Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
alcohol verslaving

Benieuwd of je aanleg voor alcoholisme hebt? Gewoon even in gedachten je familieleden nalopen. Zitten daar veel verslavingsgevoelige types tussen, dan is het waarschijnlijk dat je erfelijk belast bent.

Volgens hoogleraar Jacqueline Vink van de Radboud Universiteit is het aantal probleemdrinkers in je familie voorlopig de beste indicatie voor eventuele genetische bagage. Want tests zijn er nog niet.“We weten dat verslaving voor 50 tot 60% genetisch verklaard kan worden. Maar we hebben maar een handjevol genen in kaart gebracht, en die verklaren maar een paar procent van die erfelijke belasting. Dus we weten dat er meer genen zijn die met verslaving te maken hebben, maar welke? Geen idee.”

Wel is inmiddels bekend dat veel van die onbekende 'verslavingsgenen' geen onderscheid maken tussen sigaretten, drank of snoep. “Vroeger werd wel gedacht dat er aparte genen zijn voor verslaving aan roken en aan drank. Maar er blijkt een grote overlap te zijn.” Dus de rokers, drugsgebruikers of suikerverslaafden onder je familieleden tellen ook mee.

Bingedrink-gen

Het opsporen van genen is computerwerk. Het DNA van duizenden verslaafden, gezelligheidsdrinkers, niet-drinkers en alles wat daar tussen zit, wordt aan de computer voorgelegd. Die kijkt of hij genetische variaties kan vinden die vaker voorkomen bij probleemgebruikers. Als zo'n variatie in de buurt van een gen ligt, is dat gen verdacht. Verder onderzoek naar de functie van dat gen moet dan uitwijzen wat het 'doet': of het inderdaad van invloed is op middelengebruik en verslavingsgedrag.

Onlangs werden de resultaten van het grootste genetisch onderzoek naar alcoholconsumptie ooit gepubliceerd. Daar rolde een gen uit dat de lust in alcohol lijkt te reguleren, genaamd β-Klotho. Mensen met een bepaalde variant van dat gen dronken veel minder alcohol dan mensen met een andere variant. Het werd al gauw het binge-drink-gen gedoopt, omdat het zou verklaren waarom sommigen maar door blijven tanken waar de rest het na een paar drankjes voor gezien houdt. De onderzoekers hopen dat de ontdekking leidt tot het ontwikkelen van medicijnen die probleemdrinkers helpen minderen.

Verslavingsgevoelig maakt niet verslaafd

Wat zou de verslavingsgenetica in de toekomst kunnen opleveren? Als verslavingsgenen eenmaal geïdentificeerd zijn, zullen tieners die die genen hebben dan preventief in een begeleidingsprogramma geplaatst worden?

Vink: “Preventie is lastig. Want van de groep die genetisch gezien verslavingsgevoelig is, raakt maar een klein aantal mensen echt verslaafd.” Of je genetische gevoeligheid tot uitdrukking komt is een kwestie van omstandigheden. 50 tot 60% erfelijke aanleg wil immers zeggen dat er 40 tot 50% aan omgevingsinvloed overblijft - denk: verkeerde vrienden of traumatische ervaringen. Dus het grootste risico lopen mensen die èn een grote genetische gevoeligheid hebben, èn met negatieve omgevingsinvloeden kampen. “Maar een preventiemaatregel zou de hele groep ‘genetisch gevoeligen’ treffen, ook zij die nooit verslaafd zouden raken. Ik denk niet dat mensen dat willen. En dat zou bovendien een erg duur grapje worden.”

Wat de genetica wel zou kunnen opleveren, is een effectievere, gepersonaliseerde behandelmethode voor verslaving. Onderzoek bij rokers die wilden stoppen, wees uit dat stoppers met een bepaald genotype vaker baat hadden bij nicotinepleisters dan stoppers die die variant niet hadden. Vink: “Als we die genen voor roken en alcohol beter in kaart hebben gebracht, kunnen we tests ontwikkelen om te bepalen welke behandeling voor welke verslaafde het effectiefst is.”

Ontdek meer in de special