel lijnzaadolie nemen. Zo krijgen ze twee gram extra alfa-linoleenzuur binnen. Het is eigenlijk nergens goed voor, maar er zijn wel hints dat het risico’s oplevert. Dan denk ik: laat dat maar achterwege. Ik heb er geen koosjer gevoel bij.’

Een soortgelijke waarschuwing voor de mogelijke risico’s van overmatig gebruik van omega-3 supplementen kwam deze zomer van Amerikaanse onderzoekers. In de zogenaamde SELECT studie keken zij naar het effect van Selenium, vitamine D en omega-3 vetzuren op het optreden van prostaatkanker bij 35 duizend mannen. Dat beschermende effect bleek overigens voor elk van die drie stoffen niet aantoonbaar.

Bij ruim achthonderd mannen in de trial werd prostaatkanker geconstateerd. De onderzoekers verwachtten een beschermend effect van omega-3 vetzuren op deze ziekte, maar ze zagen het tegenovergestelde. Mannen met de hoogste concentraties omega-3 vetzuren in hun bloed hadden een 43 procent grotere kans om prostaatkanker te ontwikkelen. De kans om een agressieve variant van de ziekte te ontwikkelen lag zelfs 71 procent hoger.

Onduidelijkheid

Over de precieze rol van omega-3 vetzuren in het ontstaan van prostaatkanker tasten de onderzoekers in het duister. Ook is het onduidelijk of de hoge omega-3 bloedspiegels werden veroorzaakt door voeding of door extra supplementen.

De drie belangrijkste omega-3 vetzuren in onze voeding zijn afkomstig uit planten (ALA) en uit vette vis (EPA en DHA). Vooral van de visolievetzuren EPA en DHA zijn sinds de jaren zeventig interessante, positieve gezondheidseffecten gerapporteerd, vooral op hart- en vaatziekten.

Maar de laatste tien jaar heeft de wetenschappelijke gemeenschap grote moeite om resultaten uit de jaren tachtig en negentig te reproduceren, zegt Katan. Ook de alfa-omega trial kon tegen alle verwachtingen in geen positieve effecten op hartziekte aan het licht brengen.  ‘Het is bijna gênant hoe moeilijk het blijkt om solide gezondheidseffecten voor omega-3 vetzuren te vinden. Ik krijg serieuze zorgen dat we ons hebben vergist en dat extra omega-3 vetzuren niet helpen.’

Het omgekeerde, omega-3 vetzuren vermijden, is onmogelijk en onverstandig, zegt Katan. Kleine beetjes van deze vetzuren zitten gewoon in gevarieerde voeding en ze vervullen allerlei essentiële functies in het lichaam. ‘Maar er is geen reëel bewijs voor gunstige effecten van speciale voedingsproducten rijk aan omega-3.’ Ook hier geldt volgens Katan dat als het positieve effect niet vaststaat het de vraag is of het de eventuele risico’s wel waard is.

Martijn Katan was ook te gast in De Kennis van Nu met Coen Verbraak. Daar sprak hij over de vraag: 'Wat is nu gezond?'